Archief van berichten op 19 juli 2010

Iedereen die weleens in een ziekenhuis is geweest en met medische specialisten te maken heeft gehad, kan erover meepraten: de hooghartige zorgverlener die zich gedraagt als de Verlosser zelve, zonder een greintje fijnbesnaardheid.

Vrienden van de medische faculteit wisten het ook al te vertellen: sociale vaardigheden worden in de opleiding nagenoeg niet getest. Vakkennis gaat voor horkerigheid, zo luidt het onuitgesproken devies. En de ervaring leert dat dat ook zo is: wie assertief gaat zitten doen voorafgaand aan een ingreep omdat er weer eens ongevoelig is gecommuniceerd, krijgt het gevoel zijn eigen leven op het spel te zetten. En dus houden de meesten wijselijk hun mond.

Een van deze bevriende artsen ging zelf een keer onder het mes, en dat was een leerzame ervaring, vertelde hij. Het gebrek aan uitleg, aandacht en vriendelijkheid, niet van het verplegend personeel, maar van de specialisten, choqueerde hem.

Onlangs haalden twee van die Verlossers de krant omdat zij zich ergerden aan patiënten die er steeds meer de gewoonte van zouden maken zichzelf centraal te stellen. Daar moesten we meteen vanaf, redeneerden zij, want voor je het wist was de mening van de patiënt de norm.

Het ging hen speciaal om vechtende MS-patiënten die onderzoek hadden gevraagd naar een nieuwe maar omstreden therapie. In plaats van gedegen voor te lichten, schaarden specialisten de nieuwbakken methode fluks onder de categorie kwakzalverij en bestempelden de naar overlevingskansen zoekende afhankelijken als een ‘hyperige massa’.

Het was een reactie die aardig voldeed aan die van de hooghartige zorgverlener die het gedram van de aan trends onderhevige massa geen moment kon verdragen. Of die van de Verlossers bij wie het nooit was opgekomen dat het er in hun vak nou juist om ging de patiënt centraal te stellen.

Je zou ze haast de ziekte wensen, het hele clubje, opdat ze zouden leren wat het is om radeloos en afhankelijk te zijn. Maar ja, je doet het niet, uit angst dat er niemand overblijft die zich over jou ontfermt. En dat, arme patiënt, weet de specialist maar al te goed.

We zitten op de bamboe veranda van een klein en leeg restaurant en kijken uit over het strand en de zee, aan de horizon dobberen vissersbootjes. De zon staat laag en maakt de hemel roze, over het witte zand trippelen kleine krabbetjes. Op de tafel vóór ons staan flessen lokaal bier, iemand rookt een sigaret van het schimmige merk White Horse. Ik krab aan een muggenbult. Het is stil.

Tot iemand van onze groep plotseling brult: „Jongens! Hier is wifi!” Onmiddellijk graait de rest verheugd in hun tas, en een moment later is iedereen verdiept in e-mails van het thuisfront, nieuwe reacties op Facebook en de Achterklap-pagina op NU.nl. De rest van de avond praten we over de hatemail aan Octopus Paul.

lees verder