Berichten in de categorie Aaf

Ik was dertig en wist niet zo goed wat ik moest met mijn leven. Ik had werk, maar geen werk dat ik eeuwig wilde doen. Ik had een kat, maar wel zo’n kat die elk moment dreigde te sterven. Ik had geen man. Ik had geen kind.

Op een dag kreeg ik een telefoontje. Er kwam een nieuwe krant, en die krant zocht een columnist. De chef stuurde me een voorbeeldkrant. Daarin stond ook een voorbeeldcolumn.

Een paar dagen later sprak ik af met de chef. „Ik vind dat krantje er heel goed uitzien”, zei ik, „maar die proefcolumn die erin staat, is verschrikkelijk slecht.”

lees verder

Het is tijd voor een tussenjas, dacht ik toen ik gisteren, zwetend en rood, in mijn winterjas een brug opfietste.

De tussenjas is een uitvinding van mijn liefste tante L., die in oktober is overleden. De tussenjas is geen zomerjas, en ook geen winterjas, maar iets ertussenin. Een jas voor maart, of september, of, toch ook wel vaak, augustus.

De juiste tussenjas vinden is een kunst, want hij mag niet te warm zijn, niet te koud, niet te lang, niet te kort, niet te donker van kleur, maar ook niet te licht. De aanschaf van een tussenjas is, kortom, een bijna onmenselijke opgave.

lees verder

In een reclamespotje dat nu regelmatig uitgezonden wordt, loopt een man naar zijn boekenkast en pakt er drie ordners tegelijk uit. Op de ene ordner staat ‘Belas’, op de volgende ‘ting’ en op de laatste ‘09’.

De man gaat vervolgens in een kamertje zitten met Belas, ting en 09, en gaat lekker op internet zijn aangifte doen.

Wat een leven. Wat een ordners.

Die man heeft niet onlangs van zijn belastingman te horen gekregen dat de aangifte van 2008 nu toch echt af moet zijn. Die man heeft daar toen niet een fysieke reactie op gehad, een fysieke reactie die, dat moet ik er even bij zeggen, onaangenaam was. Die man is toen niet naar zijn werkplek gerend om alle bonnetjes, brieven, kindertekeningen, doedels en exotische theezakjes die hij in zijn leven heeft verzameld, vertwijfeld in de lucht te gooien, in de hoop dat ze op een ordelijke stapel zouden neerdwarrelen, gerangschikt op jaar.

lees verder

Weet je nog dat in 2008 iedereen een weblog had? Dat was natuurlijk idioot tijdrovend, en daarom zijn er nu allemaal doodlopende weblogs die abrupt eindigen met een mijmering over Dubbeldrank of een foto van een komisch verkeersbord in Polen, om nooit meer vervolgd te worden. Twitteren blijkt veel handiger, want je hoeft alleen maar cryptische tekstjes te schrijven zoals ‘@mientsjuh Ja joh en die paraplu dan!’, en daarmee maak je dan deel uit van een belangrijke mondiale beweging.

lees verder

Een paar jaar geleden werd het een trend: het fanatieke hobbykoken. Mensen, nou ja, mannen, schaften in één weekend een Magimix, een set Wüsthof-messen en een AGA met wokpit aan en waren vanaf dat moment constant semi-professioneel bezig in de keuken, tot ergernis van hun huisgenoten.

Je zou denken dat zo’n trend uitsterft en dat de Magimix gewoon samen met de Abdomenizer staat te verstoffen op zolder, maar niets is minder waar. In Wie is de chef?, wat ik sinds een paar weken volg, blijkt de fanatieke hobbykok alive and kicking.

lees verder

‘Erg, van dat meisje. Milly.”„Heel erg.”

Dit gesprekje heb ik de afgelopen week een aantal keer gevoerd. Verder kun je er niets over zeggen. Want juist over heel erge dingen valt vaak opvallend weinig te bespreken.

Dus zoeken mensen naarstig verder. Want ze willen het eigenlijk nog een tijdje over Milly hebben. Waarom weten ze ook niet, maar het moet gewoon. Nog vijf minuten langer, minstens. Het is een diepe behoefte.

Dan heb je drie mogelijkheden.

Je gaat heel lang praten over de media. Dat ze er weer met zijn allen bovenop springen. Dat het de HartvanNederlandisering van de samenleving is. Dat het om te kotsen is.

lees verder

‘Waar is-ie? Waar is-ie?’ zei de ene vriendin tegen de andere. Het was vroeg op de ochtend. Ze hadden elkaar net begroet in een café.

„Hier”, zei de vriendin, en rolde haar mouw op. Op haar arm zaten een stuk of tien tatoeages. Eentje, bovenaan, glom heel erg. Dat was de nieuwe. Nu ik goed naar haar keek, zag ik dat ze onder de tatoeages zat. Tot achter haar oren.

De tatoeageloze vriendin bewonderde de nieuwe tatoeage.

„Deed het pijn?”

Ja, knikte de tatoeagevrouw.

lees verder

Eens in de zoveel jaar verschijnt er een Amerikaans zelfhulpboek voor vrouwen met liefdesproblemen. Die boeken worden altijd bestsellers, al dekt de titel meestal de gehele inhoud en hoef je zo’n boek dus eigenlijk niet aan te schaffen.

He’s Just Not That Into You ging erover dat een man je stom vindt als hij je nooit terugbelt. Men Are From Mars, Women Are From Venus ging erover dat mannen en vrouwen van twee verschillende planeten komen. En dat dat onhandig is.

De nieuwe hype is Marry Him: The Case For Settling for Mr. Good Enough van Lori Gottlieb. Ook van dit boek zegt de titel alles: je moet niet op zoek naar de perfecte man, maar gewoon naar een man die niet te erg uit zijn mond stinkt en met enige regelmaat de vuilnis buiten wil zetten.

lees verder

De afgelopen maanden had ik allerlei alternatieve scenario’s bedacht. ‘Wat als we nou ieder vier uur per dag voor hem zorgen, en dat de ander dan gauw gaat werken?’ ‘Wat als we een oudercommune oprichten en een kleurig zaaltje huren, en dan om de beurt op tien baby’s tegelijk passen?’ ‘Wat als ik nou stop met werken, of jij? Dan hoeft hij niet naar de crèche.’

Maar hoe goed die ideeën me ook leken, elke keer kwamen we erop uit dat de crèche toch beter was. Voor ons, en voor ons zoontje. Voor ons omdat we dan niet met harige mensen in een commune hoefden te gaan wonen. En voor ons zoontje omdat hij, kijkend door de spijlen van de crèchebox, de nodige levenslessen kon leren van door de wol geverfde peuters die al soepstengels konden eten en vingerafdrukken op ramen konden maken.

lees verder

Ik heb die neiging ook weleens vlak voor het weekeinde, om de handdoek in de ring te gooien en ermee te stoppen. Maar vlak voor dit weekeinde stopten er wel heel veel mensen mee. Camiel Eurlings stopte, Hans van Mierlo stopte, Wouter Bos stopte, Job Cohen stopte (als burgemeester) en Paula Sleyp stopte. (Paula Sleyp, je weet wel, Paula, het oude Belgische vrouwtje van Sesamstraat, die achtentwintig jaar lang gesprekjes heeft gevoerd met een muis, een hond en een grote blauwe vogel. Achtentwintig jaar. Om met Tommie te spreken: ‘Poe hee.’)

lees verder