Archief van berichten op 26 augustus 2010

De woorden die uitdrukken dat iets ‘in’ is, dat zijn de woorden die zelf het snelste uit raken.

Zo ging het met woorden als je-van-het, tof, gaaf, wreed en te gek. Ze raakten in, en een paar jaar daarop was je een loser als je ze nog gebruikte.

Ik herinner me dat tof niet meer kon, dus werd het gaaf, en daarna cool. Na cool kwam vet. En nu is ‘hard’ aan de beurt. Hard is het nieuwe vet. En je kunt er veel mee. Iemand kan ‘hard gaan’; dat betekent volgens mijn informant (man, 22) dat je ‘lekker gaat’, bijvoorbeeld als je dronken bent, of ‘heel lekker met een meisje bezig bent’.

Je kunt ook ‘hard komen’. Dat is minder seksueel dan het klinkt. De informant: „Het betekent dat je er goed uitziet, of een enorm goeie swagger hebt. Of veel succes hebt.”

Maar je kunt ‘hard’ ook heel basic gebruiken. Stel, je ziet een mooi meisje fietsen. Dan kun je tegen je vrienden zeggen: „Hard.” Je vrienden kunnen antwoorden: „Keihard.” Aldus de informant.

Over het algemeen wordt aangenomen dat coolheidswoorden uit raken op het moment dat ouders ze gaan gebruiken. Toch klopt dat niet. Ik heb al verschillende ouders van pubers gehoord die ‘vet’ zeggen. Dan weet je: vet is een blijvertje.

Ooit zijn er nog dappere pogingen ondernomen om ‘leip’ erin te krijgen, maar dat is nooit echt gelukt, want ‘vet’ is te sterk.

Leip is als prins Charles. Zit eeuwig te wachten op de macht, maar zijn moeder (ergo: het woord ‘vet’) gaat maar niet weg, en waarschijnlijk gaat prins William er uiteindelijk met de kroon vandoor. (Waarbij prins William in deze veel te ver doorgevoerde metafoor staat voor ‘hard’.)

Want ‘hard’ wordt het wel, mensen. En als er pubers of vroege twintigers zijn die dit lezen: ik hoor jullie honende gegniffel wel. Want jullie zeggen al jaren ‘hard’, dus dzjieieieiezus, dit stukje komt wel heel erg laat.

Maar vergeet niet: ik ben mid-dertig, en stam nog uit de tijd dat alles gaaf was. Of, godbetert, tof.

paulien cornelisse

Alles is handel, ook de Holocaust. ‘I am the seller from the original Anne Frank chestnut’, meldt een mafkees op eBay. ‘On 21 november 2007 that chestnut sold for 10240 dollar. Now I am offering a tree grown out of an original Anne Frank chestnut.’

‘The Ultimate Souvenir’ roept een andere dwaas, die 750 dollar per kastanje wil. Op Marktplaats wemelt het van stekjes, stukken schors, takken (‘laatste stukken gaan nu d’ruit’) en kastanjes (‘doet u een rieel bod’, ‘Heb nog een halve emmer vol ! Dus OP IS OP !!!’).

Zelf heb ik nog een stekje in de aanbieding van de Major Oak uit Sherwood Forest, waar Robin Hood onder schuilde. De eikels gaan per opbod weg. Eerdere kopers hadden ook interesse in mijn zonnebloempitten, met bijbehorend certificaat van hun afstamming van Van Goghs zonnebloemen. Voorts, in een combipak met Berlijnse Muurgruis: de pik van Joseph Goebbels. Voor 12.000 mag-ie weg.

Zelfs handelaren zonder authentieke Anne Frank-gadgets kunnen aanhaken bij de business die oorlog heet. Zo biedt ‘JUMBAflame’ haardblokken aan die gemaakt zijn van (nee écht!) dezelfde kastanjesoort als de Anne Frankboom: ‘een haardblok welke van binnen ontbrand. Prachtig effect voor de zwoele avonden!’

Al die kastanjehandelaren hebben vast in hun handjes gewreven, toen Rob Trip in het Journaal met plechtige graftoon zat te verkondigen hoe die kastanje achter het raam voor Anne (snif) het symbool was (snif) voor de vrijheid.

Ke-tjíng, kassa. Fox News erbij. Reuters, CNN, kom er maar in! Sterven in Bergen-Belsen biedt een tienermeisje allerminst bescherming tegen exploitatie vijfenzestig jaar later.

Wat als die boom en haar loodzware stutconstructie op een kinderwagen was gevallen? Zou de Stichting Support Anne Frank Tree, die per se die zieke boom overeind wilde houden, dan hebben volhard? Die club schreeuwde destijds moord en brand, alsof het omkappen haast een daad van antisemitisme was.

De stap van bevlogenheid naar fundamentalisme is een kleine.

Vraag: hoeveel bomen zijn er gekapt om die 20 miljoen exemplaren van Anne Franks dagboek uit te kunnen geven?

Christiaan Weijts

Mijn vader houdt van computers. Hij kocht onze eerste computer al toen ik één jaar was, voor mijn gevoel niet lang na de tijd dat computers nog een hele zaal besloegen en meer stroom gebruikten dan een middelgrote stad. Die van ons was juist klein, ratelde innemend als je hem opstartte en kende maar één kleur: helgroen. Er zat een spelletje op dat Mix and Match heette waar je Sesamstraatfiguren kon husselen door bijvoorbeeld de voeten van Pino onder het lijf van Ernie te plakken. Elk husselresultaat werd voorafgegaan door een Koekiemonster met koksmuts op, die in een grote pan soep roerde. Ik leefde voor dat Koekiemonster. Ik denk dat ik mijn gehele derde levensjaar in trance achter het beeldscherm heb doorgebracht.

lees verder