Renske: Slipjes snaaien in de Zeeman

Als ik vroeger met mijn moeder de stad in ging, wilde ze nog weleens naar de Zeeman toelopen voor sokken. Zodra ik (veertien jaar en in een permanente staat van allesverterende schaamte) in de gaten kreeg wat haar plan was, trok ik haar met mijn volle gewicht de andere kant op. „Mà-am”, riep ik, terwijl ik ondertussen in paniek rondkeek of er misschien klasgenoten in de buurt waren die hoofdschuddend hadden genoteerd dat wij een millimeter in de richting van de Zeeman waren bewogen. De Zeeman was een absoluut taboe – als je ouders bij Zeeman en Wibra kochten, was je een Zebra-kindje. Erger kon haast niet.

Er zijn niet veel merken die van imago veranderen, maar de Zeeman is het gelukt. Het begon met de knalgele Zeeman boxers, waarbij de merknaam in enorme letters op het elastiek pronkte – net zoals bij die van Björn Borg. De ironische hommage werd omarmd en de Nederlandse man droeg fier het Zeemanrandje boven de broek. Daarna kwam de glorieuze Amsterdam International Fashion Week stunt, waar Zeeman onder het nepmerk FRANK een Zeemancollectie de catwalk opstuurde en pas na de show de ware producent onthulde.

En nu heeft ontwerper Bas Kosters, wiens kleding eruitziet als een vrolijke orgie van kleur, robots, fantasiedieren aan de LSD en discodip, een ondergoed- en nachtkledinglijn voor de winkel ontworpen. Vanaf gisteren ligt het in de winkel. Ik ging naar de dichtstbijzijnde Zeeman om te zien of mensen elkaar al vechtend in bakken huidkleurige bh’s of kleurboeken duwden. En om zelf wat slipjes mee te snaaien.

De winkel zit in een klein winkelcentrum. Er is haast niemand. Toch loopt het storm, volgens de verkoopster. „Toen wij het zagen, dachten we: dat verkoopt toch helemaal niet? Maar iedereen wil het hebben.” Bij de kassa staat een meisje met zware oog make-up te wachten, in haar armen een kluwen Bas Kosters ondergoed. „Ik moest het meenemen voor al mijn vrienden en mijn broertje en mijn nichtjes”, legt ze uit.

De verkoopster komt weer bij de bak staan, waar ze de omgewoelde stapels slipjes en boxers geroutineerd begint op te vouwen. Om haar hals glinstert een ketting, die in sierlijke, gouden letters haar naam spelt: Angela. „Ik kon hem ook helemaal niet”, zegt Angela, „die Bas. Maar ik heb net gehoord dat ie echt een statement wil maken enzo.” Ik vraag of ze het zelf ook mooi vindt. Ze kijkt naar de collectie. Vrolijk gekleurde zeemansfiguurtjes kijken terug. „Nee”, bekent ze. „Het is zo’n zeemanslogo.”

Als ik mijn hipsterslipjes afreken, vraagt ze of ik een tasje wil. „Schamen mensen zich nu ook minder voor de tasjes?” vraag ik. Angela schudt resoluut haar hoofd. „Iedereen heeft al een tas bij zich, als ze hier komen. Vooral die oudere dames: ze willen wel de onderbroeken dragen, maar niet gezien worden.”

Ik neem het tasje van haar aan, zonder hem in een andere tas te doen. En voordat ik naar huis ga, koop ik snel nog wat sokken voor mijn moeder.