Ik kon hem niet weerstaan. We stonden tegenover elkaar en het was verrukking op het eerste gezicht, een tintelende opwinding tot in het puntje van mijn neus. En het allesomvattende besef: wij horen bij elkaar. Hoe had ik al die jaren zonder hem gekund? Hoe had ik geleefd met die gapende leegte in mijn bestaan? Hij zou met mij mee naar huis gaan, dat was duidelijk.
Oké, ik had de liefde van mijn leven gevonden. Maar hij was wel nogal groot
Hóé ik hem mee naar huis zou nemen was nog enigszins een probleem, aangezien hij een enorme loodzware bruine poef in de vorm van een Triceratops was. Daarbij stroomden de straten steeds voller met oranjegekleurde feestgangers. Nadat ik had afgerekend met zijn vorige eigenaars (de gretigheid waarmee ze mijn bedrag accepteerden deed vermoeden dat ik hem ook mee had mogen nemen met de belofte van een warm huis en een wellnessbehandeling met leerspray), pakte ik hem op. Zijn dinosaurushorens blokkeerden mijn zicht en mijn armen sloten nauwelijks om zijn dikke buik. Terwijl ik waggelend door de mensenmassa naar mijn fiets begon te lopen, leek het me toch verstandig even te evalueren: oké, ik had de liefde van mijn leven gevonden. Maar hij was wel nogal groot. En mijn huis maar zo klein. Daarbij begon ik me ook af te vragen wat mijn vriend van de aanwinst zou vinden: hij is zo iemand die zorgvuldig nadenkt over elke koop en bovendien vindt dat je wél genoeg diervormige spullen kan bezitten. En toen had ik een briljant idee: ik zou de poef aan hem cadeau doen.
lees verder›