Berichten in de categorie Renske de Greef

Mascottes ter wereld, spits uw oren: er heeft zich een nieuw lid aangediend. Nu zijn de meeste mascottes al behoorlijk griezelig (waarom heeft hij zulke grote, pluizige poten? Waarom grijnst hij de hele tijd? Waarom aait hij over mijn hoofd? Wie zit er eigenlijk in dat pak? Bent u dat, conciërge Johan?), maar deze nieuwste aanwinst steekt iedereen naar de kroon: het is Purity Bear!

Een gouden greep: hij heeft de gave om levensvreugde te doen verdampen

lees verder

Natuurlijk moet je in het leven af en toe een smoes verzinnen. „Ik zou echt dolgraag naar die lezing over spiritueel tuinieren willen, maar ik moet helaas thuis zijn voor gepland werk aan de leidingen.” „Nee, dat meen je niet, was het echt om vijf uur? Ja, ik heb een milde vorm van cijferdyslexie, dus ik haal altijd alles door elkaar.” „De man van de winkel zei dat ze wel vaker uit zichzelf barsten, raar hè?”

Thuis kan hij nadenken of hij wil toegeven wat nu al zichtbaar is: een bange man

lees verder

In een café zit ik met een paar mensen die ik nog niet zo goed ken aan tafel, als er een man aanschuift die tegen een van de jongens naast mij zegt: „Hee, jij kan toch heel erg goed moppen vertellen?” Het is een zin waarvan je hoopt dat hij nooit in je omgeving zal worden uitgesproken.

Allereerst zit er al een subtiele doodssteek in die aankondiging: „Hee, allemaal, dit is Tarik, en Tarik is dus echt ontzéttend grappig, nietwaar, Tarik? Vertel eens over die keer met die dolfijn en die tampon!” Niemand komt zonder kleerscheuren uit zo’n situatie, en Tarik zal de avond ingaan als ‘die jongen die bij nader inzien toch helemaal niet zo grappig was’. Ik heb echt te doen met mensen die op feestjes moeten vertellen dat ze achtergrondzangeres zijn, of Elmo-voice actor, en die niet met rust gelaten worden tot ze een keer – diep zuchtend – ‘Elmo nieuwe schoenen’ hebben gezegd.

lees verder

Veel van mijn vrienden vinden een vliegreis een soort attractie: je zit in een stoel met een riem om, kijkt films en krijgt ondertussen eten en drinken in een formaat dat op hobbits afgestemd lijkt te zijn. Nu word ik ook blij van miniatuurzakjes pretzels, maar toch is er voor mij iets dat een ongecompliceerde vliegtuigbeleving wat verhindert, en dat is het afsterven van een aantal ledematen.

Lange benen zijn handig als je in een situatie komt waar je over plassen radioactief afval moet springen, maar in een gemiddeld vliegtuig zijn ze bepaald niet praktisch. Zodra ik in een vliegtuigstoeltje plaatsneem, zitten mijn knieën klem tegen de stoel voor me. Uiteraard tref ik meestal iemand in het stoeltje voor me die eerst een paar keer hard tegen zijn rugleuning duwt, alsof hij hem in een meubelwinkel aan het testen is op veerkracht, waarna hij de stoel naar achter klapt en de rest van de reis blijft slapen, ook al is het net twaalf uur ’s middags geweest. Natuurlijk doet deze man niets verkeerd. Toch is de sensatie van zijn vijfentachtig onverschillige kilo’s die via een plastic stoelleuning tegen mijn knieën aandrukken genoeg om de rest van de reis enkel nog maniakaal bezig te zijn met: „O ja, lekker, draai je nog eens om, die krakende geluiden achter je zijn heus niet afkomstig van mijn knieschijven hoor, hoe kom je erbij.”

lees verder

Misschien dat restaurant daar? Dat ziet er wel gezellig uit.

-Die wc in ons hotel is zó vies.

-Jongens, zal ik dit etui kopen? Met dit konijn erop?

-Volgens mij is dat restaurant verderop Indiaas. En sinds vorige week maakt zelfs een foto van linzen me al misselijk.

-Kunnen we even doorlopen? Ik moet echt snel iets eten.

-Ik snap gewoon niet waarom de hurk-wc is uitgevonden. Ik bedoel, waarom zou je een wc verzinnen waar je in kan vallen?

lees verder

Elk jaar rond deze tijd moet ik het weer aanzien. Mensen in de tram, metro of bus. Een dikke winterjas aan, fleece handschoenen in de zakken gepropt. Op weg naar huis. Misschien sms’en ze of staren ze uit het raam. Maar één arm ligt beschermend om iets naast hen, iets donkerbruins en vierkants, zo groot dat het een eigen plastic kuipstoeltje verdient: hun net gekregen kerstpakket.

