jan blokker: Nog even een aanvullinkje

Ik hou er niet van om mezelf te citeren, zeker niet als het zou lijken alsof ik iets onaardigs zou willen zeggen over het WK, bij de Publieke Omroep. Maar vooruit.

Vorige week woensdag begon mijn laatste alinea als volgt:

‘Heeft u voor de aardigheid wel eens geteld hoeveel totaal overbodige krullenjongens, gasten, reservepresentatoren, hangouderen en werkschuwe chefs daarginds rondschooieren?’ Precies in verhouding, zei ik erbij, van alle televisiegelegenheden die ik ooit heb mogen meemaken: altijd 100 Nederlanders waar grotemensenlanden met 3 toe kunnen. Vandaar mijn verwijzing naar hangouderen en werkschuwe chefs.

Ik had het in die aanvulling over feestelijke bijeenkomsten als de Prix Italia, die bij toerbeurt in Turijn, Milaan, Venetië of Rome werden gehouden (want dat soort partijtjes organiseren ze nooit in een sjagrijnig achterafdorp), de televisiebeurs in Cannes, of het amusementsfestival Gouden Roos dat eerst in Montreux en later in Luzern werd gevierd. Leuke plaatsen om een paar dagen gratis door te brengen.

Waar het me de eerste keer opviel weet ik niet meer, maar ik geloof dat het Venetië was, waar ik net was aangesproken door een Nederlandse toerist die met een plattegrondje in de hand in een soort Engels aan me vroeg of ik wist waar de S. Marco was. Hij sprak het uit zoals het op z’n kaartje stond: Es Marco. ‘Hier’ wees ik, want we stonden er. De man keek verwonderd om zich heen. Waarom had de ruimte waar hij zich bevond zo’n rare korte naam? Hij liep door, en ik ging per ongeluk op het duurste van de vijf terrassen zitten, maar daar speelde in die dagen ook een ensemble dat ongeveer zo groot was als het Residentie Orkest.

Bovendien was ik moe, want ik had al een poosje het programmaboek meegesjouwd waarin de RAI weer een paar miljard lire had geïnvesteerd. De lire sukkelde nog. Het boek had niet alleen in top-lay-out alle programma’s opgenomen met volledige credits, toelichtingen en persstemmen, maar ook de namen van alle aanwezige gasten, inclusief hun functies in vier talen afgedrukt.

En daar zag ik het. Dat er vier mensen van de BBC aanwezig waren. Twee van de Amerikaanse Public Broadcasting Service (PBS). Tien Italianen, maar ja, die woonden er. Vijf Duitsers. Nog wat Spanjaarden, Scandinaviërs, Latijns-Amerikanen en één Hongaar; de rest van het Warschaupact deed nog niet mee. En ten slotte vijf bladzijden – ik zeg bladzijden – Nederland.

Al lezend slobberde ik m’n amaretto’s alsof het beerenburgjes waren, stuitte op een Hollandse naam die me niets zei, en zag erachter staan: ‘Hoofd Gesproken Woord’, met daarachter wat de Italiaanse vertaling moest zijn, en vervolgens in het Duits: Haupt Gesprochenes Wort. NCRV. Als dat geen chef was, bestonden er ook geen hangouderen meer. En nog wel een chef van de NCRV.

Haupt Gesprochenes Wort!

Ook zonder verder te bladeren drong tot me door waarom wij met vijf volle bladzijden in het programmaboek vertegenwoordigd waren. Als de christenen op de Prix Italia waren vertegenwoordigd door een Hoofd Gesproken Woord (die vanzelfsprekend begeleid werd door een adjunct, een budgetbewaker, een of twee secretaressen, en zijn vrouw), dan moest de socialistische afvaardiging minstens zo groot zijn, en hadden de KRO, de TROS en de AVRO dezelfde rechten. Voor elke vertegenwoordiger uit n’importe welk land mocht Nederland een delegatie samenstellen die, ook toen al, ongeveer 20 maal zo groot was – dan hadden de Fransen, de Portugezen of de Oostenrijkers ook maar bijtijds een IKON, een RKK en een EO moeten oprichten.

De rest van die paar dagen in Venetië heb ik ze allemaal in cafés, restaurants en in de zon zien zitten: de hoofden uit Hilversum, de uitvreters van de Publieke Omroep.

En die vertellen nu zogenaamd ons verhaal.