Saskia de Coster

Columns door Saskia de Coster



Ik had erbij willen zijn, in 1989 of liever vroeger, maar ik leef niet in The Matrix en kan niet over de muren van de tijd klimmen. Ik adem de zware West-Europese stadslucht in, zo diep in dat ik even grijs kleur als de lucht, even grijs als de modekleur van vorige herfst bij H&M.

Ik ben een Oost-Berlijnertje, droom ik op momenten als deze, ik was erbij, in 1989. Ik liep tussen duizenden mensen, we droegen rode schoenen en zongen: ‘Wij zijn het volk’. Aan de andere kant van de muur verwelkomden lachende soldaten ons, gewapend met bananen. Ik at mijn eerste banaan en vond er niets aan. Kleverig papje zonder sap.

lees verder

Eén van mijn grootste genoegdoeningen, naast leven en mensen tegenspreken, is naar hedendaagse liedekens luisteren en die meebrullen. Als ik mezelf helemaal wil laten gaan, neem ik de songteksten erbij. Maar horror, oh horror. Die tekstbrokken vallen amper te lezen. En nee, ik ben niet het zoveelste schrijvertje dat zich bekreunt om kreupele zinnen. Die kunnen mij niets schelen.

Maar iemand moet binnenkort echt eens een workshop songschrijven-zonder-leestekens geven. We moeten komaf maken met die belachelijke leestekens en bladschikkingskunstjes die de tong van de meezinger in een kurkentrekker draaien. Wat is dat toch voor akelige trend? Ik vind nauwelijks een tekst waarin geen leestekens of asterisken of smileys voorkomen.

lees verder

Iedere ochtend zeg ik tegen mijn lief: „Nu is ze dood. Ik voel het gewoon. Koningin Fabiola is niet meer.” Ik sla de krant open en inderdaad, ze is weer doodverklaard. Voor even. Om zekerheid te hebben zal ik zelf haar koninklijke pols moeten gaan voelen en vaststellen dat haar blauw bloed stilstaat. In de Belgische pers wordt Fabiola namelijk met de regelmaat van een Fidel Castro doodverklaard. De nationale televisie-omroep VRT startte deze trend en de kranten volgden één na één. Onlangs was het de beurt aan de krant De Morgen om te berichten: ‘De last van weer een longontsteking werd de oude koningin uiteindelijk fataal.’ Fabi lacht zich kapot en steekt er nog eentje op. Haar schrijven ze niet zomaar dood.

lees verder

Mijn fascinatie voor ballen is begonnen toen ik bij een kip zat te wachten tot er een ei uitkwam. Als kind kon ik daar uren zitten dromen, vertellen, masseren en opvangen. Ze zeggen weleens dat vissers mensen zijn die heel rustig zijn en geen stress hebben, maar ik kan je verzekeren dat dit ook opgaat voor kip-sitters. Mijn kindertijd was heerlijk zorgeloos. Tot mijn zevende heb ik op Retteketet, mijn mooie zwarte Engelse kipje, ge-kipsit. Ieder ei dat uit haar kwam, werd met veel liefde onthaald en verwelkomd in de warmte van mijn armen. Iedere vakantiedag, iedere zon- en feestdag, heb ik naast Retteketet doorgebracht. Wij hadden daar alle twee veel plezier aan. Voor mij was de vraag wanneer haar ei ging vallen en hoe snel ik erbij zou zijn, uiteraard voor het viel en brak. Met de hand op het hart kan ik zeggen dat er nooit één ei in mijn aanwezigheid gebroken is. Nooit.

lees verder

Mijn goede vriend en collega de profeet Mahatma Gandhi beweerde een tijdje geleden dat de werkeloosheid van God de wereld erg veel kost. Nu de Allerhoogste het bijvoorbeeld vertikt om de regen op twee komma zes miljard gespleten oogjes te laten neerkomen, moeten de Chinese weerkundigen er zelf voor zorgen dat het regent. Ze strooien wat wonderpoeder, gemaakt uit oude drakenbotten en ajuinsnippers, op de geconstipeerde wolken waardoor die hun regendruppels eindelijk loslaten. Dat doen die regenkundigen niet opdat de Chinezen romantische kitschfoto’s met regendruppels als diamantjes erop kunnen maken. Zij maken die regen vooral voor jou en mij en onze miljoenen kindjes.

lees verder

‘Godverdegodver’, toeter ik in je oor. Met een volume van honderd decibel overtref ik mezelf weer eens. ‘Waarom staat die verdomde muziek van fucking Guns N’ Roses hier zo luid?’ Terwijl de woorden uit mij opstijgen, besef ik dat ik iets onvergeeflijks doe. Dat ik mijn eigen toekomst als woordenbraakmachine nu even goed kan weggeven aan de laagste bieder (gratis dus) of aan De Heideroosjes én dj Tiësto samen om mij eens duchtig te remixen tot er niets overblijft. Ja, ieder zinnig mens heeft nu het recht om mij te fileren en mij te serveren als sashimi van kutvis. Nog springlevend, onder een brandend hoedje van wasabi, gedompeld in sojasaus, glip ik binnen in een keel en roep ik naar boven: ‘Vergeef mij, vergeef mij. Vergeef mij mijn onbeschoftheid.’ Bij iedere boer weerklinkt mijn smeekbede wat luider.

lees verder