Het is de weeklacht van elke zelfmedelijdende zzp’er: het gemis van een kerstpakket. Natuurlijk: wij kunnen om half twaalf ontbijten met een broodje makreel terwijl we enkel skisokken dragen en ondertussen mangaporno bekijken op internet. Toch lijken deze voordelen compleet in het niet te vallen als eenmaal de decembermaand is aangebroken. Terwijl de wereld in de ban raakt van klingelende klokjes en dwarrelende vlokjes, denk ik aan kerstpakketten. Opeens lijkt er geen groter geluk te bestaan dan ‘bladerdeegkuipjes om ragout in te gieten’ en ‘sneeuwtulband met vruchtjes’.

lees verder

In het kerstseizoen zijn ze in elk winkelcentrum te horen: de eeuwige kerstliedjes. Nu zijn dit liedjes die over het algemeen een vertrouwd en met glühwein overgoten kerstgevoel willen overbrengen. Tenminste: dat zou je denken. Onder hen zijn er echter twee die hun grimmige boodschap met onschuldige kerstbelletjes en sneeuwvlokken hebben vermomd. Al die jaren heb je gedachteloos meegezongen. Maar vandaag is het de dag van de ontmaskering en zal duidelijk worden dat er voor deze twee geen plek is in de feestelijke kerstsferen.

1. Baby It’s Cold Outside

Deze jazzklassieker is misschien geen kerstliedje van origine, maar heeft zich door de jaren heen langzaam in het genre weten te wringen. Dat heeft waarschijnlijk iets te maken met de gedachte: ‘Hee, dit liedje gaat over dat het koud buiten is! Gezellig. Kerst.’ Er wordt hier echter totaal voorbijgegaan aan de werkelijke boodschap van de tekst: date rape.

lees verder

Terwijl ik aanbel, haal ik uit mijn tas mijn cadeau: een fles supermarktwijn met een etiket dat voor mijn gevoel vaag genoeg is om misschien wel aangezien te worden voor een exclusieve biologische wijn, ooit gekregen van een excentrieke shagrokende boer uit de Dordogne.

Dan gaat de deur open en nodigt de gastheer, een vriend van me, me uit binnen te komen. Het is de eerste keer dat ik bij hem en zijn vriendin ga eten en terwijl we lichtelijk ongemakkelijk elkaar gedag zeggen, hang ik mijn jas op in de chique hal van hun prachtige huis. Net als ik hem wil volgen naar de woonkamer, zegt hij: „Zou je wel even je schoenen willen uitdoen? Het parket, weet je wel.”

lees verder

Het is geen goed jaar voor de krankzinnige superschurk: na Bin Laden en Gadaffi is sinds zaterdag ook de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il niet meer onder ons.

De nieuwslezeres, gezeten voor een Bob Ross-achtig landschap van naaldbomen en paarsgrijze bergen, kon tijdens de aankondiging van zijn dood haar tranen niet verbergen. Ook op andere foto’s zie je de Noord-Koreanen huilen, jammerend en ineengezakt op straat. Op één foto staan een paar rijen jongens in donkerblauwe schooluniformen die normaal iets kils en stijfs zouden uitstralen. Nu houden ze echter hun hoofd allemaal gebogen terwijl ze de tranen van hun gezicht vegen. Voor een buitenstaander is het haast niet voor te stellen dat zijn volk ook écht van hem hield – of dat nou voortkwam uit een soort Stockholmsyndroom of niet.

lees verder

Goedenavond, goedenavond allemaal, en welkom bij de allereerste modeshow van onze grote leider, en nu dus ook al groot ontwerper, onze eigen president Robert Mugabe.

Omdat de heer Mugabe altijd zeer geïnteresseerd is geweest in een goed contact met de jeugd van Zimbabwe, is hij samen met House of Gushungo een kledinglijn begonnen. Zoals Robert zelf immers altijd zegt: „De jeugd is de toekomst, en met een landelijke gemiddelde leeftijd van 17,6 jaar hebben we er ook lekker veel van.” Neem plaats en laat het allemaal maar over u heenkomen: de eerste kledinglijn van de heer Mugabe, getiteld ‘I’m sorry, could you please stop dying? It doesn’t go well with my golden suit’.

lees verder