Renske: Mijn internetpenis

Op aanraden van een vriend maakte ik een half jaar geleden een Twitter-account aan. „Dat is leuk,” verzekerde hij me. „Dan kan je al je gedachten, grapjes en overpeinzingen kwijt.” Ik vond dit niet bepaald een geringe opdracht. Starend naar het lege scherm vroeg ik mij koortsachtig af: is ‘ik overwoog een pet met hersenprint te kopen, tot ik me herinnerde dat ik nooit petten draag’ misschien een leuke gedachte? Een mooie, contemporaine bespiegeling van het leven, een levensobservatie met humor, iets wat de mensen willen lezen? Waarna ik meestal vrij snel uitkwam op ‘nee’. Uiteindelijk raakte ik helemaal Twitterlam, en durfde bijna niets meer op te schrijven.

Geheel ten onrechte maar niettemin bijzonder vleiend, begonnen mensen me wel te volgen. Een fervent Twitteraar sprak me op een gegeven moment hierover aan: „Het zit wel goed he, met jouw internetpenis.” Hier had ik niet meteen van terug. „Pardon?” vroeg ik. „Je internetpenis. Die is te berekenen aan de hand van hoeveel mensen jij volgt en hoeveel jou volgen. Hoe groter het verschil, hoe groter de penis. Als ik meer mensen dreig te volgen dan andersom, unfollow ik er een aantal. Altijd de penis op peil houden.”

Om meer van deze wonderlijke wereld vol e-kattenbelletjes, fanatisme en hoogst interessante terminologie te weten te komen, ga ik naar de Tweetmeet van Selexyz. Een aantal twitterende schrijvers zullen daar in gesprek gaan over social media, en met enig geluk kan ik van hen leren hoe het moet.

De meeste stoelen zijn leeg, wat winkelend publiek blijft hangen. Blijkbaar zijn er onder de volgers toch niet veel die verlangen naar de live sprekende twitteraar (om hem of haar bijvoorbeeld ‘hashtag’ te horen zeggen, waarna er rillingen van genot over de rug van de volger lopen). „Jij bent social media expert,” begint de gespreksleider tegen Henk Rijks. „Hoe komt het dan dat jij de minste volgers hebt?” „Nou,” zegt hij. „Ik heb geen tv-programma, geen column…” „Geen tekst,” vult Nico Dijkshoorn grijnzend aan. Hierop is het stil. „En toen viel het een beetje dood,” zegt Elle van Rijn. Na dit wat ongemakkelijke begin vertelt iedereen hoe hij Twitter gebruikt. Elle van Rijn vergelijkt het met een feest waarbij je langs de gasten loopt en even kan horen wat zij zeggen. Nico Dijkshoorn vindt vooral het massale bereik een voordeel.”“Het is wel een beetje eigenpijperij,” vindt Henk Rijks. „Een vorm van narcisme.” En een mogelijk marketing-middel. Personal branding. Maar de wet van Twitter is streng: als de volgers het niet pikken, zijn ze zo weer weg. Iedereen is het erover eens dat je alleen moet twitteren als je het echt leuk vindt.

Ik vraag me af of ik mijn eigen twittertoon nog zal vinden. Want ook voor een internetpenis geldt: het gaat niet om de grootte, maar om wat je ermee doet.