Renske: De sok-in-sandaaldrager

Vandaag was de eerste dag van de Vierdaagse, het wandel-evenement dat in zijn voorbereiding langzaam begon te klinken als een militaire operatie. Voor mij is wandelen nooit meer geweest dan een vrolijk ommetje door het bos op slippers, maar het betreft hier Serieus Wandelen. Ik hou van mensen die doen aan Serieus Wandelen. Het zijn mensen die aan de ene kant van een bepaalde simpelheid houden: een optimistische tred, een traag veranderend landschap, het geluid van knerpende bladeren onder de schoenen. Aan de andere kant is er juist de obsessie voor de vernuftig technische kant: Serieuze Wandelaars hebben gadgets. James Bond-achtige gadgets, als James Bond een kakikleurige afritsbroek zou dragen. Een superabsorberende handdoek die je kan opvouwen tot de grootte van een postzegel, lichtgewichtaluminiumwaterflessen, gel-voetzooltjes, wandelschoenen die je voeten begrijpen, thermos-T-shirts die zich aanpassen aan je lichaamswarmte.

Maar waar ik waarschijnlijk nog het meest voor zwicht, is het feit dat deze hightech gadgets gecombineerd kunnen worden met een totaal smoezelig voorkomen. In mijn verbeelding heeft de Serieuze Wandelaar niets op met uiterlijk vertoon. Ik denk aan vijftigjarige mannen met slobberige shirts, (net iets te) korte broeken en een mosgroene slappe safarihoed. Ik denk aan katoenen zakdoeken, knisperig en stijf. En ja, ik denk aan sokken in sandalen.

Ik begrijp niet waarom sokken in sandalen zo’n slechte reputatie hebben gekregen. Als er íets vertederend is op deze wereld, dan zijn het niezende babypanda’s. En meteen daarna komen sokken in sandalen. Het heeft iets totaal ongevaarlijks, iets zachts, iets ‘hee hallo! Weertje hè!’ Daarbij heeft de sok-in-sandaaldrager ook nog historisch gelijk: de Romeinen droegen al sokken in hun sandalen. Het zou niet meer dan logisch zijn om de sok te omarmen. (Beter nog: wij vrouwen zouden ook zelf sokken moeten gaan dragen in onze gladiator heels.) Wie heeft ooit beweerd dat sulligheid en charme niet samen gaan?

Natuurlijk begrijp ik dat mijn beeld van de wandelaar enigszins geromantiseerd is (een mogelijke nasleep van een Ko de Boswachter-obsessie?) De mensen die nu de Vierdaagse wandelen zijn vast geen gemoedelijke sandaaldragers, maar mannen en vrouwen in strakke neonkleurige sportbroekjes, zweetbandjes en moderne, aerodynamische wandelschoenen. Maar wellicht zijn er toch nog wat wandelaars onder hen die wel sandalen dragen. Wandelaars die onder de haviksblik van hun vrouw de sok al jaren geleden hebben afgezworen en nu met tegenzin hun tenen laten wapperen in de wind. Mannen die het niet meer durven, maar nog steeds, diep in hun hart, vóélen dat ze eigenlijk een sandaalsokdrager zijn. Die mannen roep ik op dat gevoel te volgen. Ik hoop op een zegetocht van witte sokken.