Maartje Wortel

Columns door Maartje Wortel



In Rotterdam gebeurt het! Rotterdam, de stad van de Euromast, Ted Langenbach, Architectuur, Erasmus, Conny Janssen Danst, (wijlen) Pim Fortuyn, TENT (O, daar is het echt altijd zo fijn), Ahmed Aboutaleb, Boijmans van Beuningen, Zomercarnaval, Rien Vroegindeweij en Jan Oudenaarden (die zijn héél grappig!) Rotterdam is ook de stad waar de metrolijn wél gelukt is, de stad van Jules Deelder, oudejaarsavond, de Koopgoot, NRC Handelsblad, Geen Daden Maar Woorden festival, Watt, Tikibar, en ga zo maar door.

lees verder

1. Ken je Sophie Calle? Daar zijn twee antwoorden op mogelijk. 1. Ja. 2. Nee.

Als je haar niet kent: Sophie Calle is een Franse kunstenares. Als je haar wél kent, dan ken je haar niet persoonlijk waarschijnlijk, maar haar werk. Van de andere kant: als je haar werk kent dan ken je haar bijna persoonlijk. Misschien zelfs persoonlijker dan de mensen die je wél persoonlijk kent.

2. Ben je wel eens in Museum de Pont in Tilburg geweest? 1. Ja. 2. Nee. (Ik doe geen enquête of iets, dit zijn geen Camiel Eurlings – achtige praktijken, maar ik wil dat het voor iedereen duidelijk is waar ik het over heb.)

lees verder

In Nijmegen, bij een tijdschriftenhandel, zit een man achter de kassa. Hij draagt een zwarte schipperstrui en een ribbroek. Daaronder steken bergschoenen die bedekt zijn met opgedroogde modder. Hij bladert door een tijdschrift. Misschien bladert hij zijn hele leven al door tijdschriften. Zijn handen zijn groot en sterk. Hij is zo’n man die in het bos zou kunnen werken, een man die met zijn blote handen struiken uit de grond trekt.

De radio staat aan, zacht. Haast onverstaanbaar klinkt er nieuws uit Nijmegen. Iets over files. De grootste werkgever van de stad, de Radboud Universiteit en het ziekenhuis UMC St Radboud, heeft een plan bedacht met flexibele werktijden, meer thuiswerken, elektrische fietsen en een snelbus. Het werkt, het fileprobleem is kleiner geworden. Daarna start het liedje ‘Boerderij’ van Roosbeef; ‘ ’t Is mooi, ’t is klaar, ’t is goed, ’t is gedaan, ’t is op, ’t is rond, ’t wordt plat.’ Buiten is het begonnen te regenen.

lees verder

Je hebt het een en het een en het ander. Dit en dat. Peper en zout, man en vrouw, lovers en haters (i love haters), moslims en joden, appels en peren, oorlog en vrede, zwart en wit. En meer van dit en dat.

Zie je hoe verbroederend het woordje ‘en’ kan werken? Nou, let op, daar gaan we. Je hebt de Kamasutrabeurs en de ChristenUnie . Als je het zo stelt, is er niets aan de hand. Het één sluit het ander niet uit. Ze kunnen naast elkaar leven. Prima verder. Iedereen in de gloria, allemaal blij en tevreden.

lees verder

Vandaag beginnen de parlementaire verkiezingen op enkele Antilliaanse eilanden. Oh man, daar is een heel gedonder mee.

Premier Emily de Jongh-Elhage heeft eerst opgeroepen om niet naar de stembus te gaan omdat het geen zin heeft om te stemmen voor een ‘leeg land’. Mooie woordcombinatie is dat; ‘leeg land’. Haar woorden zijn inmiddels weer ingeslikt, een ‘leeg land’ kun je heel makkelijk wegnemen; toch naar de stembus. Ik ben benieuwd wat de opkomst is, democratie maakt lui, bovendien moet er in oktober 2010 opnieuw gestemd worden.

lees verder

Soms, ook al is het geen vakantie, ben ik op zoek naar een vakantiegevoel. Zoekende mensen schieten over het algemeen niet erg veel op. Ik ken ook heel veel mensen die de liefde van hun leven aan het zoeken zijn en die vinden ze natuurlijk niet want de liefde van je leven bestaat niet.

