Archief van berichten op 21 juni 2010

De Amerikaanse reactie op de olie in de Golf van Mexico heeft veel weg van de reactie op de falende banken, onbetrouwbare Chinese producten of, nu we het er toch over hebben, terrorisme: de oorzaken liggen altijd bij de ander. Vandaag is het de top van BP, gisteren waren het de zichzelf verrijkende bankiers, de nietsontziende Chinese producenten en de radicale islam.

Nu lijdt het geen twijfel dat de topmannen van oliemaatschappijen geen lieverdjes zijn. Of dat bankiers er zich weinig gelegen aan laten liggen om hun klanten een poot uit te draaien. Of dat de gemiddelde Chinese fabrieksdirecteur het niet zo nauw neemt met de veiligheid van zijn koopwaar. Of dat er wel meer dan één islamfundamentalist de VS eeuwige hel toewenst. Maar is dat allemaal heel verwonderlijk? Wat hadden we dan verwacht in Amerika?

Is het niet veel verwonderlijker dat Amerikanen zo zelden de hand in eigen boezem steken en de vraag stellen of er misschien iets mis is aan hun eigen gedrag? Wie kopen de benzineslurpers, wie verrijken hun leven op krediet, wie willen alleen de goedkoopste producten en wie hebben zich van de islamitische wereld vervreemd?

Het optreden van Obama vorige week leek heel even hoopvol. Hij riep zijn landgenoten op om af te stappen van de afhankelijkheid van olie. Dat klonk voor zijn doen heel groen. Maar tijdens zijn verkiezingscampagne ging het nog om de afhankelijkheid van buitenlandse olie waaraan een einde moest komen. En tot op de dag van de ramp was het Obama die pleitte voor diepzeeboringen aan de Amerikaanse oostkust. Terecht wordt er getwijfeld aan zijn intenties.

Zullen Amerikanen eigenlijk ooit begrijpen dat ze sommige rampen over zich afroepen? Volgens het christelijk-Amerikaans wereldbeeld maakt de olieramp zichtbaar dat de mensheid afhankelijk is geworden van ‘a sinful and deadly presence in creation’. „We moeten onder ogen zien dat onze huidige levensstijl, die op olie is gebaseerd, de wortel is van het probleem”, zegt één zo’n overtuigde Amerikaan. Rest de vraag: zijn de Verenigde Staten eigenlijk wel ‘one nation under God’?

Kan de VVD informateur Rosenthal terugtrekken?

Dat adviseert Felix Rottenberg in Het Parool van afgelopen zaterdag.

Als er nou iets was waardoor ik het alerte programma De wereld draait door (met vakantie gegaan toen de formatie interessant werd) zou hebben gemist, waren het niet de half-intellectuelen Jort Kelder, Jan Mulder of de Surinaamse schreeuwlelijk Prem Radhakishun, maar dan was het Felix. Felix was per uitzending goed voor minstens twee sweeping statements die je nooit helemaal hoefde te doorgronden om het vermoeden te bewaren dat ze heel diep gingen. Zoals hij zaterdag schreef: ‘Een informateur moet verwarring zaaien, pauzes inlassen en de druk met nachtelijke telefoongesprekken langzaam opvoeren’ – en daar bedoelde hij iemand mee aan wie Uri een voorbeeld moest nemen, te weten Jaap Burger, ‘die in 1977 een onmogelijk geachte regering van christelijke en progressieve partijen tot stand bracht’. Was overigens niet 1977 maar 1973, Felix, maar never mind. Op dit niveau mag een mens zich vier jaar vergissen.

lees verder

Op aanraden van een vriend maakte ik een half jaar geleden een Twitter-account aan. „Dat is leuk,” verzekerde hij me. „Dan kan je al je gedachten, grapjes en overpeinzingen kwijt.” Ik vond dit niet bepaald een geringe opdracht. Starend naar het lege scherm vroeg ik mij koortsachtig af: is ‘ik overwoog een pet met hersenprint te kopen, tot ik me herinnerde dat ik nooit petten draag’ misschien een leuke gedachte? Een mooie, contemporaine bespiegeling van het leven, een levensobservatie met humor, iets wat de mensen willen lezen? Waarna ik meestal vrij snel uitkwam op ‘nee’. Uiteindelijk raakte ik helemaal Twitterlam, en durfde bijna niets meer op te schrijven.

lees verder