Archief van berichten op 6 september 2010

Het Binnenhof is de komende tijd de tribune voor een nieuw atletisch spektakelstuk: de sprong over de eigen schaduw. Nu alleen Paars-plus en een middenvariant nog haalbare coalities lijken, moet zowel links als rechts de sportbroekjes aantrekken om dé politieke stoplap van 2010 om te zetten in daden: ‘over je eigen schaduw heen springen.’ De nieuwe sport is niet exclusief Nederlands. Australië en Groot-Brittannië wokken voor het eerst sinds het Neolithicum coalities bij elkaar. België is veranderd in een paardenbloem: even blazen en de boel vliegt uit elkaar. De fragmentatie is een onvermijdelijk gevolg van een sluipende gedaanteverwisseling die de politiek heeft ondergaan: van een volksvertegenwoordiging naar een supermarkt. In verkiezingstijd vullen we onze karretjes met concurrerende producten (hypotheekrenteaftrek, AOW-leeftijd, kinderbijslag), zonder ons aan de kassa in het stemhokje te bekommeren om een coherentie die verder reikt dan de eigen koelkast.

Kiezen is kopen. De kieswijzers onderschrijven dat stilzwijgend door politieke programma’s te behandelen als warenhuiscatalogi. Als onze bestellingen vervolgens niet voldoen aan onze verwachtingen, wapperen we met bewaarde garantiebonnetjes.

Wat zagen we de laatste jaren aan demonstraties? Studenten voor studiebeursbehoud, schoonmakers voor meer loon, cafébazen tegen het rookverbod. Hartenkreten van kleine groepjes. Geen Malieveld voor overstijgende doelen als schone lucht of het klimaat. Alleen al de gedachte aan spandoekzeeën tegen de verrommeling van onze ruimtelijke ordening werkt op de lachspieren.

Intussen faciliteren de politieke partijen onze consumptieve houding enthousiast. In die branche is Geert Wilders de gulste prijzenvechter. Zijn assortiment is eclectisch, zorgvuldig op maat geknipt voor de goegemeente. Rechts een schap met immigratiestop en politieknuppels, links bejaardenzorg en kinderbijslag. Naar een onderliggend wereldbeeld zul je in die Aldi-keten vergeefs speuren. Tekenend is dat ‘ideologie’ binnen de autoritaire bedrijfscultuur daar zelfs geldt als overtreffende trap en onwettige uitwas van ‘religie’.

Ook in de democratisch georganiseerde partijen is het uitverkoop. In de VVD was er hoegenaamd niemand te vinden die bezwaar maakte tegen het weggeven van de liberale beginselen door het op een akkoordje te gooien met de PVV, die in al haar poriën anti-liberaal is. Waarom bleven de liberalen zo ijzig stil? Omwille van de eigen politieke belangen, de kwartaalcijfertjes van hun vestigingen, de filiaalomzet, de carrièrekansen. Kiloknallers als kaartje naar Vak K.

Ook het CDA verkocht z’n christelijke ziel aan de blonde zot uit Venlo. Pas toen die z’n onderhandelaars aan tafel tot het uiterst sarde, waren er eindelijk – eindelijk! – drie fractieleden te vinden met een laatste bodempje moraal in hun donder. Drie maar! De andere negentien vakkenvullers en caissières schaarden zich lafhartig achter het lompe opportunisme van filiaalleider Verhagen.

Tot zover de schaduw. Nu de sprong. Hoe verleid je producenten en consumenten van politieke producten (met de gratis accessoires van nieuwsfeiten en opinies) om meer oog te krijgen voor het collectief, om middelpuntzoekende krachten te mobiliseren in de samenleving, om de sprong te maken over de schaduw van de supermarkt naar gedeelde belangen in de grotere buitenwereld?

Hadden we nog maar oorlogen met buurlanden, of watersnoodrampen! Toen wisten we het wel, wat ons gedeelde doel was. Nu overschrijden onze bedreigingen onze landsgrenzen. Al-Qaeda houdt nergens kantoor. De klimaatsverandering stopt niet voor de douane. Tegelijkertijd houdt ook ‘het collectief’ zich niet meer exclusief binnen de landsgrenzen op. Voorheen Nederlandse bedrijven hebben Amerikaanse directeuren en backoffices in India. We zijn closer met onze Facebook-vrienden in Canada dan met de buurman. We richten onze schotelantennes op Mekka.

Die situatie vereist een ander begrip van gemeenschappelijkheid, en dus een andere morele taal om die gemeenschap te raken. Die taal zal nu in de schaduwspringcompetitie tussen links en rechts gevonden moeten worden. In plaats van peilingcijfers en eigen politieke carrières zullen de ethische opvattingen op tafel moeten komen en tot iets samenbindends moeten versmelten. Zelfs de economische invullingen, die vanouds in onderhandelingen centraal staan, zijn daar ondergeschikt aan. Die vloeien immers voort uit een visie op rechtvaardigheid. Begrotingen staan nooit los van mensbeelden.

