Een kunstenaar in je kennissenkring geeft het leven onverwachte wendingen. Laatst dronk ik op een doorsnee zaterdagmiddag koffie op een bankje bij een pastaboer. Naast mij stond een bord met restjes pasta. Net toen ik mijn espresso ophad en heel even m’n ogen voor de zon sloot, ging een van mijn kunstenaarskennissen in het bord pasta zitten. Hij vertelde een verhaal over het verschepen van manshoge stenen uit Zuid-Amerika en knuffelde een dakloze die claimde dat ze bij haar afstudeerceremonie op het conservatorium een spijkerbroek onder haar toga droeg. Toen de bedelende mevrouw van het halflege bord pasta begon te eten, nam de kunstenaarskennis me even apart. „Ik zit midden in een acid test”, zei hij. En daarna, op een zakelijke toon: „Weet je wat trouwens grappig is? Ik zag net een libel voorbijvliegen. Die had een spanwijdte van zestien centimeter.”
Zo’n kunstenaarskennis breekt de dag lekker open. Alles is opeens mogelijk. Helaas is het steeds moeilijker om ze te vinden. Het wordt kunstenaars namelijk niet makkelijk gemaakt. Aan de gulle subsidies ligt het niet. Het probleem zit ’m in de vergunningen.
Neem het Magneet Festival. Een vrijheid-blijheidfeestje dat voortvloeit uit de legendarische Magneetbar op Lowlands; de plek waar Moke optrad terwijl Ronald Plasterk gejonast werd. Initiatiefnemer Jesse Limmen wilde met achttienhonderd mensen bij strandtent Timboektoe in Wijk aan Zee een beleving creëren à la het Amerikaanse woestijnfestival Burning Man. Belangrijkste motto: geen toeschouwers, iedereen doet mee. Van tevoren kon je Limmen mailen met een briljant idee – ‘ik wil yoga in de zee geven’ – en dan zou hij je helpen met het realiseren. Helaas waren er acht agenten tekort om de veiligheid te garanderen en werd het festival tien dagen van tevoren afgelast.
Geef me honderd woorden meer en ik noem nog vijf voorbeelden van vrolijkmakende initiatieven die stranden bij het vergunningenloket. Maar dit moet geen zure column worden. Daar zijn er al genoeg van. Roep ‘fuck het systeem’ en merk hoe er niks gebeurt. Op naar het volgende feestje. Het Magneet Festival heeft 1.713 Facebook-fans, die moeten ergens hun creativiteit botvieren. Niet alleen online, maar in de échte wereld. Niet met CGI, maar met hout en spijkers. Of een drijvend yogamatje.
Laten we mogelijkheden creëren. Voorbeeld: een jeansimperium liet een leeg pand achter in hartje Amsterdam. Twee creatievelingen regelden dat ze daar tot de verkoop een broedplaats mochten beheren. Onder de noemer Lev Kaupas coachen ze nu cultuurondernemers en geven ze in hun expositieruimte een podium aan jonge kunstenaars.
We kunnen wel zeiken, we kunnen wel naar Berlijn verhuizen, maar kunst met een impact van een reuzenlibel komt voort uit beperkingen.



