Berichten in de categorie Maartje Wortel

Dit is het einde. Er was een begin, elf januari, en nu, elf februari, stopt het.

Velen van jullie zullen zich, net als ik, nog wel een ander einde herinneren. Zestien oktober 2009. De laatste column van Aaf waarin ze schreef hoe ze naast haar sleutels ook haar relativeringsvermogen kwijtraakte.

Er is veel gebeurd in de tussentijd. Haïti, het Irak-gesteggel, de dood van J.D. Salinger en als het goed is, heeft Aaf haar relativeringsvermogen weer terug en ik hoop ook haar sleutels, want het is me toch een geklooi met een baby in de kou.

lees verder

Graag wil ik op de valreep deze kans grijpen om een partijtje positief met jullie te roddelen (uit onderzoek is gebleken dat dit zeer effectief is). Dat is toch wel een behoorlijk verkapte manier van roddelen vind je niet? Ik bedoel, het positieve aan roddelen hoort toch juist te zijn dat je je er zelf beter door voelt, niet een ander?

De term positief roddelen is volslagen nieuw voor me; een goede roddelaar brengt de roddel misschien wel positief, bijna meegaand, maar dat is een show hoor, trap er niet in. Luister goed, luister beter, en je hoort een trillende, opgewonden, ietwat overslaande stem, alsof de stembanden schrikken van hun eigen enthousiasme. Maar weet je, ik ben de beroerdste niet; hip-hop don’t stop: als positief roddelen helpt, dan doe ik daar graag aan mee.

lees verder

Het is alweer een paar jaar geleden dat ik in huis woonde bij een Iraanse man. Hij stond de hele dag te koken met zijn trainingsbroek aan terwijl hij naar Radio 1 luisterde en goedkope sigaretten rookte. Hij had een eigen bedrijfje gehad in brandblussers maar was failliet gegaan, omdat niemand hem vertrouwde.

Toen ik bij hem kwam wonen stond de hele gang vol met brandblussers, wat heel brandonveilig is, zo’n volgestouwde gang. Bijna iedere week kwamen er mensen van de gemeente langs om vragenlijsten met hem in te vullen. Wat voor vragen er op de lijsten stonden weet ik niet, maar ik hoorde hem vaak zeggen: „I do not understand”. Een zin waarmee je meerdere kanten op kunt natuurlijk.

lees verder

Het zou heel makkelijk zijn om te zeggen: taxi’s rijden veel te hard en onbeschoft. Dat zou ik heel makkelijk hebben kunnen doen, maar dat doe ik niet. Alle keren dat ik in een taxi zat was dat namelijk bij hele aardige mannen en vrouwen, die konden praten en bellen en roken en lachen en wijzen en met de muziek meezingen en rijden tegelijkertijd. (Mannelijke taxichauffeurs zouden de cijfers van het multitasken in gevaar kunnen brengen.)

In een taxi zitten maakt gelukkig; dat een vreemde je door de stad rijdt, het liefst ’s nachts, wanneer het asfalt zacht lijkt in het zwakke licht; als iets waar je op in slaap zou kunnen vallen. Een taxi. Je stapt in, slaat de deur dicht, begint te rijden, ziet een stad of een landschap aan je voorbij glijden en stapt weer uit. Een stukje van je weg is met een vreemde gedeeld. Mooi is dat.

lees verder

We hadden net een sigaret gerookt omdat iemand ons er eentje aanbood en ook omdat de lucht zo mooi blauw was.

We zaten in een bushokje, niet speciaal te wachten op iets. Terwijl ik rookte durfde ik niet naar de jongen met wie ik was te kijken; ik wist zeker dat ik er belachelijk uit zag. Soms, als ik heel dronken ben, rook ik (dankzij films en reclames) ook een sigaret. Het enige wat ik daarover te zeggen heb, is dat ik er mensen mee aan het lachen maak ten koste van mezelf. Dat zit in de familie.

lees verder

Tegenwoordig moet iedereen op reis, met de nadruk op moeten. Als je niet weggaat, dan hoor je er niet bij. Niemand zou ooit zeggen: „Goh, ben jij niet op reis geweest? Dat is interessant. En wat zag je allemaal, op weg van je huis naar je werk?”

