Bij snackbar Barbarella lag het weekblad Privé, een wat vettig geworden editie uit maart. Er stond een verhaal in over Eddy Wally, de Vlaamse zanger. Na een etentje bij vrienden in Brussel liep hij naar zijn auto, die in de Rue de Dinant stond geparkeerd. Daar viel hij neer. In Privé stond: ‘Eddy Wally strijdlustig na beroerte: „Ik ga door tot het gaatje van de plaat” ’, een vreemde uitspraak voor iemand die half verlamd in bed ligt. Het citaat was dan ook overgenomen uit een Weekend van een paar jaar eerder, toen had Eddy darmkanker en moest chemokuren ondergaan.
Al met al riep het de vraag op hoe het met Eddy ging. Volgens de website van – alweer – Privé was hij inmiddels uit het ziekenhuis ontslagen en verhuisd naar een verzorgingstehuis. Hij was nog steeds gedeeltelijk verlamd, maar zag de toekomst met vertrouwen tegemoet. Privé: ‘Hij is dan ook vastbesloten om een groot feest te geven als hij weer helemaal is opgeknapt.’
Ongeveer een jaar geleden was ik op bezoek bij de beroemde zanger. Hij woonde in een vrijstaand huis in een afgelegen straat in Zelzate, België. Aan de gevel een glimmend bord: ‘Een leven, Een carrière, Een mens, Een vriend, Eddy Wally.’
Eddy reageerde niet op de bel, hij lag met zijn witte poedel op een bank te slapen. Na flink kloppen op de ramen deed hij open. Hij was in korte broek, zijn haren waren zwart geverfd en daar bovenop stond een witte hoed met een roze rand.
Hij begon meteen te zingen.
lees verder›