Floris-Jan van Luyn

Columns door Floris-Jan van Luyn

Floris-Jan van Luyn (1967) is filmmaker en journalist. Hij heeft geschiedenis gestudeerd en Chinees geleerd in Leiden, Peking and Taipei. Hij is de maker van vier documentaires en een korte speelfilm, De Chinese Bubble (2011), De Regenmakers (2010), Koning Aap (2009), De Onverboden Stad (2008) en Cyberkoelies (2006). Op de documentaire filmfestivals in Rome, Sheffield en Genève is zijn film De Regenmakers uitverkozen tot beste documentaire. Hij is auteur van Een Stad van Boeren, De grote trek in China (2004/2008), A floating City of Peasants (2008) en co-auteur van China en de Nederlanders (2008). Voordat hij zich vestigde als onafhankelijk filmmaker was hij werkzaam voor NRC Handelsblad, eerst als correspondent in China, daarna als redacteur Zuidoost-Azië en Noord-Amerika.

De val van China’s toptalent Bo Xilai is meer dan een soap en toont de dictatoriale kant van het land. Geloof de propaganda dus niet zomaar.

De ondergang van een van China’s getalenteerdste politici, Bo Xilai, heeft alle elementen van een sappige krimi. Corruptie, machtsmisbruik en sinds vorige week zelfs (via zijn vrouw) verdenking van betrokkenheid bij moord. Het lot van Bo lijkt bezegeld.

De tragiek van China is dat een dictatuur nooit op haar woorden kan worden geloofd

lees verder

Weggaan is een gave. Maar de meeste carrières gaan uit als een nachtkaars. Hoofdrolspelers hebben een paar jaar van zich doen spreken. Pagina’s nieuws gevuld. Ze zijn goed geweest voor eindeloze analyses en commentaar. Roddel en achterklap. En dan opeens is het voorbij. Clinton verging het zo, Bush deed het zo, Blair, Schröder, noem maar op. En al waren ze bij leven onvergelijkbaar grijs en saai, of juist daarom, ook Balkenende en, eh, god kom, hoe heet ie ook alweer… Bos gingen in rook op. Nooit meer wat van gehoord. Een commissariaatje hier, adviseurschapje daar, duur betaald lullepotten over tijden die geweest zijn, maar meer ook niet.

lees verder

Terwijl de zelfverklaarde leider van de wereld zich vanuit Hawaii via Australië door de rest van Azië spoedde om zijn stempel op de regio te drukken, maakte ik de fout op koopjesjacht te gaan in Peking.

Ieder zijn ding – hij een machtsmonopolie, ik een goedkope spijkerbroek.

De gelijkenis van ons handelen viel me pas op nadat ik mij voor de honderdachtentachtigste keer een aanhoudende verkoper van het lijf had geslagen. Tussen de rekken vol sweatshop-confectie, realiseerde ik me opeens dat het eindeloze gebedel door de shophouders om kopers natuurlijk door hun westerse klanten zelf was veroorzaakt. Die laatsten wisten meestal koud uit het vliegtuig de hun onbekende verkopers zo’n reusachtige poot uit te draaien, dat ze zich ronduit gehaat hadden weten te maken. Vandaar het dwingend en onbeschaamd getrek – wie zich als een ploert gedraagt, wordt als een ploert behandeld.

lees verder

Gisteren is er voor de tweede keer op een dag iemand tegen me opgelopen. In gezwinde spoed, frontaal. Niets ernstigs, maar sinds een generatie gebukt door het leven gaat – omdat het kleine beeldscherm van een mobiele telefoon nu eenmaal beter te lezen is met je neus er bovenop – iets van alle dag. Althans in China.

China, ik zit er weer. En ik vind het land bij tijden een indringend voorbeeld voor een weg die je beter niet kunt gaan. Neem de obsessie voor nieuwe beltechnieken. Wie aan onze kant van de aardkloot gelooft dat wij al behoorlijk mobiel zijn, moet eens over straat in een Chinese stad. Daar is sms’en onder het lopen zo normaal als eten met twee stokjes. Meestal gaat dat goed, dat lopen zonder kijken – met de stroom mee, in opperste afwezigheid, meegesleurd door een massa die aanvoelt als een permanente intocht van Sinterklaas – maar waag het niet er tegenin te gaan.

lees verder

Wat hebben Cuba en Taiwan gemeen? Zo op het eerste gezicht niet veel. Cuba is een dictatuur, Taiwan een democratie. Cuba is economisch betekenisloos, Taiwan een economische krachtpatser.

