Rondom kapitein Kroon, die vorig jaar als eerste Nederlandse militair sinds 1955 door koningin Beatrix tot ridder in de Militaire Willemsorde (vierde klasse) werd geslagen, lijkt het even stil te zijn geworden. Hij is intussen voor onbepaalde tijd met verlof gestuurd, zijn advocaat doet onderzoek naar de aard van de tegen zijn cliënt ingebrachte beschuldigingen, de minister van Defensie is van mening dat de verdenkingen niets afdoen aan de heldendaden waarvoor Kroon zijn hoge onderscheiding ontving, ik heb al drie dagen geen foto gezien van het café dat hij in ’s Hertogenbosch drijft, en De Telegraaf noemt hem consequent ‘Marco’, waaruit we kunnen afleiden dat redactie en hoofdredactie van het veelgelezen ochtendblad hem bij voorbaar van elke schuld vrijpleiten, anders zouden ze het wel consequent over ‘drugsverdachte M.K.’ hebben gehad.
Columns door Jan Blokker
Hertalers verdienen in beginsel ons diepste wantrouwen. Omdat zij het Nederlands van P.C. Hooft, Justus van Effen, E.J. Potgieter en Lodewijk van Deyssel niet meer begrijpen, en aannemen dat u en ik het dan zeker niet meer begrijpen, zien ze het als hun sociaal-culturele taak om Hooft, Van Effen, Potgieter en Van Deyssel voor onze generatie weer toegankelijk te maken, door de moeilijke passages in het verouderd proza te schrappen, of – zoals Van Dale het uitdrukt, ‘te fraseren in eenvoudiger bewoordingen’.
Tot 3 maart hebben we nog vier zondagen te goed, dus Buitenhof kan nog vier keer vanwege de gemeenteraadsverkiezingen apart aandacht besteden aan lokale politieke onderwerpen. Dat doen ze. Met een soort minzaamheid. Zoals je vroeger naast het Journaal ook Van gewest tot gewest had. Hoe ze in Veenpenning hun begrotingstekort hebben opgelost. Wat in Braswater de meerderheid krijgt: een zwembad of het door de lokale Geert Dales aanbevolen World Trade Centre. En zal het veelbesproken ‘weiland van Groenzolder’ ongerept blijven of toch bebouwd gaan worden?
Eigenlijk had ik het vandaag over geld willen hebben, maar ik werd afgeleid door de komst van een rapport getiteld Polarisatie en radicalisering in Nederland, een verkenning naar de stand van zaken in 2009.
Als je de resultaten van een onderzoek zo durft te noemen, bedoel je te zeggen: we hebben diverse artikelen gelezen, we hebben een paar representatieve Nederlanders opgebeld, en na erop te hebben gespuugd, hebben we de wijsvinger van onze rechterhand in de lucht gehouden om vast te stellen waar de wind vandaan kwam.
Hoe staat Eurlings precies in de ANWB?
U begrijpt misschien niet wat ik bedoel, maar dan heeft u de laatste maanden niet goed naar Den Haag geluisterd.
Als een Kamerlid de laatste tijd van een minister wil weten wat hij of zij van het Nederlands basisonderwijs vindt, vraagt hij niet: wat vindt u van ons basisonderwijs?, maar: hoe staat u in ons basisonderwijs? – zoals Balkenende al in geen jaren meer iets heeft gezegd, maar z’n mond uitsluitend nog open doet om er iets mee ‘aan te geven’.
Hoe noemden Italianen uit de dagen van Mussolini het ook weer als je wettelijke bevoegdheden niet onderbracht bij een democratisch gekozen volksvertegenwoordiging, maar ze als het uitkwam bijvoorbeeld ook wel eens gunde aan een groepje automobilisten dat zwoer bij de Wegenwacht?
O ja: corporatisme.
En welke Nederlanders uit de dagen van C.R.M. Romme flirtten ook al weer met het idee van een semicorporatieve staat?
Verrek ja: de katholieke Nederlanders uit wier nest ook de beoogde opvolger van CDA-leider Balkenende is gevlogen: kroonprins Camiel Eurlings! Zo zie je maar weer dat in Nederland de politieke nuances kunnen veranderen, maar dat de grote lijn verzekerd blijft.
‘Ik hoor van een collega dat Geert graag dubbelzinnige sms’jes stuurt aan het vrouwelijk schoon van de fractie. Ze zijn zo subtiel geformuleerd dat het geen seksuele intimidatie mag heten. Hij schrijft dan dingen als: Ga je nog wat leuks doen vanavond? Ik wou dat ik nog 23 was’.
Fragment uit het vierdelige schoolopstel dat Karen Geurtsen voor HP/De Tijd heeft mogen schrijven omdat ze als undercoverstagiaire tot het partijbureau van de PVV was doorgedrongen. En met haar belevenissen was ze meer dan welkom bij het aan onthullingen verslingerde opinieweekblad.
‘Aan de deur wordt niet gekocht.’
Prachtige, voor geen enkel misverstand vatbare bordjes waren dat vroeger.
Er werd gebeld, je keek door het ronde gluurgaatje en zag, zwaar uitvergroot, een arme sloeber met garen en band in de koude avondlucht staan. Je opende de verschillende dievensloten, keurde het individu uiteraard geen blik waardig, en strekte een vinger in de richting van de mededeling die, recht en slecht opgeschroefd, aan duidelijkheid niets te wensen overliet, en tikte er streng op:
Wat mij betreft begint vandaag het nieuwe jaar.
M’n laatste bijdrage verscheen hier op 28 december 2009, en nog diezelfde dag werd ik door een ervaren brandweerteam het huis uitgetakeld naar een gereedstaande ambulance, die me voorzichtig naar het ziekenhuis hobbelde.
‘Ik kan het hebben’, rekende ik mezelf op de brancard nog optimistisch voor. Dit zou me één snipperdag kosten, want m’n volgende columnbeurt was op vrijdag en dat was Nieuwjaarsdag (dus die zondag met Strauss) en daarna hoefde ik pas weer op maandag de vierde. Slechts één weekje reces! Langer diende een normaal mens ook niet ziek te blijven.



