Rosanne Hertzberger

Columns door Rosanne Hertzberger

Rosanne Hertzberger (1985) schrijft op woensdag een column voor de opiniepagina van nrc.next en doet promotie-onderzoek aan de UvA in de moleculaire microbiologie.

Ik dacht dat ik eeuwig vrienden zou blijven met mijn groepje van de introductieweek. De verenigingen gooiden hun deuren open en even dacht ik dat ik voor altijd daar op de sociëteitsvloer zou blijven, dat ik nooit meer nuchter zou worden. Dat de ouderejaars de meest respectabele mensen in de wereld waren: mijn helden, mijn voorbeelden – ook al wist ik dat ze nooit zouden afstuderen.

Ik dacht dat ik voor altijd in mijn studentenhuis zou blijven wonen, waar de kerstspullen het hele jaar door bleven hangen en iemand koelkasten verzamelde op de gang. Ik zou die kamer nooit verlaten, laat staan de stad, laat staan mijn studentenvereniging. Ik zou in geen duizend jaar reünist worden.

Lang dacht ik dat ik nooit mijn studie zou willen afmaken, maar gewoon ergens in een café drankjes zou gaan inschenken, mijn leven lang. Later dacht ik dat ik mijn studie gewoon nooit zou afkrijgen, dat ik mijn scriptie nooit zou inleveren.

Maar vorig jaar begon ik te denken dat het allemaal wel zou eindigen. Dat ik genoeg zou krijgen van de pizzadozen op de vloer, van het zeurende gevoel in je hoofd, van het geldgebrek. En uiteindelijk kreeg ik er genoeg van. En ik studeerde af. En verliet de stad.

Ik heb wel wat advies. Advies voor iedereen die genoeg heeft van de lieve aai over de bol en van het begrijpelijke geknik. Advies voor wie niet eerst een vragenlijst wil invullen, of een persoonlijkheidstest wil ondergaan. Advies voor wie wil horen hoe een goed studentenleven geleefd wordt. En ik kan dat weten. Want ik heb er zeven jaar voor gestudeerd.

1Word lid

Word lid van een studentenvereniging. Van zo’n zuipende massa met meer dan duizend leden. Stel het niet uit tot je tweede jaar, ‘om eerst even te kijken of het allemaal wel gaat met je studie enzo’. Want juist in het eerste jaar hebben ze je veel te bieden. Verenigingen zijn erin gespecialiseerd om je in één klap ergens thuis te laten voelen, je vrienden te laten maken en ervoor te zorgen dat je ook nog in een fantastisch huis terecht kan, middenin de binnenstad.

En ja, het is kinderachtig: tijdens de kennismakingsweken zul je urenlang op de grond moeten zitten, banale liedjes moeten zingen, uitputtende opdrachten moeten uitvoeren. Maar het is effectief. Nu ik aan mijn eerste baan ben begonnen, zou ik heel graag met mijn collega’s een uurtje op de grond liedjes willen zingen als dat zou betekenen dat we daarna een hechte groep zouden zijn, dat we daarna op elkaar konden rekenen.

Dus dan maar kinderachtig. Binnen de kortste keren heb je een groep gelijkgestemden om je heen, die net als jij met bouwpakketten van Ikea in de trein moeten en niet weten waar de beste afhaalchinees is. Laat ze maar lachen: een vereniging is een garantie voor een fantastisch eerste jaar.

2Zuip gefaseerd

Met twee sociëteitsavonden per week en een disco op vrijdag dreig je na je eerste jaar van je studie te worden geschopt. Bij de meeste universiteiten geldt namelijk een bindend studie advies: als je niet genoeg punten haalt in je eerste jaar, moet je met je studie stoppen.

Hoe vaak heb ik niet gedacht dat ik, als ik de avond ervoor om vier uur ’s nachts zwaar bezopen mijn nestje in rolde, de volgende dag wel een paar uurtjes effectief kon studeren. De volgende ochtend heb je meer kotsneigingen dan concentratie. En zo is zowel het zuipen als het studeren geen succes.

Het trucje om vereniging en studie te combineren? Het gefaseerde zuipen. Je zuipt óf je studeert. Voor en tijdens je tentamenweek, gaat er geen druppel alcohol in jou en ga je vroeger naar bed dan je moeder. In die dagen ben jij vaste klant bij de universiteitbibliotheek en slik je extra vitamines voor een verhoogde concentratie.

