Ik ben geen echte voetbalfan. Als Ajax in de Champions League speelt, drink ik net zo makkelijk een biertje in een kroeg zónder groot scherm. En voordat het WK begon, herkende ik niet elke Nederlandse speler. Soms ga ik naar de Amsterdam Arena, echter alleen uit antropologische overwegingen.
Maar als ik de bal dan eenmaal zie rollen, schreeuw ik op de steile tribunes de longen uit mijn lijf en laat ik me gedwee optillen door mijn buurman die drie maanden gezeten heeft voor de slag bij Beverwijk. Het is mijn voetbalparadox: ik kan de sport vakkundig negeren, maar verlies mezelf zodra ik 22 man om de bal zie strijden. Zoals tijdens het EK 2007 voor spelers onder de 21. Ik begon dat toernooi te volgen rond de tachtigste minuut van de halve finale en kreeg daardoor voor het eerst ruzie met mijn vriendin. Het sloeg volgens haar nergens op om kermend op de grond te kijken naar de strafschoppenserie. Onbegrijpelijk, want ik vond dat het enige gepaste gedrag op dat moment. lees verder›



