Renske: Het mooiste onderdeel

Soms hoor ik van mensen dat ze niet meer genieten van het slapen in een hotel, ze hebben het al zo vaak gedaan dat de kamers saai zijn geworden en de slechte matrassen een straf. Ik denk dat als je eenmaal dat stadium bereikt hebt, je emotioneel bankroet bent en het leven wellicht geen zin meer heeft. Slapen in een hotel is namelijk een feest.

Gisteren sliep ik een nacht in een Belgisch hotel. Zodra ik de kamer binnenkwam, gooide ik mijn tassen neer en knipte de tv aan, waar in bevredigende Teletekst-achtige letters stond: welkom, mevrouw De Greef. Dat is altijd een mooi begin. Vervolgens las ik uitgebreid de informatiemap, en wandelde langs de miniflesjes shampoo, douchegel en het verpakte douchemutsje (wat is dat toch met die douchemuts? Zijn er nog mensen van na WOII die dat echt gebruiken? Ik kan een hele hoop toiletartikelen verzinnen waar ik in hotelverpakking meer prijs op zou stellen. Zoals een minihaarkammetje, zodat ik niet als The Thing naar bed moet omdat ik mijn borstel ben vergeten.)

Maar daarna ging ik snel slapen, zodat de ochtend sneller zou aanbreken. Want daar gloorde het mooiste onderdeel van het hotelbezoek: het ontbijtbuffet.

Er zijn ontbijtbuffetten in alle soorten, en het is altijd spannend welke je voorgeschoteld zal krijgen. Aan de onderkant van de buffetketen staat het Klefontbijt, het ontbijt dat in de grote en goedkope ketens wordt geserveerd: een rij met plakjes ham en plakjes kaas, wat treurige broodjes, een machine voor zuur sinaasappelsap en een schaal vruchtjes uit blik die eruitzien als ondefinieerbare stukjes geel en wit, drijvend in troebel sap. Het enige lichtpunt zijn de plastic miniverpakkingen hagelslag, die altijd vertederen, alsof het de kindjes zijn van volwassen hagelslagpakken.

Hierna klimt het ontbijtbuffet gestaag op, met verbeteringen en aanvullingen, tot je langzaam in de ontbijtbuffethemel komt. Hier is alles. Knapperig brood, verse jus en grapefruitsap, zilveren bakken met scrambled eggs, een keur aan soorten Franse kaas, minipotjes jam, croissantjes, fruit, taart. En je staat stil in trance, en kan alleen maar denken: moet-eten-nu.

Ook dit ontbijtbuffet was overvloedig. Gewapend met een bord struinde ik de rijen af, en probeerde dat volgens de wetten van zwaartekracht en ergonomie zo vol mogelijk te laden. Toen ik ging zitten, keek ik uit op een berg brie, bepoedersuikerde croissantjes, koffiebroodjes, meloen, yoghurt en honing. Daarnaast stonden glaasjes thee, sap en karnemelk.

Een uur later was mijn tafel een slagveld, en probeerde ik met moeite het laatste restje koffiebroodje op te eten, terwijl ik daartussendoor hijgend „spijt, spijt, spijt” kermde. Ik waggelde terug naar mijn kamer om met buikpijn op bed te vallen.

Ik wou dat ik hier kon wonen.