Dat klinkt allemaal vreemd, zelfs wat weeïg, omdat we niet gewend zijn dat politici op zo’n ethische en ideologische manier (in plaats van een pragmatische) denken over het besturen van de polis.

Dat we afkerig zijn geworden van ethische politiek komt vooral doordat de meest recente vertegenwoordigers ervan zo halsstarrig vasthielden aan een veel te beperkte, tamelijk irritante opvatting van het begrip moraal: de ‘normen en waarden’ van Balkenende en zijn calvinistische kornuiten, het dierenwelzijnsfundamentalisme van de Dierenpartij, de kritiekloze goedgeefsheid van de linkse partijen aan de zwakkeren, enzovoorts. Ze vertolkten de beperkte moraal van, opnieuw, kleine groepjes en hun hobby’s. Daarmee bereikten ze vooral dat het leeuwendeel van de bevolking de pest kreeg aan élke morele uiting. Dat leverde vervolgens weer de lichtelijk komische situatie op dat grote groepen sociaal zwakkeren zich aansloten bij de heersende mode om rechts te stemmen. En straks staren ze allemaal met beteuterde gezichtjes naar de rekeningen van hun crèches en huisartsen.

De ‘schaduw’ waar ze op het Binnenhof ‘overheen moeten springen’ is die van een morele crisis. De komende weken moet blijken of dat mogelijk is, of dat de uitdrukking zoiets betekent als ‘water laten branden’.

Ook heimelijk teleurgesteld dat een regering met de PVV van de baan is? Ik had het wel willen meemaken. Niet omdat ik een fan ben, maar omdat ik het samen met nog een paar miljoen Nederlanders wel heb gehad met het zaaien van verdeeldheid door die partij. Geert Wilders is onbedoeld de katalysator voor principeloosheid geworden, waardoor menig rechtgeaard politicus van het rechte pad is afgeweken om ook ‘klare taal’ te prediken. Zo is de VVD opeens de nieuwe Centrum Partij geworden, blijkt het CDA de grondwet ook niet te respecteren, voelen zelfs gematigde politici zich genoodzaakt een mening te vormen over de private keuzen van Nederlandse moslims en is ‘praten als Janmaat’ de nieuwe norm.

Dat onze principes buigen in de wind heeft Wilders goed zichtbaar gemaakt. Hij heeft ons duidelijk gemaakt dat de angst krachtiger is dan het gezond verstand en het goed fatsoen. Onrust stoken blijkt minder moeilijk dan het lijkt – we zijn snel van ons stuk gebracht en ongewapend tegen zoveel brutaliteit.

Dat hebben we dan geleerd. Tot zover, Wilders, bedankt. Maar niet verder. Niet nog eens in de oppositie. Niet nog meer ‘flutstukken van het slechtste kabinet ooit’, en weer die ‘achterlijke culturen’ of ‘aan elkaar geregen onzin’ waar ‘geen jota’ van klopt. Om met groter venijn meer angsten aan te wakkeren, en het impulsief stemgedrag van de verongelijkten verder aan te moedigen.

Want bij zoveel meningen die door de onderbuik en de korte termijn worden gestuurd, kun je op je klompen aanvoelen dat de PVV in de oppositie enkel zal groeien, en de narigheid na de volgende verkiezingen alleen maar groter wordt.

In het scenario ‘hoe komen we zo snel mogelijk van de PVV af’ was ‘regeren’ een riskante, maar waarschijnlijk snelle optie geweest. Was het onaangepaste en asociale deel van het Nederlandse beleid geworden, had dat ons land zoveel schade toegebracht, dat een herhaling van die dwaling onwaarschijnlijk ware geweest. En had de PVV zich ingebonden, dan was het probleem vanzelf verdampt.

Nu zullen we daar langer op moeten wachten.

Floris-Jan van Luyn

O p de basisschool konden rages van de ene dag op de andere je leven beheersen. Zo ben je nog een kind in groep zes dat nadenkt over werkwoorden, het volgende moment ben je geobsedeerd door de gedachte een Daffy Duck Flippo te bezitten.

Toen ik een jaar of negen was, diende zich op mijn school een nieuwe hype aan: het fantasy kaartspel Magic. Door het mysterieuze karakter van het spel (vol wezens en werelden en termen als mana) speelden jongens het altijd in bijpassend stilzwijgen en afgezonderd van de rest, in de gang onder de gekleurde kapstokken.

lees verder