Als je na twee weken bikkelen je tentamens allemaal hebt gehaald, mag je weer kansloos het licht uit je ogen drinken. Voor alle niet gehaalde tentamens is de zomer geschikt: in de hele maand juli is er niets te doen op de sociëteit en kun je je herkansingsmogelijkheden maximaal benutten.

3Let op je geld

Stomverbaasd zijn al die starters die twee jaar na hun afstuderen een brief van de IB-groep krijgen. Het is niet te geloven! Ze willen het geld dat je geleend hebt tijdens je studie terughebben! Ja, je moet het terugbetalen. Echt waar. Nooit zullen ze zeggen: ‘Het is al zo lang geleden, laten we het vergeten.’ Of: ‘Je bent zo’n knappe meid geworden, hou maar.’

In het slechtste geval betaal je vijftien jaar lang 250 euro per maand terug. Elke maand! Totdat je 40 bent! Zorg er dus voor dat je niet leent voor een vakantie, en al helemaal niet voor een jarenlange zuipvakantie in een middelgrote stad in Nederland. Maar investeer het in een studie die uiteindelijk zelf ook geld gaat opleveren. Dat betaalt een stuk makkelijker terug.

4Denk aan je cv

Bij studentenverenigingen zullen ze je vragen om ‘actief’ te worden. Er moeten gala’s worden georganiseerd, feestweken in goede banen worden geleid en de introductiedagen moeten fantastisch verlopen. Daar zijn mensen voor nodig, mensen met tijd. En zolang jij gelooft dat zo’n commissie goed is voor je cv, omdat je dan ‘aantoonbare sociale vaardigheden’ en ‘organisatiecapaciteiten’ hebt, besteed je weken zo niet maanden aan de organisatie van allerhande evenementen.

Maar toen ik dit jaar begon met solliciteren, schrapte ik het merendeel van die commissies van mijn cv. Uiteindelijk staat het namelijk nogal knullig, ‘organisatie lustrum week 2009’ en ‘galacommissie 2010’.

Het bedrijfsleven ziet liever affiniteit en relevante werkervaring dan al die ongerichte organisatiedrift. Ik had mijn tijd beter kunnen gebruiken om bijvoorbeeld een relevante stage te lopen, of een congres te organiseren. Daarmee onderscheid je je pas echt. Met ‘aantoonbaar sociaal vaardige’ afgestudeerden kun je de gracht dempen.

5Stop niet met je studie

In het eerste jaar vindt er een slachting plaats onder de studenten: één op de drie stopt met zijn studie. De afhakers weten niet of de studie wel geschikt voor ze is, of ze vinden het te saai. Dat het verder voornamelijk ontbreekt aan genoeg slaap voor de vereiste concentratie wordt als argument opzij geschoven.

Zolang je niet weet wat dan wel je ding is, kun je beter doorstuderen. De meesten van ons hebben nu eenmaal geen passie voor één bepaald vak. En het probleem is: dat denken we allemaal wel. Dus dwalen we over studiebeurzen, maken eindeloze studiekeuzetests, of besluiten om in godsnaam maar een half jaar te gaan trekken door Zuid-Amerika om ‘mezelf beter te leren kennen’.

Maar de kans is klein dat we in de Andes ineens onze passie vinden. Eigenlijk hebben we gewoon eventjes een jaartje verkloot. En dat doet extra veel pijn als we met al die opgedane levenservaring moeten aanschuiven in de collegebanken bij die oh zo groene eerstejaars.

Wat is er gebeurd met gewoon ouderwets doorzettingsvermogen? Een studie is nu eenmaal geen kattepis. En vooral je eerste jaar is taai: je moet je door enorme hoeveelheden saaie stof werken, veel tekst, weinig plaatjes. Eerst groente leren snijden voordat je een topkok kan worden. Maar aan de horizon bloeit hoop: tijdens je master mag je zelf vakken kiezen, projecten opzetten of stage lopen bij een bedrijf.

Ga dus, hoe uitzichtloos het ook is, gewoon met je huisgenoten mee naar de bibliotheek. Zet je telefoon uit, je koptelefoon op en houd stug vol. Ooit zal het zich uitbetalen.

