Arjen van Veelen: Orange Jaïpur Tea

Dit schrijf ik vanaf een olifant. Tenminste, zo voelt het: ik heb de deining van het beest nog in mijn lijf. Ik ben in Jaipur, India. In deze stad is een ritje met een olifant de officiële, onontkoombare attractie. Je hobbelt in een bakje op de rug van het dier naar het toverpaleis van de maharadja op heuvel, waar ook de tempel is van een Hindu-god, die whiskey lust. Daar krijg je op je voorhoofd een rode stip.

Bloemen en kleuren: armoe is in India vrolijk en Disney-achtig

En dan vraagt de gids: „Was it according to your liking, sir?”

Jaipur kende ik alleen van een doosje Lipton-thee thuis in mijn kast: een warm oranje doosje met een dromerige vrouw in een sari en op de achtergrond het paleis van de Maharadja. Orange Jaïpur Tea, met de frisse smaak van sinaasappelsnippers.

Mooi doosje. Maar in het echt is alles voortdurend zo anders.

In het echt heb je bijvoorbeeld: armoede. Dat hebben ze thuis niet. In het echt zit je in een taxi op weg naar de olifantenrit. Je ziet vrouwen zo oud als je oma scharrelen in troep naast een reusachtig reclamebord voor Skyfall. In het echt duw je je telefoon tegen de taxiruit en schiet je mooie Instagram-plaatjes van de verschopten, de gedenivelleerden.

Je zoomt in op een vrouw in een feloranje gewaad langs de kant van de weg die met haar kleuterkinderen oranje bloemen aan elkaar rijgt tot vrolijke slingers, vrolijke bloemenslingers om te verkopen voor een habbekrats.

Bloemen en kleuren: armoe is hier een Keukenhof, vrolijk en Disney-achtig, zoals de Hindu-goden ook Disney-achtig zijn.

Een fotogenieke topattractie. Beter dan de olifant.

Dat valt niet uit te leggen aan de gids.

En het valt niet uit te leggen aan mijzelf.

Ik denk alleen dat reizen je horizon niet verbreedt, maar beetje bij beetje verbrijzelt.

Dat je je bijvoorbeeld voorneemt om ieder debat over koopkracht voortaan te beschouwen als treurig getrut.

En dat thuis de thee straks iets anders zal smaken, omdat je heel andere oranje plaatjes hebt gezien dan op het doosje.