Het is al na middernacht op een doordeweekse dag, enkele dagen voor Kerst. Er valt natte sneeuw uit de grauwzwarte lucht. In een straat in het centrum van een stad is een feestje gaande.
Dat is opvallend, want het is een ‘gewilde’ straat. Zo’n straat zoals er vele zijn in ‘authentieke’ buurten en die de laatste jaren gerenoveerd worden alsof iemands leven ervan afhangt. Want jonge professionals willen er een huisje kopen en dan trouwen en dan een kind. In zulke straten heb je geen feestjes doordeweeks rond middernacht. In zulke straten hangen slingers voor de ramen met ‘Geboren: een zoon’. Of er hangen borden met ‘Te Koop’. De grote migrantengezinnen zijn al een tijdje weg. Die kregen jaren geleden al een oprotpremie. Soms woont er nog een oud stel. Ouwe taaien die te koppig zijn om naar het verzorgingstehuis te gaan.