6Ga naar het buitenland

Beurzen zijn er in overvloed en elke universiteit heeft een buitenlandbureau dat je kan helpen met de organisatie. Hoe fijn je vereniging, huis, vriendin of stad ook is, een semester in het buitenland is in bijna alle gevallen een fantastische ervaring. Het geeft je de kans om een nieuwe taal te leren, nieuwe mensen te ontmoeten – en je voorgoed te realiseren dat je mooie studentenstad niet het centrum van de wereld is.

De masterfase is bij uitstek geschikt voor zo’n tripje. De vakken kunnen dan daadwerkelijk een aanvulling zijn op je Nederlandse vakken en de meeste Nederlandse masters hebben een vrije keuzeruimte, die je mooi kan opvullen met een aantal specialiserende vakken in Barcelona/Parijs/Berlijn. Er is dus tijd, ondersteuning, en geld beschikbaar voor een semester in het buitenland. Het enige dat ontbreekt is jouw initiatief.

7Word iets!

Oh wat houden we van ‘breed’. Hoe breder je opgeleid bent, hoe beter. De studies waar ‘algemene’ voor staat, zijn populairder dan ooit. Want oh wee als je te specialistisch bent, wat zijn dan nog je kansen om algemeen directeur van een algemeen bedrijf in een algemene industrie te worden?

Uiteindelijk blijkt het een zwakke strategie. Mensen die alles kunnen, kunnen niets. Wees niet bang om deuren dicht te slaan. Geef richting en inhoud aan je studie door stages, keuzevakken en bijbanen in één richting te kiezen: dat levert een consistent cv op, waarmee je vastberadenheid en affiniteit kunt laten zien. Bedrijven zullen verheugd zijn met je sollicitatie.

Rosanne Hertzberger studeerde Life Science & Technology.

Even sloeg hij zijn blik neer, alsof hij het publiek niet meer onder ogen durfde te komen. Maar hij had het wel gezegd, luid en duidelijk: ‘een Palestijnse staat’. De Israëlische premier Netanyahu sprak in zijn ‘troonrede’ afgelopen zondag over een Palestijnse staat. Zonder leger, zonder controle over het luchtruim, zonder hoofdstad Jeruzalem, met groeiende nederzettingen en zonder terugkeer voor de Palestijnen die Israël verlieten in 1948, maar hij zei het wel: ‘Palestijnse staat’. Obama en de Europese Unie gaven hem prompt een staande ovatie. De hoge EU-vertegenwoordiger Javier Solana noemde het een belangrijke stap in het vredesproces. Want ‘the only possible solution is a two state solution.’

Maar voor Netanyahu was het een gemakkelijke concessie; iedereen in Israël weet dat het praten over een twee-staten-oplossing in praktijk weinig betekent. Tenminste, niet in de nabije toekomst.

Ook Avigdor Lieberman, de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, leek toeschietelijk naar de Palestijnen, begin deze week tijdens een overleg met zijn EU-collega’s in Luxemburg. Daar zei hij dat Israël bereid is met de Palestijnen te onderhandelen, zelfs „zonder voorwaarden vooraf”. Maar de als havik bekendstaande politicus zal zijn eerdere uitspraak in de Jerusalem Post nog steeds onderschrijven: dat een eventuele twee-staten-oplossing de laatste alinea van het gehele vredesproces is, en dus niet relevant is om nu te bespreken.

Door te roepen dat je vóór een onafhankelijke Palestijnse staat bent kan een Israëlisch politicus het westen geruststellen en de internationale handel waarborgen. Maar thuis weten ze dat het lege woorden zijn. Een verre toekomstdroom, en al helemaal geen oplossing op zich.

De situatie rondom Gaza is ondertussen verzand in een absolute patstelling. Hamas weet niet hoe het zijn bevolking moet voeden met dichte grenzen. Via smokkeltunnels komt er wel munitie binnen om Israël nog wekelijks onder vuur te nemen. En hoe agressiever Hamas wordt, hoe strenger de grenzen worden geblokkeerd. De wanhopige bevolking steunt de agressie van Hamas massaal. Maar met Hamas aan het hoofd van de Palestijnen verergert de situatie alleen maar. Want met Hamas kan je alleen oorlogvoeren, er valt niet te praten over vrede. Zij zijn namelijk niet voor een twee-staten-oplossing, maar voor het compleet wegvagen van Israël. En daar valt niet over te onderhandelen.

