Net een half uur naar de persconferentie van Moussa Ibrahim geluisterd – de officiële woordvoerder van kolonel Gaddafi. Fascinerende man. Spreekt vloeiend Engels, wijt alle ellende in zijn land aan de NAVO en zat er, toen hij het dodental van de afgelopen 24 uur opsomde, tot twee keer toe een kleine duizend gesneuvelden naast – iets waarvan hij straks in het Libische parlement wel zal toegeven dat het een „onhandige rekensom” was.
Waarvoor excuses.
Natuurlijk moest ik onmiddellijk terugdenken aan de Irakese minister van Informatie, u weet wel: de man die, zelfs toen Saddam Hoessein al in de Amerikaanse kappersstoel zat en diens standbeeld van zijn sokkel werd getrokken, vrolijk bleef volhouden dat het Irakese leger „alles onder controle” had. In een oorlog sneuvelt de realiteitszin altijd als eerste. Zo ook bij Moussa: die wilde na 42 jaar brute onderdrukking opeens „democratisch overleg” met de rebellen, om te kijken of er ook een „vreedzame oplossing” mogelijk was.



