Paulien Cornelisse: Bemensen

Ik hoorde Herman Wijffels op de tv iets zeggen over de bemensing van het kabinet. Het klonk onheilspellend, als of we een nieuwe planeet hadden ontdekt die door ons onderworpen moest worden.

Alle vrouwen worden tegenwoordig ‘mevrouw’ genoemd

In werkelijkheid was het natuurlijk een poging om het woord bemanning te vermijden. Er mogen tenslotte ook vrouwen meedoen.

Het blijft een moeilijk iets, die vrouwelijke termen. Ik geloof dat in Amerika het woord ‘chairperson’ behoorlijk is ingeburgerd. Toch klinkt het lullig. (O pardon: geslachtsdelig.)

Andere pogingen tot taalverandering zijn minder soepel verlopen. Tijdens de tweede feministische golf realiseerden Engelstalige feministen zich hoe belachelijk het onderscheid tussen ‘miss’ en ‘mrs’ was. Waarom zou je aan de aanspreekvorm van een vrouw moeten kunnen zien of zij al dan niet getrouwd was, terwijl mannen alles lekker in het midden konden laten? (Je zou ook omgekeerd kunnen redeneren: waarom mochten vrouwen zo gemakkelijk laten zien dat ze getrouwd waren, en werd dat plezier mannen ontzegd? Maar daar was het de tijdgeest niet naar.) De feministen besloten een derde term in het leven te roepen: ms (uitgesproken als ‘miz’). Bedoeld voor vrouwen die hun huwelijkse staat niet wilden vermelden. Een paar jaar na de invoering van deze term is er onderzoek gedaan naar de associaties die ‘ms’ opriep. Resultaat: vrouwen die zichzelf ‘ms’ lieten noemen, werden gezien als militant-feministische mannenhaatsters, die hoogstwaarschijnlijk nog lesbisch waren ook.

Dat hebben Nederlandse feministen toch handiger aangepakt. In plaats van een nieuw woord te verzinnen, drongen ze aan op de afschaffing van de woorden ‘juffrouw’ en ‘mejuffrouw’. Alle vrouwen worden tegenwoordig ‘mevrouw’ genoemd. Weg probleem.

Maar dan nog. Dan ben je blijkbaar een mevrouw, zit je nog met je beroep. Neem mijn geval: ik doe aan cabaret, ik noem mijzelf regelmatig cabaretier, maar ik vind dat een lelijk woord dat bovendien niet past. Anderen noemen mij cabaretière, maar dat klinkt nog veel erger; als een aandoening, bijvoorbeeld migraine. Laten we het over ‘comedienne’ maar niet eens hebben. Het schrijven dan. ‘Schrijfster’ vind ik tuttig klinken, maar als ik mezelf schrijver noem lijkt als of ik een of ander punt wil maken. Een punt dat mijzelf niet eens duidelijk is.

Bij Jan, Jans en de Kinderen was ooit een stripje over een vrouwelijke timmerman. Ze noemde zichzelf niet de timmervrouw, maar ‘de timmer’. Dat is natuurlijk de oplossing. Ik moet mijzelf ‘de schrijf’ noemen. Klinkt ook meteen een stuk praktischer. Noodzakelijk, haast.