jan blokker: Het leerstuk van weg-met-ons
In NRC Handelsblad las ik dat Europa het tolerante imago van Nederland na de verkiezingsuitslag ‘flets zag worden’. Waarop zich de volgende dialoog ontwikkelde in het bange vaderland.
Waarom dacht Europa dat ons tolerante imago vóór 9 juni nog had geglinsterd?
Waarschijnlijk vanwege Huizinga, die al in 1934 een aantal Nederlandse karaktertrekken beschreef. Hij prees toen vooral onze openheid, onze bereidheid om de mening van anderen te respecteren, onze nuchterheid en onze afkeer van extremisme.
Heeft Europa Huizinga dan gelezen?
Nee, maar Europa stuurde journalisten. El Pais, de Süddeutsche Zeitung, Le Monde en The Independent kwamen allemaal informeren wat er in Nederland in godsnaam aan de hand was.
Hebben die journalisten middenin de nacht van 9 juni dan nog gauw even iets van Huizinga uit 1934 moeten lezen?
Natuurlijk niet. ’t Is zelfs de vraag of ze hiernaartoe zijn gekomen. Ze hebben waarschijnlijk gebeld of ge-sms’t met een Nederlands contact.
Je bedoelt met een Nederlander die Huizinga wél heeft gelezen?
Bijvoorbeeld. Maar dat hoeft niet eens.
Hoe dán?
Na de moord op Theo van Gogh in 2004 heeft het in Nederland een paar weken zwart gezien van de buitenlandse verslaggevers die probeerden te begrijpen wat er in onze brave, tevreden, harmonieuze en verdraagzame samenleving ineens kon zijn gebeurd.
En?
De Nederlandse journalist Pieter van Os verzamelde alle vreemde berichten en reportages die hij onder ogen kon krijgen, las ze, en constateerde dat in al die berichten en artikelen steeds dezelfde citaten terugkeerden van telkens dezelfde vijf of zes Nederlandse ‘analisten’.
Hoe zijn die door de buitenlanders gevonden?
Daar bestaan lijstjes van. En je wordt het vanzelf. Je moet een column hebben. Voor opiniepagina’s schrijven. Veel bij Matthijs van Nieuwkerk aan tafel zitten.
Prem Radhaskishun?
Je moet denken aan types als Geert Mak, Max Pam, Leon de Winter, Paul Scheffer, tot aan Sylvain Ephimenco toe. Dus inderdaad niet het hoogste niveau.
Maar hadden die wel allemaal Huizinga gelezen?’
Daar zou ik m’n hand niet voor in het vuur durven steken. Ze hebben van ’m gehoord, en ze weten bij benadering wat hij in 1934 heeft geschreven. En dat vertelden ze gewichtig aan de buitenlanders door.
En die dachten toen meteen dat ze met een autoriteit in gesprek waren?
Allicht. En zo voelden onze jongens zich later ook. Trots als pauwen. Max Pam heeft nog maandenlang rondverteld dat hij door wel zeventig buitenlanders was gebeld en geïnterviewd. En Paul Scheffer kende na afloop vijfennegentig vertalingen van het woord geitenneuker. Maar het leuke was natuurlijk dat de analyses in al die buitenlandse kwaliteitskranten op geen enkele buitenlandse waarneming berustten, maar op zeventig maal Max Pam en vijfennegentig maal Paul Scheffer. Op het Nederlandse zelfbeeld dus.
Had dat hele gezeur niet ook met de identiteit te maken?
Dat heeft het nog. Heb je op de opiniepagina van de Volkskrant Mat Herben gelezen?
Wie was dat ook weer?
Een onbeduidendheid uit de nalatenschap van Pim Fortuyn.
En wat schreef hij?
Dat de mentaliteit van weg-met-ons door de kiezer is afgestraft.
De mentaliteit van wát?
Toen Jacques Gans vijfenvijftig jaar geleden in De Telegraaf begon te schrijven, werd ons de gevestigde identiteit en weg-met-ons hetzelfde als landverraad. En dat zit Wilders nu vanochtend uit te leggen aan Uri Rosenthal: dat islamitische tasjesrovers, hoofddoekjes, moskeeën, dubbele paspoorten, Marokkaanse burgemeesters en schotelantennes allemaal landverraad betekenen.
Aah! Nu begrijp ik die campagne van de Publieke Omroep, met Bekende Nederlanders die om beurten roepen: dat al deze programma’s van ons zijn.



