Renske: Chickenosaurus
Het was een harde klap voor mij en voor alle mensen die met mij nog steeds heimelijk hoopten dat er ergens, in een geheim laboratorium in een holle berg, wetenschappers met ernstige gezichten vloeistof in een erlenmeyer rond lieten walsen, uitslagen tegen het licht hielden en uiteindelijk, op een late avond, opgewonden en zwetend rond een couveuse zouden staan om daar toe te kijken hoe een klein Tyrannosaurus Rex-klauwtje door de eierschil heenbrak. Maar nee. Er kan een robotauto naar Mars, er kan een machinegeweer 3d geprint worden, maar gewoon even een Triceratops terughalen zodat wij er in een middelgrote zandbak omstebeurt rondjes op kunnen rijden, dat gaat dan weer niet.
Mama, als ik ooit een Velociraptorbaby krijg, zal ik er écht goed voor zorgen, echt écht waar
Een groep wetenschappers bevestigde vorige week dat DNA niet lang genoeg houdbaar is om dinosaurussen weer tot leven te wekken – en dat Jurassic Park dus nooit realiteit zal worden. Teleurstellend genoeg, want hoewel de film behoorlijk met bloederige lichaamsdelen en waarschuwingen over ‘rotzooien met Moeder Natuur’ strooit, is wat je er uiteindelijk aan overhoudt toch de gedachte: „Mama, als ik ooit een Velociraptorbaby krijg, zal ik er écht heel goed voor zorgen, echt-echt-écht waar, ik zal hem altijd zelf uitlaten en te eten geven en de bak verschonen en ik raak heus niet na drie weken op hem uitgekeken, ik belóóf het!”
Eerst las ik dat we alleen nog een kans hebben om de dodo terug te krijgen. Dat is wel even de verwachtingen bijstellen: van een veertien meter lange vleesverslindende T-Rex naar een dodo, de vogel die volgens de overlevering zo ongeveer vrijwillig op de barbecue ging liggen met een smakelijk stukje tijm in zijn snavel. Maar goed, de goeiige dodo lijkt me wel een prima gezelschapsbeest, dus ik verheug me op de dag dat hij ergens op een kinderboerderij in de buurt rond waggelt.
Daarna las ik echter dat er ook nog steeds een kans bestaat om een mammoet tot leven te wekken: dit DNA is minder oud en dus nog bruikbaar, bovendien schijnt er beenmerg te zijn gevonden dat gebruikt kan worden om het beest te klonen. Dat is geweldig nieuws: een mammoet! Een olifant die van langharig tapijt lijkt te zijn gemaakt! Met enorme gekrulde slagtanden! Wat een feest moet het zijn om die te zien! Ik denk nu al aan alle YouTubefilmpjes van de kleine pasgeboren mammoet die over zijn harige slurf struikelt en in een bad vol schuim gaat en gekamd mag worden door een paar bijzonder fortuinlijke verzorgers. En aan de exclusieve handgebreide mammoettrui die ooit te koop zal zijn.
En dan is er nog de laatste hoop voor de dinoliefhebbers onder ons: de paleontoloog Jack Horner – die als expert meewerkte aan Jurassic Park en op wie de hoofdpersoon gebaseerd is – werkt al een tijd aan zijn droom: de Chickenosaurus. Hij is ervan overtuigd dat je bij een kip, een dinosaurusafstammeling, de evolutie kan terugdraaien en de genen zo kan herprogrammeren dat ze iets gaan doen wat ze heel lang geleden deden: tanden, een staart en drievingerige klauwen vormen.
De Chickenosaurus: het klinkt als een nieuwe hamburger van McDonalds. Maar wie weet reis ik ooit nog naar een tropisch eiland, om het magische Chickenosaurus Park te bezoeken.



