Berichten in de categorie 1

Een liefhebber van sneeuw ben ik nooit geweest. Als kind had ik er al een hekel aan en dat is altijd zo gebleven. Het zit waarschijnlijk in m’n genen. Een grotere hekel dan aan sneeuw heb ik eigenlijk alleen maar aan feesten. En van alle feesten die we de afgelopen eeuwen met z’n allen bedacht hebben, vind ik het kerstfeest nog het ergst.

Het kerstfeest zou zomaar een straf van God kunnen zijn voor de zonden die we in het verleden begaan hebben. Wanneer ik in God geloofde zou ik daarvan in elk geval overtuigd zijn. Maar ik geloof niet in God. Dat komt niet door m’n genen. Dat komt door het NOS-journaal.

Maar vorig jaar rond deze tijd heb ik heel even gedacht dat er misschien toch een god bestond.

lees verder

Terwijl ik aanbel, haal ik uit mijn tas mijn cadeau: een fles supermarktwijn met een etiket dat voor mijn gevoel vaag genoeg is om misschien wel aangezien te worden voor een exclusieve biologische wijn, ooit gekregen van een excentrieke shagrokende boer uit de Dordogne.

Dan gaat de deur open en nodigt de gastheer, een vriend van me, me uit binnen te komen. Het is de eerste keer dat ik bij hem en zijn vriendin ga eten en terwijl we lichtelijk ongemakkelijk elkaar gedag zeggen, hang ik mijn jas op in de chique hal van hun prachtige huis. Net als ik hem wil volgen naar de woonkamer, zegt hij: „Zou je wel even je schoenen willen uitdoen? Het parket, weet je wel.”

lees verder

Dit weekend was ik met een paar vrienden aan het eten, waar iemand verlekkerd verzuchtte: „Jongens, de iPhone 5 komt eraan. Wisten jullie dat er een hologramfunctie komt, zodat het beeld als het ware uit het scherm opstijgt? En dat er een laser toetsenbord op zit, dat de toetsen op de tafel projecteert, waarna je er op kan typen?” Dit nieuws zorgde voornamelijk voor ongeloof: niemand kon zich voorstellen dat het technisch mogelijk was om een functioneel toetsenbord op een tafel te projecteren. Waarna er een lange discussie volgde, vol argumenten als ‘een goede receptor’ en ‘lange afstandsverbinding LGTC toepassingen’, om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat het wél kon. Toch geloofde nog steeds niemand dat de iPhone 5 het zou hebben. De teleurgestelde vriend voegde nog toe dat hij er echt een filmpje van had gezien, maar het mocht niet baten.

lees verder

Bij snackbar Barbarella lag het weekblad Privé, een wat vettig geworden editie uit maart. Er stond een verhaal in over Eddy Wally, de Vlaamse zanger. Na een etentje bij vrienden in Brussel liep hij naar zijn auto, die in de Rue de Dinant stond geparkeerd. Daar viel hij neer. In Privé stond: ‘Eddy Wally strijdlustig na beroerte: „Ik ga door tot het gaatje van de plaat” ’, een vreemde uitspraak voor iemand die half verlamd in bed ligt. Het citaat was dan ook overgenomen uit een Weekend van een paar jaar eerder, toen had Eddy darmkanker en moest chemokuren ondergaan.

Al met al riep het de vraag op hoe het met Eddy ging. Volgens de website van – alweer – Privé was hij inmiddels uit het ziekenhuis ontslagen en verhuisd naar een verzorgingstehuis. Hij was nog steeds gedeeltelijk verlamd, maar zag de toekomst met vertrouwen tegemoet. Privé: ‘Hij is dan ook vastbesloten om een groot feest te geven als hij weer helemaal is opgeknapt.’

Ongeveer een jaar geleden was ik op bezoek bij de beroemde zanger. Hij woonde in een vrijstaand huis in een afgelegen straat in Zelzate, België. Aan de gevel een glimmend bord: ‘Een leven, Een carrière, Een mens, Een vriend, Eddy Wally.’

Eddy reageerde niet op de bel, hij lag met zijn witte poedel op een bank te slapen. Na flink kloppen op de ramen deed hij open. Hij was in korte broek, zijn haren waren zwart geverfd en daar bovenop stond een witte hoed met een roze rand.

Hij begon meteen te zingen.

lees verder

Voor veel mensen staat een cruisevakantie gelijk aan ultieme horror. Een log flatgebouw dat door het water beweegt, bewoond door onbeleefd personeel en saaie gasten die je nooit kunt ontlopen, waar op elke verdieping een of andere huiveringwekkende karaoke/cabaret/poedelshow bezig is. Wat dan ‘vermaak’ wordt genoemd.