Wie de mogelijkheid krijgt, die moet hem pakken. Zoals wanneer je een vrouw bent, je moeder kunt worden. Énig! Maar o wee als je naar je eigen kind kijkt en denkt: „Dit kind hoef ik niet”. Of beter: „Dit kind moet ik niet”.

lees verder

Hee, jij! Ja, ik heb het tegen jou. Heb je lekker geslapen? En mooi gedroomd? Waar droomde je dan over? Of ben je zo iemand die zijn dromen vergeet?

Ik bedacht me, vanmorgen toen ik wakker werd, dat ik je helemaal niet ken. Werd je wakker naast iemand? Of ben je alleen? Als je wakker werd naast iemand; heb je naar diegene gekeken, hoe de dag samen begon?

Het is niet leuk voor je dat, wanneer je alleen wakker werd, ik me nu volledig ga richten op degene die wakker werden naast iemand. Slechts één vraag rest er voor hen; vinden jullie elkaar nog leuk en mooi en interessant en aantrekkelijk? (dat zijn eigenlijk vier vragen in één, maar volgens mij is het antwoord op die vragen een domino-effect.)

lees verder

De overlijdenspagina is de best gelezen pagina uit een krant. Opstaan met de dood.

Deze krant heeft helaas geen overlijdenspagina, wat op een vreemde manier geruststellend is. Alsof de lezers van deze krant niet dood gaan. Wij niet!

Toch is het jammer, vindt u niet? Het is wel een lekker begin van de dag meestal; heel ontspannend. Behalve dan dat er meestal niet precies staat wat er gebeurd is. Dat is volgens mij ook de reden dat die pagina zo goed gelezen wordt; het biedt de kans tot de verbeelding en verbeelding schept leven. O, jongens, het leven. Je bent weer wakker. Ga je nog iets leuks doen vandaag?

lees verder

Ik sta bij parfumerie Ici Paris om een luchtje te kopen. Zoiets kan heel snel gebeurd zijn. Al helemaal in mijn geval, ik ben heel conservatief wat luchtjes betreft. Een specifieke geur is een handelsmerk, even zo goed als een kledingstuk of de manier waarop je loopt dat is. Een geur van een ander is iets om te missen en wat het snelst vervliegt.

Ik loop ook al dagen in een shirt van mijn liefde rond, dat al lang niet meer naar haar ruikt maar inmiddels gewoon naar mezelf stinkt. Stinken is ook fijn, vooral naar jezelf, al is het wel een beetje makkelijk. Zoiets als ongelukkig zijn en daar dan in berusten. Dat je denkt van: kom op zeg! Doe er eens even iets aan. En zodra je dat over jezelf gaat denken is het ook echt wel de hoogste tijd om er iets aan te doen. Dan bieden zaken als Ici Paris uitkomst. Artificieel of niet, het is een kwestie van dosering (mannen!).

lees verder

‘Stop messing around and do some work.’ Dat is de screensaver die op mijn laptop staat. Nou heb ik de laatste tijd zo hard gewerkt dat mijn computer het begaf.

(Mijn broer vraagt altijd hoe je dat doet, hard werken. Type je dan heel snel of zo? Messing around is ook werken, maar dat beseft de halve wereld niet.) Enfin, ik had één of ander www-gebeuren ingetikt om dingen op te zoeken en toen zei het beeldscherm tegen mij: „Dit is gênant.”

Ik vond het best een verdrietige dag dat mijn computer zichzelf gênant vond, dat hoefde wat mij betreft niet, maar dat kon ik hem niet duidelijk maken. En de computer kon mij ook niets meer duidelijk maken: hij reageerde nergens meer op.

lees verder