Renske: Je Vakantiepersoonlijkheid
Er kunnen grote verschillen zitten tussen degene die je thuis bent, en je Vakantiepersoonlijkheid. Zodra je de eerste tentstok in de grond duwt of de vochtige lucht rond een vliegveld inademt, verander je. En is het goed mogelijk dat je even later gesprekken hebt van het soort: „Ik dacht dat jij garnalen de kakkerlakken van de zee vond?”
„Ja, zeker, maar nu ben ik op vakantie.”
Een vriend waar ik veel samen mee reis, luncht in Nederland het liefst elke dag buiten de deur met luxe broodjes mozzarella. Eenmaal in het buitenland leeft hij echter plots volgens een strikt budget, wat hem vaak voor intrigerende dilemma’s zet. („Even kijken… als ik nu deze schone kamer met fan neem, dan betekent dat… minimaal twee dagen de grijze gehaktballetjes van dat ene straattentje eten.”) Ikzelf ben precies andersom: in Nederland probeer ik zuinig te leven, maar eenmaal op vakantie badder ik mijn voeten in avocado-lotuswortelmousse.
Wat op vakantie ook anders is dan thuis, is mijn behoefte om mensen te ontmoeten. In het buitenland is het altijd makkelijk om contact te maken, het volstaat om bij een tafel met andere toeristen aan te schuiven en te zeggen: „De apentour al gedaan? Echt een aanrader. Maar draag geen geel, dan vallen ze je aan.”
Ik begrijp dat veel mensen dit juist een van de aardigheden van het reizen vinden. En in Nederland vind ik niets leuker dan zomaar een ijsje gaan eten met iemand omdat je per ongeluk over zijn teen bent gereden. Maar op vakantie is het ook een bron van ingewikkelde situaties. In ons hotel bij een kustdorpje werden wij aangesproken door een Zweedse jongen, die voor het eerst alleen een verre reis maakte. Hij zei ons nonchalant gedag, maar op zijn voorhoofd stond in koeienletters: hallo hallo mag ik asjeplease met jullie praten ik ben zo eenzaam ik heb net een sms’je naar mezelf gestuurd.
De rest van de avond dronken we bier, speelden we spelletjes en namen vrolijk afscheid. Maar bij het ontbijt was hij er weer, klaar om aan onze tafel plaats te nemen.
Hier werd het moeilijker.
Hoewel de vorige avond heel leuk was geweest, wilden we nu ook wel weer met ons groepje zijn, genieten van onze tijd hier samen, Nederlands praten, ongepaste grapjes maken over knobbeltenen. Tegelijkertijd wilde niemand de jongen afwijzen. Dat is de moeilijkheid van mensen ontmoeten op vakantie: thuis zou je kunnen zeggen „Nou, ik ga weer eens naar huis.” Hier moesten we zeggen: „Nou, ik ga maar weer eens naar dat andere tafeltje, twee meter van jouw beschuldigende gezicht vandaan.” Dat kon niemand. We deden wat we ook in Nederland zouden doen: we verzonnen een smoes. En begonnen plannen te maken voor de doorreis.



