Paulien Cornelisse: Moeten willen
Als je in de politiek zit, ontkom je er niet aan. Er komt een dag dat je gaat zeggen: „Dat moeten we niet willen met z’n allen.”
Alsof iedereen de hele tijd bezig is lekker mee te denken
Meestal gaat het dan om een maatregel waar jij tegen bent. „We kunnen wel gaan bezuinigen op het onderwijs, maar dan kan over twintig jaar niemand meer z’n eigen naam schrijven. Dat moeten we niet willen met z’n allen.”
‘Dat moeten we niet willen’ klinkt nobel. Alsof hier groot onheil wordt afgewend. Het is echter vaak codetaal voor: ‘Dat willen we niet moeten’. Meer belasting betalen, dat willen we niet moeten.
Maar als je dat zegt, klink je als een zeurderig kind. Dus zeg je: dat moeten we niet willen, en lijkt het of je een soort verzetsstrijder bent.
Wil je als politicus origineel zijn, dan kun je het ook net anders formuleren, en maak je ervan: „Daar moeten we met z’n allen nog maar eens heel diep over na gaan denken. Of we willen dat onze kleinkinderen alleen nog maar radioactieve, kankerverwekkende spinazie kunnen eten.” Ja, laten we daar eens diep over na gaan denken. Alleen bij stellingen waar niemand het mee oneens kan zijn, wordt er opgeroepen tot diep nadenken.
Het ‘met z’n allen’ is trouwens altijd een nuttige toevoeging.
Ten eerste vanwege het saamhorigheidsgevoel dat wordt afgedwongen. We moeten er met z’n allen over na gaan denken of we Griekenland er weer bovenop willen helpen. In praktijk denken we daar helemaal niet met z’n allen over na; en als we dat al zouden doen, zijn er natuurlijk toch maar een paar naar wie daadwerkelijk geluisterd wordt.
Maar ‘met z’n allen’ klinkt alsof de democratie voortdurend in actie is, alsof iedereen de hele tijd bezig is lekker mee te denken over de maatschappij, in plaats van zich zorgen te maken over kwesties van het type: keukenkastjes rood of crème verven?
‘Met z’n allen’ werkt ook lekker vanwege de al dan niet bewuste Miniplaybackshow-associaties die het oproept. Als ik een politicus ‘met z’n allen’ hoor zeggen, dan zing ik daar graag keihard doorheen: „Met z’n allen, met z’n ahallen, met z’n allen zingen wij vanavond ge-fe-li-ci-teerd!”
Ik hoor dan niet meer wat er verder nog gezegd wordt, maar de stemming zit erin.