Goedemorgen trouwens.

De liefde van je leven bestaat heus wel, die ga ik echt niet van je afpakken nu, op een doordeweekse dag bij het ontbijt (wel eten hè?), maar laten we een compromis sluiten; de liefde van een gedeelte van je leven dan. Ga daar maar eens naar op zoek, die vind je misschien wel, al is het voor een avond.

lees verder

Mijn vader stond op mijn voicemail. „Spreek ik met mijn dochter”, zei hij. „Je klinkt als een zombie.” Daarna sprak hij mijn hele voicemail vol, want aan de tijd die de providers daarvoor geven heeft hij niet genoeg. Mijn vader is een man van het gesproken woord, hij kijkt met zijn mond, zou je kunnen zeggen.

Ik belde terug. „Ik weet niet of ik je dochter ben”, zei ik. „Dat moet je aan mama vragen.”

„Het lijkt wel of je dood bent. Die stem op je voicemail. Of bijna dood bent. Of in ieder geval dood wil.”

lees verder

Aan de overkant van het water liep een vrouw met drie kleine hondjes. De hondjes hadden allemaal een vestje aan in verschillende kleuren. Een vlag aan de gevel van een hotel gaf de wind een gezicht. Een jongen kuste een meisje. Ik hoorde het meisje zeggen: „Je hebt koude lippen.” Gelukkig trok de jongen zich daar niets van aan; hij kuste haar opnieuw.

Er zwommen twee zwanen voorbij. Ik dacht: zwanen blijven altijd bij elkaar. En net toen ik dat dacht, hoorde ik een stem: „Hee, nerd!” Een inspirerende tekst die voor mij bedoeld was. Het was een vriendin die ik al een tijdje niet gezien had. Misschien was ze daarom ook een vriendin. Ze kwam naast me zitten. „Dr. Phil is vreemdgegaan”, zei ze. Ik keek naar buiten, de zwanen waren weg. „Echt?” vroeg ik. Bijna wilde ik zeggen: „O-my-fuck-ing-God”, maar ik kon me net op tijd inhouden. Ik probeer een beetje mezelf te blijven de laatste tijd, vandaar.

lees verder

Bij een of andere etalage van een cd-winkel stond ik naar binnen te kijken. Op de stoep stonden ook twee toeristen. Een man die op een jongen leek en een meisje dat gewoon echt een meisje was. Ik vroeg me af hoe lang ze elkaar al kenden en wat ze dan van elkaar waren. Een seconde later maakte me dat al niet meer uit, ik ken die mensen niet dus ze moeten het zelf maar weten wat ze doen en waar.

„You heard what happenend to Haiti?” hoorde ik de man zeggen. Hij sprak Haïti wel een beetje gek uit, als een soort haaitie, alsof hij het over een vrouw had. „Haiti?” vroeg het meisje. „I don’t know a Haiti.”

lees verder

Zou ie vallen of zal ie niet vallen?

Dat kan je denken wanneer je uit het raam naar een voorbijganger kijkt, of wanneer je gaat pinnen bij je bank. Je kijkt naar de hemel en wil een wens doen. Misschien heb je een lot gekocht waarmee je kans maakt op een belastingvrij bedrag, of staat je kopje thee nu een beetje onhandig opgesteld.

Maar ik heb het natuurlijk over het kabinet. We hoopten het allemaal, toch? Dat het zou vallen?

Al is een tijdje terug uit onderzoek gebleken dat tweederde van de ondervraagden niet zo goed weet wat het kabinet precies is. Maar dat maakt niet uit, ze weten namelijk wél dat ze tegen zijn. Ik ben ook tegen hoor. Dat sowieso. Want om even met Agnes Kant haar woorden te spreken: „Wat een soepzooitje.”

lees verder