Renske: Ooievaarskuitenvet
Gisteren is de website Meldpunt Taal van start gegaan. Die naam heeft een enigszins criminele zweem, vind ik. Alsof het een plek is waar anonieme internetgebruikers berichten achterlaten als: “Erik H. uit L. zei vandaag om 13:45 wederom ‘hun hebben.’ Ik verzoek met klem om direct over te gaan om verstrekkende maatregelen.” Het is echter een taalsite waar mensen zelf, als ervaringsdeskundigen, taalobservaties kunnen melden.
Het is fascinerend om door de verschillende categorieën te neuzen. Bij ‘dooddoeners’ is duidelijk te zien dat vooral ouders soms niet zonder kunnen, bijvoorbeeld om een kind dat zeurt over wat er gegeten gaat worden van repliek te dienen: ‘hussen met je neus ertussen’, ‘met stripkes, gele ripkes’ en, exotisch genoeg; ‘pap met vuurstenen.’ Bij de genoemde ‘fopdrachten’ (nieuwe collega’s naar een andere afdeling of winkel sturen waar ze moeten vragen naar een vierkantegatenboor, spijkerzeef of ooievaarskuitenvet) kan ik alleen maar blij zijn dat ik geen directe collega’s heb. De kans dat Frits Abrahams mij proestend een mailtje stuurt met de vraag of ik even naar NRC Handelsblad kan bellen of ze de map met zoekgeraakte stukken willen toesturen, lijkt me in ieder geval wat klein.
Het vrolijkst stemmen de nieuwe woorden die niets met de actualiteit te maken hebben, zoals ‘droefsnoet’, ‘frikandel met mosterdpootjes’ en ‘vlozen’, een combinatie van vlooien en liefkozen, zoals bij je geliefde een ontsierend haartje weghalen.
De categorie ‘ouderwetse woorden’ is echter op wat dialect na nog leeg. En dat vind ik jammer. Bij de discussie over taalverloedering gaat het altijd over foute grammatica, waar de taalpuristen recht tegenover de ‘je begrijpt toch wat ik bedoel en daar gaat het toch zeker om, tjiezus!’-mensen staan. Terwijl als het om taalbehoud gaat, het veel zinniger en leuker is om ons te concentreren op de rijkdom van de Nederlandse taal. Waar we nieuwe woorden als loesoe en hobbykip verwelkomen, maar fantastische oude woorden niet laten uitsterven. Zodat we niet in de toekomst naar een verweerde lingotuin hoeven, om daar in een klein hokje Onversaagd te zien zitten, naast de kooi met een wat bangige Voorwaar en Dorsten, terwijl helemaal achterin, in een met klimop overwoekerd bassin, Konkelefoezen zijn levensdagen slijt.



