jan blokker: Ook de koningin moet worden teruggegeven aan het volk

Weet u nog hoe Troelstra op 12 november 1918 in de Tweede Kamer de machtsovername opeiste?

Vast niet.

U was nog niet eens geboren, die toespraak duurde drie uur, u heeft geen politicologie gestudeerd, en u zou op uw tweeënnegentigste de bijzonderheden van de rede zijn vergeten.

Troelstra zei:

‘Wanneer gij mij de vraag stelt: wat is uw rechtsgrond, dan zeg ik: Volgens de laatste verkiezingen, ik geef dat toe, zijn wij op het oogenblik misschien nog een minderheid in het land; maar wanneer gij de vraag stelt: wat geeft u het recht desnoods te grijpen naar de macht, dan antwoord ik u: de rechtsgrond is onze noodzakelijkheid en onze onmisbaarheid’.

Wilders zou het morgen ook zo kunnen bedoelen als hij een spoeddebat kreeg over de schandelijke wijze waarop zijn partij buiten de informatie wordt gehouden. Dat bedoelde hij ook al in Engeland waar hij zich liet huldigen als de aanstaande premier van Nederland. Niet omdat hij intussen de meerderheid in het land had verworven, maar omdat hij ook zijn beweging noodzakelijk en onmisbaar waande. ‘Idealisme’, hoor je dat wel eens noemen. ‘Doodenge mensen die dag en nacht opgesloten en bewaakt moeten worden’, zou ik zelf zeggen

Waarom zou een partij niet buiten de informatie mogen worden gehouden? Als ze de helft plus 1 stemmen hebben gehaald is het nog wat anders – maar de PVV haalde een zesde van het totaal aantal beschikbare zetels. Aardig, en meer dan Troelstra toentertijd. Maar nog geen kwart van de meerderheid. En zonder een aardig programma. U weet toch dat Geert elke zaterdagmiddag zijn nieuwe fractie coachte, en hoe dat ging?

‘Waar zijn wij het meest tegen, mevrouw A?’.

‘Tegen de hoofddoek, meneer Wilders’.

‘Hoofddoek? Zeggen wij hoofddoek?’

‘Nee, sorry meneer Wilders, kopvod natuurlijk.’

‘En tasjesrovers, meneer B?’

‘Marokkanen, meneer Wilders!’

‘Is dat niet al te vriendelijk, meneer B?’

‘Ach, excuses. Marokkaans tuig, meneer Wilders’.

‘En de koran, meneer C?’

‘Verscheuren, verbranden, en op de schroothoop, meneer Wilders’.

‘Is dat alles?’

‘Hè, dat vergeet ik telkens. Ook nog verbieden, meneer Wilders’.

En tot slot riep de Leider: ‘En hoe schieten wij bij voorkeur op moslimcriminelen?, en dan scandeerde het gezelschap schaterlachend: ‘Door de knieën!’, en dan zat de training er weer op.

Die dingen had Troelstra geloof ik minder. Die liet zich er ook moeilijk op betrappen dat hij bijvoorbeeld de klassenstrijd als leerstuk van de ene nacht op de volgende ochtend zou laten vallen om met de Rutte van zijn tijd een coalitie te mogen vormen.

Wat Geert overigens vooral dwars zit is het staatshoofd, met wie Troelstra het (volgens biograaf Fasseur) op zijn beurt nou juist weer goed schijnt te hebben kunnen vinden. Droeg Pieter Jelles in 1913 niet een te nauwe broek toen hij op audiëntie moest, of juist eentje die afzakte? En had koningin Wilhelmina geen schik gehad in zijn praatjes? Maar Wilders kan niet tegen dat onschendbare. Wilders kan volgens mij überhaupt slecht tegen prerogatieven die hij als toch tamelijk eenvoudige koekenbakker uit Venlo moet ontberen. Daarom kan hij evenmin tegen Tjeenk Willink – in naam, in uiterlijk, en in functie every inch lid van de elite. ‘Trouwste adviseur’ van koningin, had hij de media het afgelopen weekend al weer honderd keer horen jubelen – ja, dat mocht je wel zeggen: Tjeenk Willink dat was ze eigenlijk zelf.

Sinds ze zich in een (zelfgeschreven, schendbare!) kerstboodschap had laten ontvallen dat we aardig moesten zijn voor de islamiet, wist hij zeker dat ze nooit PVV-stemster zou worden. Ook zij moest dus worden teruggegeven aan het volk

Ik zag laatst nog een stukje van die sportlerarenbruiloft in Stockholm. Toch misschien goed dat Trix nog niet van het Zweedse model is geworden.