Kortom, pas als het geweld van Hamas kan worden beteugeld, kan er over een twee-staten-oplossing worden gesproken. Er is een langdurige vrede nodig waarin Israël een oplossing moet vinden voor de nederzettingen en de Palestijnen moeten tonen dat zij het terrorisme blijvend kunnen beteugelen. Voordat dat gebeurt is een twee-staten-oplossing niet alleen irrealistisch, maar ook volkomen irrelevant.

Maar nee, ook nu Israël nog onder vuur wordt genomen, ziet de EU de onafhankelijke Palestijnse staat als enige en ultieme oplossing van dit conflict. En met het doordrukken van die twee-staten-oplossing geeft de EU de boodschap dat er geen andere opties meer zijn. Javier Solana zegt het letterlijk: ‘the only possible solution.’ Maar is dat nog wel effectieve diplomatie? Het gaf Netanyahu afgelopen zondag de mogelijkheid om gemakkelijk te scoren met een concessie, zonder daadwerkelijk een concessie te doen. En het geeft de Palestijnen het idee dat er niet volledig recht is gedaan aan hun situatie, dat het conflict niet over is, voordat er een Palestijnse staat is.

Terwijl er zeker andere opties zijn. Tijdens een lange periode van rust kunnen de economische banden worden aangehaald. Er zijn nu al voorbeelden te noemen van succesvolle economische samenwerking op de Westelijke Jordaanoever, ondanks de Israëlische blokkades en veiligheidsposten. Bedevaartsoord Bethlehem ,onder Palestijns zelfbestuur op de Westelijke Jordaanoever, trekt jaarlijks meer dan 300.000 toeristen, die met Israëlische busjes door soepele veiligheidsposten naar Bethlehem worden vervoerd. Zulke economische ontwikkeling zorgt ervoor dat beide kanten baat hebben bij vrede, en actief zullen werken om die vrede te behouden. En een betere economische situatie op de Westbank zou de Palestijnse kiezers bij volgende verkiezingen kunnen doen inzien dat Hamas niet het beste te bieden heeft voor het Palestijnse volk, maar dat gematigder politici de belofte in zich dragen voor een beter leven op de Gazastrook.

Als Israël, zonder zichzelf in gevaar te brengen, de Palestijnse economie kan stimuleren en zo de kwaliteit van leven op de Gazastrook kan verbeteren, is dat pas een belangrijke stap richting vrede. Een stap die veel meer impact heeft dan lege woorden over een onafhankelijke Palestijnse staat.

De EU zou niet moeten eisen van Netanyahu en Liebermann dat ze zich uitspreken vóór een twee-staten-oplossing, maar dat ze naar oplossingen voor de echte problemen zoeken: nederzettingen, blokkades, en niet te vergeten het aanhoudende Hamas geweld. Dat zou het proces naar vrede pas echt verder helpen.

Door heel Amsterdam hangen de spandoeken aan de kraakpanden. ‘Hier geen yuppenwoning’, ‘Hier geen hoge nieuwbouw’ en ‘In een wachtlijst kun je niet wonen.’

In een wachtlijst kon ik inderdaad niet wonen. Wekenlang fietste ik langs al die spandoeken op zoek naar een huis. Ik overwoog alles: een bank in iemands woonkamer, een studeerkamertje waar twee inductieplaten in waren geplempt, een half gezonken woonboot bij Nigtevecht. Duurdere appartementen waren geen optie. Ik wilde niet meer dan de helft van mijn schamele aio-salaris aan huur betalen.

Oud-hoogleraar huisvesting Hugo Priemus betoogde afgelopen week in de Kamer dat kraken pas verboden zou moeten worden als er een structurele oplossing voor de leegstand komt. Zijn mening werd gepeild naar aanleiding van het wetsvoorstel voor een kraakverbod dat in augustus vorig jaar werd ingediend door VVD, CDA en ChristenUnie. In dat wetsvoorstel werden, na onderhandeling met de vier grootste gemeenten, ook regels voor huiseigenaren toegevoegd. Leegstand moet binnen zes maanden gemeld worden, anders mag het pand alsnog gekraakt worden.

