Terwijl ik aanbel, haal ik uit mijn tas mijn cadeau: een fles supermarktwijn met een etiket dat voor mijn gevoel vaag genoeg is om misschien wel aangezien te worden voor een exclusieve biologische wijn, ooit gekregen van een excentrieke shagrokende boer uit de Dordogne.
Dan gaat de deur open en nodigt de gastheer, een vriend van me, me uit binnen te komen. Het is de eerste keer dat ik bij hem en zijn vriendin ga eten en terwijl we lichtelijk ongemakkelijk elkaar gedag zeggen, hang ik mijn jas op in de chique hal van hun prachtige huis. Net als ik hem wil volgen naar de woonkamer, zegt hij: „Zou je wel even je schoenen willen uitdoen? Het parket, weet je wel.”



