Een sluw ijslaagje bedekt de stoepen en wacht af tot je er genadeloos op zal uitglijden. Dekens en oude teddyberen op de vensterbank moeten ervoor zorgen dat de tocht buitenshuis blijft. En er is een goede kans dat je uren in een trein vast zal komen te zitten, waar je enige kans op een beetje vocht zal bestaan uit het flaconnetje oogdruppels van die oude mevrouw naast je. Nu de winterapocalyps gaande is, betekent ‘naar Zwolle gaan in een winterjas van de Zara’ eigenlijk hetzelfde als ‘ik duim dat ik deze dag mag overleven’.
In het programma Eva Jinek op Zondag was de Amsterdamse korpschef Pieter-Jaap Aalbersberg te gast. Na een tijdje kwam de vraag over het boerkaverbod voorbij: als de wet wordt ingevoerd, zullen vrouwen in boerka dan ook echt opgepakt gaan worden? Het antwoord was: een agent zal altijd de situatie ter plaatse inschatten, om vervolgens een keuze te maken – waarschuwen of beboeten. Om dit te illustreren gebruikte de korpschef een voorbeeld: als een moeder haar kinderen naar een school 200 meter verderop brengt en haar kentekenbewijs niet bij zich heeft, is dat een andere situatie dan wanneer twee mensen uit Maastricht naar Amsterdam gaan en geen papieren bij zich hebben. „Dat is het mooie van het politieapparaat,” verklaarde hij, waarmee hij bedoelde: „We zijn heus geen robotzombies met politiepetjes op, tjezus.”
Dit zouden wel eens de laatste dagen van Griekenland in de eurozone kunnen zijn. Europa dreigt met faillissement als het land niet onmiddellijk het minimumloon omlaag gooit, ambtenaren ontslaat en bedrijven privatiseert. Voordat u medelijden krijgt met al die harde maatregelen (je weet het nooit, de SP staat op 33 zetels…) wil ik u graag het verhaal vertellen van Andreas Georgiou.
Griekenland valt op geen enkele manier te vertrouwen
U kent de voorgeschiedenis. „De situatie rooskleurig voorstellen” was het understatement van de eeuw. Griekenland loog zichzelf de euro in. Het begrotingstekort was niet alleen te hoog, nee, Griekenland was niet eens in staat een begrotingstekort uit te rekenen.
Elfstedenkoorts. Ik heb nooit leren schaatsen. Als kind moest ik mijn houtjes zelf onderbinden en daar had ik niet genoeg kracht voor. Met als gevolg dat ze na twee slagen op het ijs naast mijn schoenen hingen. Zielig hè. Een rotsport, maar een mooi evenement. Mannen met ijs in hun baard. Jan Sipkema en W.A. van Buren. Erben Wennemars die weer eens wat onhandigs doet en met een gezicht vol bloed verder schaatst.
Toen werd hij wakker. Hij kon zich vanaf de val niets meer herinneren
1Nu de temperatuur onder de nul graden is gezakt, is de kat min of meer veranderd in de leuning van een roltrap: iedere keer als ik hem aai, word ik beloond met een klein, venijnig schokje. Bel me maar weer als je vacht niet meer statisch geladen is, kat.
Bij de standaard- uitrusting om naar buiten te gaan, hoort ook een sporttas
2Sinds twee dagen weet ik precies waar mijn huis niet geïsoleerd is: hier verschijnen ijsbloemen op de ramen, die mijn huis toch een soort romantisch ‘zwavelstokjes en doodvriezen in de sneeuw’-gevoel geven.
Geert Wilders eist dat minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken de ambassadeur van de Bondsrepubliek op het matje roept. „NL-se regering moet Duitse ambassadeur ontbieden en met kracht de oren wassen over schandalige suggestie over PVV gedachtengoed”, twitterde hij gisteren (en we gaan het niet hebben over die spelfout, die foutieve tussen-n, noch over die grappige beeldspraak van de minister die echt kracht moet zetten om de oren van de ambassadeur schoon te krijgen). Aanleiding is de brochure Zwischen Propaganda und Mimikry, Neonazi-Strategien in Sozialen Netzwerken, op kosten van het Duitse ministerie van Justitie geschreven door de Amadeu Antonio Stichting, waarin Wilders wordt genoemd.
Natuurijs. We reageren erop als puberjongens op het zien van blote borsten. Elke winter verbaas ik me weer over de hysterische sentimenten die losbarsten zodra het ietsjes vriest. IJsvrij. Halleluja. Iet giet oan.
Laat ze lekker in Friesland blijven, met hun Unoxmutsen
Laten we elkaar niet voor de gek houden: schaatsen is niets anders dan stompzinnig geglij (vaarwel, honderden followers), maar kennelijk appelleert het aan primitieve hersenlagen, zit het oerdiep ingevroren in ons DNA: uit de klei getrokken, tuk op ons Anton Piekwereldje, ons Brueghellandschapje, onze snert, onze koek-en-zopie. En de Tachtig Jarige Oorlog resoneert nog, toen we de Spanjaarden klopten met wat zij zagen als ‘gevleugelde voeten’.
Terwijl ik in de supermarkt voor het koelvak sta en nadenk over de voordelen van ‘platte peterselie’ (1 euro 39) boven ‘peterselie’ (0,99), valt mijn oog op iemand voor me. Het is een man met donker haar, die nadenkend naar het vak met paprika’s staart. Ik ken deze man. Maar waarvan ook alweer?
O jezus, het is helemáál niet iemand die ik ken, het is Jeroen Spitzenberger!
Nauwkeurig bestudeer ik zijn gezicht: een vriend van vrienden die ik al op vijf verschillende gelegenheden heb ontmoet, die me waarschijnlijk zelfs een keer uitgebreid heeft verteld over zijn interessante baan bij een middelgroot architectenbureau en van wie het nu heel pijnlijk gaat zijn dat ik zijn naam ben vergeten? Misschien iemand van mijn middelbare school – zo’n gezicht dat je honderd keer in de stommelende massa naar de kantine hebt zien lopen, maar met wie je nooit meepraatte omdat hij in een veel hogere klas zat? Of is het zo’n geval dat hij gewoon werkt in een boekwinkel waar ik graag kom en ik hem hier tussen de groenten opeens niet meer kan plaatsen – alsof mijn hersenen het niet kunnen verwerken dat boekverkopers ook af en toe paprika’s kopen?
Het is mogelijk een vraag te stellen die geen vraag is. „Zou jij even koffie willen zetten?” is vaak toch echt meer een bevel dan een vraag.
‘Ik heb trek in een kop thee.’ Een soort vraag-die-geen-vraag is
En neem retorische vragen. Dat zijn constateringen, in de vermomming van een vraag. „Maar ís plastic eigenlijk wel zo slecht voor het milieu?” Dat kun je zeggen en wat je dan eigenlijk bedoelt is: plastic is niet zo slecht voor het milieu.
Kip, het meest met antibioticaresistente, potentieel gevaarlijke ESBL-bacteriën besmeurde stukje vlees, kip! (Het blijft leuk. Dat komt denk ik door die laatste blije uithaal, die zelf wel iets weg heeft van een uitgelaten, leeghoofdige ‘tok!’) Gisteren publiceerde de Consumentenbond een onderzoek waaruit bleek dat 99 procent van de door hen onderzochte supermarktkip ESBL bacterieën bevat. Bacteriën die niet gevaarlijk zijn voor gezonde mensen, maar wel een risico kunnen vormen voor zwakkere groepen. Sluit ramen en deuren en verhit uw kip – alleen zo kan de bacterie worden bestreden.