Maar wat beide landen pijnlijk onder een noemer brengt is dat ze bewust worden geïsoleerd; de een door een democratie, de ander door een dictatuur. Met alle gevolgen van dien. Want ik durf best te gokken: zonder de Verenigde Staten en China een vrij Cuba en een open Taiwan.

Het blijft speculeren, maar in het licht van de zelfgenoegzaamheid over de rol van het Westen bij het beëindigen van dictaturen in het Midden-Oosten, geen onbelangrijke gedachte. Want als zes miljoen Libiërs door ons kunnen worden bijgestaan, hoe zit het dan met onze steun voor de 11 miljoen Cubanen en 23 miljoen Taiwanezen?

lees verder

Een gezin aan het einde van een doodlopende straat staat bekend als asociaal. De vuilnis ligt in de voortuin, de auto’s voor de deur zijn splinternieuw. Ze gaan er slecht met elkaar om, slaan met de deuren. Als iemand een grote mond heeft, volgen harde sancties. De kinderen worden aan hun lot overgelaten; pa en moe zijn soms dagen van huis en laten het dan breed hangen. Want de Doodlopertjes hebben een goedlopend bedrijf – in gestolen fietsen. En al weet de hele buurt dat het niet in de haak is, het is er spotgoedkoop en iedereen doet er zaken. De slechte sfeer en de ruzies die door de voordeur op straat rollen, nemen ze voor lief. Zo maakt de buurt steeds vaker ongegeneerd gebruik van de wetteloze deals die ze krijgt voorgeschoteld. Omdat iedereen het doet.

lees verder

Na 112.724 dode Irakezen en 4.478 dode Amerikanen is de tijd rijp voor de Verenigde Staten om te vertrekken uit Irak. Tegemoetkomend aan een oude belofte van George W. Bush. Ondanks die getallen, of juist uitrespect ervoor, had Amerika nog wel even willen blijven, zij het met een fractie van de 43.500 manschappen die er nog zijn. Maar dat voorstel zou afgelopen week zijn stukgelopen op het niet bereid zijn van de regering van Irak om Amerikaanse militairen immuniteit voor hun rechtspraak te verschaffen.

lees verder

Westerlingen die ooit wel eens in een ontwikkelingsland zijn geweest, worden vaak overvallen door de gastvrijheid en de bereidheid om te delen die daar bestaat. Dan wandel je bij wildvreemde mensen binnen en krijg je direct wat aangeboden uit de karige middelen waar ze zelf van moeten bestaan. Ingehaald door een gevoel van dankbaarheid en onmacht gooi je de ranzige yak-boterthee zonder te proeven in een teug achterover. In al je uitverkoren rijkdom besef je maar al te goed dat eigenlijk jij degene had moeten zijn die had moeten delen met de onbedeelden, niet andersom.

lees verder

Het zij de 55 miljoen onderdrukte Birmezen vergeven dat zij weinig geloof hechten aan de democratische intenties van de nieuwe regering van het land. Maar wat zich op dit moment in de armste dictatuur van Azië afspeelt, verdient onze volle aandacht.

Het nieuwste signaal van mogelijke verandering was dit weekend afkomstig van het Birmese ministerie van censuur: het departement voor Toezicht op de Pers, dat bij monde van haar directeur opriep tot opheffing van het instituut. De reden: ,,Censuur voldoet niet aan democratische waarden.’’ Een machtig inzicht voor een dictatuur – al krijgt het pas betekenis als het ook gebeurt.

lees verder

De ‘wereldterrorist’ die vrijdag in Jemen werd gedood door een onbemand vliegtuigje van de CIA had rechten. Dat klinkt vreemd, omdat we eraan gewend zijn dat de Verenigde Staten onbemande vliegtuigen laten ontploffen op vermeende terroristen, waarvan niemand gelooft dat die rechten hebben.

Maar dit slachtoffer was in de Verenigde Staten geboren, en dat, zo menen sommigen, zou een verschil moeten maken. Anwar al-Awlaki was een Amerikaans staatsburger. Het kopstuk van Al-Qaeda in Jemen bleek zelfs een vader te hebben. Een Amerikaanse vader. En die had zich zorgen had gemaakt over zijn zoon, wiens opruiende anti-Amerikaanse praatjes de hele wereld overgingen. Niet dat pa’s zorgen dáár naar uitgingen, nee, het was de oude Awlaki te doen om de Amerikaanse dodenlijst waarop junior was beland. Want van de Verenigde Staten mocht hij al veel langer dood. Vader Nasser stelde de vraag waarom. Mocht een Amerikaanse burger die nooit een formele aanklacht ten laste was gelegd wel door de Amerikaanse staat worden gedood?

lees verder