Gisteren zijn de Nederlandse opvarenden van het cruiseschip De Opera teruggevlogen. Ze dobberden twee dagen rond op de Baltische zee met motorpech. Zonder elektriciteit.

lees verder

Gisteren las ik dat er maandelijks een half miljoen wordt verdiend aan mensen die vergeten uit te checken met hun ov-chipkaart. Dat is toch lekker binnenhalen, met zo’n nieuw systeem. Ik zou dan ook willen voorstellen dat die maandelijkse 500.000 euro besteed wordt aan iets waar de openbaarvervoerreiziger wat aan heeft. Iets om hem op te vrolijken na de gedachte aan de ov-chipkaart. Aan de stoelen bevestigde emmertjes met gratis salmiaklolly’s, bijvoorbeeld. Of een meereizende singer-songwriter die de hele reis lang de gebeurtenissen in de bus bezingt (en bij elke halte subtiel zijn refrein herhaalt: ‘Check uit! Hou die euro’s lekker zelf en check uit! Piep-piep!’)

lees verder

Spoiler alert: deze column bevat duizelingwekkende drogredenen en misselijkmakende hypocrisie.

Vorige week debatteerde de Tweede Kamer over een motie die het investeren in clustermunitie zou verbieden. Dat zijn bommen die uiteenvallen in honderden kleine bommetjes. Niet bepaald precisiewapentuig dus. Uit onderzoek is dan ook gebleken dat 90 procent van alle slachtoffers onschuldige burgers zijn, onder wie met name kinderen, die de bommetjes voor speelgoed aanzien en in hun handen tot ontploffing brengen.

lees verder

In één weekend ben ik hem twee keer tegengekomen en nu geloof ik heilig in zijn glorieuze terugkeer: de snor.

De snor is toch alweer geruime tijd een haast uitgestorven fenomeen. We kennen snorren van vroeger, zoals getoond op statige sepia foto’s: de walrussnor, de snor met gedraaide puntjes, de snor die uit twee schuine delen bestaat, het gecoiffeerde dunne snorretje. Dit zijn allemaal chique snorren, die worden gecomplementeerd door een glanzende hoge hoed, een monocle en beginnende syfilis. Maar ergens, gaandeweg, begon de teloorgang van de snor. Zijn imago veranderde. Waar mannen in de jaren ’70 en ’80 nog hoopten dat een snor ze een bepaald gezag zou geven, bleek dat in de jaren daarna steeds meer een illusie. Uiteindelijk stond de snor voornamelijk voor suf en ouwelijk (de besnorde christelijke buurman met mosgroene trui die vrolijk „Houdoe!” roept) of juist vies (van de woonwagenbewoner met een vlassig snorretje tot een louche Duitse pornoster uit de jaren ’80).

lees verder

Het was vrijdagavond laat en ik besloot naar de film te gaan. Ik had precies twee keuzes: een film die Devil heette, en Grown Ups. De film Devil had één zin als omschrijving: ‘Vijf mensen zitten vast in een lift, en een van hen is de duivel.’ Een film die op subtiele wijze de pech van het leven leek te illustreren: je zal maar vast komen te zitten in een lift met iemand die dan ook nog per ongeluk de duivel blijkt te zijn. Ik wilde al een kaartje voor Devil bestellen toen ik me herinnerde dat het vrijdagavond laat was, en ik niet helemaal in de juiste stemming was voor een horrorfilm waar de hele zaal: “CHECK DIE AANGEVRETEN DARM!” naar het scherm schreeuwde. Dus werd het Grown Ups.

lees verder

E en vriend van mij houdt ervan om zijn huis met veel zorg en aandacht in te richten: alles in zijn huiskamer is weloverwogen daar neergezet. Dit klinkt alsof het een zielloze witte kamer is met één enorme bouwlamp en zijn filosofie luidt: „Ja, met inrichten gaat het toch vooral om surfaces”, maar dat is niet zo. Het is juist een vrolijk huis, en de weloverwogen keuzes betreffen bijvoorbeeld een vogelskelet of een babyfoto van prins Charles.

Het lijkt me wel wat, zo’n huis. In mijn kamers kan ik vrij weinig ontdekken dat ergens expres en met een gedachte erachter is neergezet, op bijvoorbeeld de koelkast na. Ik zou natuurlijk kunnen zeggen: „Ja, met inrichten gaat het toch vooral om een organisch geheel”, maar de waarheid is uiteraard dat ik een sloddervos ben en mijn spullen om miraculeuze redenen ’s nachts pootjes krijgen. Daarbij zit er geen enkele cohesie in mijn interieur: ik vind spullen het leukst als ze een sympathieke uitstraling hebben, dus dat kan zowel een telefoon in de vorm van een hamburger zijn als een versleten theedoek die ik van mijn ouderlijk huis heb meegenomen toen ik op mezelf ging wonen.

lees verder