Saskia de Coster:
Better to burn out than to fade away
Er is een laatste keer voor alles, werd me verteld. De laatste gedachten verbrand en uitgestrooid. Het laatste geloof gesmoord. De hellepoorten voor altijd gesloten. Net zoals die van de hemel. Ergens daartussen probeer ik voor alles een verklaring te vinden. Voor de laatste keer.
Mijn allerliefste heeft het begeven. Mijn auto Gerda is ten hemel opgegaan. Zondag wordt haar stoffelijk overschot begraven hier in Vlaanderen. Voor haar laatste keer mijn spade die ik voor de eerste keer in de grond zal steken. Ik doe dat voor haar, het is mijn laatste afscheidsgebaar. Haar houten versnellingspook heb ik gehouden, of toch het spook van haar versnellingspook, haar versnellingspookspook dus. Het stelt me gerust om toch nog iets te hebben van mijn achttienjarige afgestorvene. Zij was een Corolla, luxe-editie, Studio Line. Niemand, behalve het rode lichtje, had kunnen voorspellen dat haar einde zo nabij was. Crossend over de autosnelweg, van Brussel naar Gent, begon mijn trouwe Gerda plots hevig te ratelen. Ik dacht dat er een geraamte onder haar buik schuurde, een waar het lijf van was afgeschuurd. Maar het was erger. Een geraamte kan je nog afschudden, een motor zonder olie blokkeert en derailleert. Of zoiets, wat weet ik daar nu van? Kapot is kapot, dat weet ik wel. Gerda knalde gewond en oververhit tegen de vangrail en stierf ter plaatse.