In het Amsterdamse fotografiemuseum FOAM is een tentoonstelling te zien van modefotografen Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin. Zij zijn zowel in de kunst- als de modewereld succesvol en dat is zeldzaam, leerde ik bij binnenkomst. Zoals bij elke conceptuele tentoonstelling heb ik bij elk werk minstens tien seconden braaf gedacht: wat willen ze hiermee zeggen? Voorbeeld: een blonde vrouw in rubber staat in een doorzonhuiskamer met de gordijnen dicht. Die wist ik meteen: in saaie suburbs gebeuren de meest smerige dingen. Bij een portret waar ijzeren draden uitstaken, moest ik het antwoord schuldig blijven.
Hoewel ik met het vragenspel mijn geest een ochtend langs de slijpsteen legde, blijven me vooral de talloze blote borsten bij. Van supermodellen, zoals Kate Moss en Raquel Zimmerman. En die van Inez zelf. Sommige borsten hadden geen tepels of behoorden – verrassend genoeg – bij iemand met een penis. Een andere foto toonde een vrouw met van die opgezwollen zongebruinde siliconenborsten die allebei de andere kant op wijzen. Ze droeg een masker dat geleend leek uit The Pirates of the Caribbean. Een Amerikaan liep met zijn zoontje langs. „Look at that”, riep het jochie, dat ik vijf jaar schatte. „Oh, that’s a strange face”, zei vader. Er struinde ook een vrouw met een baby rond. In de smalle gangetjes bleef ze af en toe stilstaan om met haar BlackBerry een foto vast te leggen. Ik wachtte dan geduldig. Als ik geïrriteerd raak, kan ik het namelijk ook niet meer opbrengen om bij elk werk te raden naar de bedoeling van de kunstenaars. Dan zie ik alleen nog maar die borsten. Daarom negeerde ik iemand die een ventilatieschacht in de muur ramde – zeker weten geen performance art – en gaf ik alle tijd aan een bejaarde man met twee brillen die heel lang in een hoekje met een naaktfoto van het Estse model Carmen Kass bleef staan.
Mijn vragenspelletje kent naast irritatie nog een andere bedreiging: museummoeheid. Na ongeveer veertig minuten raak ik een beetje versuft. M’n maag begint te rommelen, ik krijg een droge tong en begin te gapen. Een vriendin van mij had het ook, maar kwam ervan af toen ze stopte met het lezen van de bordjes. Helaas kan ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. In FOAM sloeg de museummoeheid ook toe. De borsten hielden me lang scherp, maar toen ik een ruimte met een selectie zeldzame vintage prints van plantenstudies inliep, was ik verloren. Misschien kan ik de museummoeheid bestrijden met training. Misschien verdwijnt het met de jaren. De man met de twee brillen bleef zeker twintig seconden staan bij de lamium maculatum; de gevlekte dovenetel in bloei. Tot die tijd blijf ik de kassa’s van museumcafetaria’s spekken met driedubbele espresso’s.



