jan blokker: Het complot van Maurice, Mark en Uri

Kan de VVD informateur Rosenthal terugtrekken?

Dat adviseert Felix Rottenberg in Het Parool van afgelopen zaterdag.

Als er nou iets was waardoor ik het alerte programma De wereld draait door (met vakantie gegaan toen de formatie interessant werd) zou hebben gemist, waren het niet de half-intellectuelen Jort Kelder, Jan Mulder of de Surinaamse schreeuwlelijk Prem Radhakishun, maar dan was het Felix. Felix was per uitzending goed voor minstens twee sweeping statements die je nooit helemaal hoefde te doorgronden om het vermoeden te bewaren dat ze heel diep gingen. Zoals hij zaterdag schreef: ‘Een informateur moet verwarring zaaien, pauzes inlassen en de druk met nachtelijke telefoongesprekken langzaam opvoeren’ – en daar bedoelde hij iemand mee aan wie Uri een voorbeeld moest nemen, te weten Jaap Burger, ‘die in 1977 een onmogelijk geachte regering van christelijke en progressieve partijen tot stand bracht’. Was overigens niet 1977 maar 1973, Felix, maar never mind. Op dit niveau mag een mens zich vier jaar vergissen.

Maar wat gebeurt er volgens hem met de informateur van 2010? Binnen een week geeft hij ‘als een klungelig oliemannetje’ de poging op om Rutte en Wilders samen te brengen, houdt een ‘hakkelende persconferentie’ en verzuimt de vanzelfsprekende rechtse coalitie te smeden.

Weg dus met Uri. ‘Alexander Rinnooy Kan, de voorzitter van de SER, snurkend D66-lid, beschikt over de kwaliteiten om het voor elkaar te krijgen’, hakt Felix in Het Parool de knoop door.

Kan dat? Ik bedoel: kan Mark Rutte Uri als gesjeesde informateur aan de dijk zetten? Daar wreekt zich weer mijn gebrek aan staatsrechtelijke kennis. Ik zou geneigd zijn te zeggen: een informateur effent het pad voor een formateur, dus voor een minister-president, en het zou voor de hand liggen dat wij als volk die functionaris om te beginnen kiezen. Iedereen kan zich kandidaat stellen, we prepareren snel een referendum, en nog vóór 1 juli hebben we de informateur van onze democratische keuze te pakken.

Maar kunnen we zo maar om de koningin heen die Uri persoonlijk heeft benoemd op nota bene aanbeveling van Mark omdat die toen nog niet wist dat zijn geestverwant eigenlijk een klungel was? Maar dat is precies wat ik bedoel: Felix doet het praktische voorstel om ons te verlossen van een oliemannetje, en in één moeite door heeft hij meteen een achterhaald hoofdstuk uit het staatsrecht een slinger gegeven.

Zouden ze trouwens gebrouilleerd zijn geraakt, die twee? Ik herinner me een televisieserie die Felix had bedacht, en waarin zich telkens een gefingeerde ramp (watersnood, nationale burenruzie, terreuraanslag, staatsgreep van Wilders) voltrok die moest worden aangepakt door een team van burgemeesters, brandweercommandanten, hoofdcommissarissen en straathoekwerkers. Tegen het einde van elke aflevering kwam Uri het decor binnenlopen in z’n hoedanigheid van crisismanager, en gaf cijfers aan iedereen die het goed of slecht had gedaan. Streng hoor. Maar Felix kende geen betere crisismanager – en die hadden we ook niet. Die hebben we nog steeds niet. Uri is de enige, en raar genoeg kan ik me niet herinneren dat hij ooit metterdaad één crisis heeft gemanaged. Maar hij verzint ze in opdracht van de regering liefst eerst zelf, laat zich met zijn instituut (Crisis Onderzoeks Team, COT) betalen om het oefenresultaat te evalueren, en als er in de oorlog van Hoek van Holland een hooligan is gesneuveld, is het logisch dat hij weer wordt uitgenodigd voor de hoofdrol die hij speelde in dat televisiespelletje van Felix.

Die Uri.

En intussen blijft Maurice dóór-enquêteren, de PVV heeft de VVD al bijna ingehaald, straks zijn ze – record! – zonder verkiezingen de grootste partij, en Uri heeft rustig zitten wachten om Rutte bij Wilders aan tafel te roepen, en alsnog hun coalitie te sluiten.

Dat kun je toch geen klungelen noemen, Felix?