Dat leegstand moet worden bestreden is duidelijk. Maar krakers, die lege panden nog langer onbruikbaar houden voor anderen, moeten nog harder worden bestreden. Want terwijl krakers beweren dat ze de woningnood onder de laagverdieners willen bestrijden, zijn alleen zij het die gratis kunnen wonen. Voor studenten en starters maken ze de problemen alleen maar erger.

Ik draag persoonlijk bij aan het kamer tekort onder studenten. Want als ik aan het eind van mijn studie een appartement had gevonden, dan had een eerstejaars student een jaar eerder een nieuwe kamer kunnen betrekken.

Maar ik kon geen appartement vinden, net als al mijn andere afgestudeerde huisgenoten. De studio’s die we hadden moeten betrekken werden nooit gebouwd. De projectontwikkelaar wilde wel, maar toen de plannen een jaar vertraging opliepen, werd zijn pand gekraakt. En met die kraak was elke ontwikkeling, verkoop, verhuur, renovatie, verbouwing of zelfs maar poging tot bouwtekening geblokkeerd, voor soms wel meerdere jaren. Is een jaar leegstand dan echt erger?

De enige noemenswaardige verbetering van de woningnood die krakers veroorzaken, is de antikraak. Huiseigenaren zijn doodsbang dat hun pand wordt gestolen, zodra het leeg komt te staan zetten ze er een antikraker in. En dat is meestal een student, die daar een aantal maanden bijna gratis kan wonen. Een positief effect van kraken, zou je zeggen, maar zelfs antikraak kan de goedkeuring van de krakers niet wegdragen. Met folders en pamfletten worden ze gesommeerd hun woning op te geven. Zo is te lezen: „Jullie drijven de prijzen op de gewone huurmarkt op en maken het de mensen die woningnood willen bestrijden moeilijker.” Bij gebrek aan gehoor volgt intimidatie. In maart dit jaar werden twee antikrakers op de Spuistraat in Amsterdam door een groep van 70 à 80 krakers met knuppels, hockeysticks en pepperspray hun huis uitgezet. Eén jongen hield er een hoofdwond en armletsel aan over, alleen maar omdat hij eindelijk ergens een huisje gevonden had.

Het doel van de krakers heiligt de middelen niet meer, simpelweg omdat de middelen niet tot het doel leiden. Als de eigenaar uiteindelijk, na jaren procederen, een bouwvergunning heeft kunnen krijgen en wil beginnen met slopen, dan verandert de argumentatie van de bezettende krakers. Dan gaat het ineens niet meer om leegstand. Dan blijkt het pand ineens een heel bijzonder monument te zijn dat koste wat kost behouden moet worden. Of dan blijkt het veganistisch eetcafé een belangrijke ontmoetingsplek te zijn geworden, wordt er ontzettend veel ‘cultuur gecreëerd’. Of zit er een kringloopwinkel die onmogelijk naar een buitenwijk kan worden verplaatst, ook niet met steun en subsidie van de gemeente. Welk ideaal het ook is dat de krakers aandragen, ontruiming is altijd ongewenst. Dus volgt een nieuwe rechtszaak en wordt de ontwikkeling van nieuwe woonruimte weer met maanden vertraagd.

Dan is wonen (weten jullie nog krakers, dat mensenrecht waar jullie voor strijden) een secundair belang geworden. Dan zijn die appartementen die er in plaats komen te luxe, of te groot, of te hoog, of tenminste niet beter dan de bestemming die de krakers er zelf voor hebben gevonden. Maar wie zegt dat die ideële bestemming vooral het gratis wonen van de kraker zelf inhoudt, is een fascist.

De Kamer moet zo snel mogelijk een kraakverbod instellen. Want laten we eerlijk zijn: kraken is niet meer te verkopen. Niet alleen belemmeren krakers de doorstroom op de woningmarkt, ook is het principe van gratis wonen ten behoeve van de ‘behoevende medemensen’ een te grote tegenstelling geworden. De appartementzoekende medemens wil namelijk helemaal geen spandoeken, of veganistische eetcafés of sociale ontmoetingsplaatsen, ze willen een eigen huis.