De Amerikaanse reactie op de olie in de Golf van Mexico heeft veel weg van de reactie op de falende banken, onbetrouwbare Chinese producten of, nu we het er toch over hebben, terrorisme: de oorzaken liggen altijd bij de ander. Vandaag is het de top van BP, gisteren waren het de zichzelf verrijkende bankiers, de nietsontziende Chinese producenten en de radicale islam.
Nu lijdt het geen twijfel dat de topmannen van oliemaatschappijen geen lieverdjes zijn. Of dat bankiers er zich weinig gelegen aan laten liggen om hun klanten een poot uit te draaien. Of dat de gemiddelde Chinese fabrieksdirecteur het niet zo nauw neemt met de veiligheid van zijn koopwaar. Of dat er wel meer dan één islamfundamentalist de VS eeuwige hel toewenst. Maar is dat allemaal heel verwonderlijk? Wat hadden we dan verwacht in Amerika?
Is het niet veel verwonderlijker dat Amerikanen zo zelden de hand in eigen boezem steken en de vraag stellen of er misschien iets mis is aan hun eigen gedrag? Wie kopen de benzineslurpers, wie verrijken hun leven op krediet, wie willen alleen de goedkoopste producten en wie hebben zich van de islamitische wereld vervreemd?
Het optreden van Obama vorige week leek heel even hoopvol. Hij riep zijn landgenoten op om af te stappen van de afhankelijkheid van olie. Dat klonk voor zijn doen heel groen. Maar tijdens zijn verkiezingscampagne ging het nog om de afhankelijkheid van buitenlandse olie waaraan een einde moest komen. En tot op de dag van de ramp was het Obama die pleitte voor diepzeeboringen aan de Amerikaanse oostkust. Terecht wordt er getwijfeld aan zijn intenties.
Zullen Amerikanen eigenlijk ooit begrijpen dat ze sommige rampen over zich afroepen? Volgens het christelijk-Amerikaans wereldbeeld maakt de olieramp zichtbaar dat de mensheid afhankelijk is geworden van ‘a sinful and deadly presence in creation’. „We moeten onder ogen zien dat onze huidige levensstijl, die op olie is gebaseerd, de wortel is van het probleem”, zegt één zo’n overtuigde Amerikaan. Rest de vraag: zijn de Verenigde Staten eigenlijk wel ‘one nation under God’?



