De lijsttrekkers buigen zich vandaag over een bizar manifest. Een cadeau van filmmaker Eddy Terstall en cabaretiers Hans Teeuwen en Diederik Ebbinge. Strekking: politici moeten hardop beamen dat kunstenaars mogen kwetsen. Aanleiding: het gedonder rond Madonna.
Het manifest is bizar, omdat het niets vraagt wat niet al geaccepteerd is. Wat wil het trio namelijk? Dat „kunstenaars en opiniemakers zich onbelemmerd moeten kunnen uiten” en dat alles en iedereen „bekritiseerd, gerelativeerd en bespot” moet kunnen worden. Dat kan al sinds artikel 7 in de Grondwet staat.
Het driemanschap wil kennelijk kwetsen zonder consequenties. Dat is laf. Alsof je eerst goedkeuring van de burgemeester vraagt voordat je je buurman voor pitbullneuker uitmaakt. Wie taboedoorbrekende kunst wil maken, moet niet miepen als hij naar de rechtbank moet. Natuurlijk: voor de kunstenaar is het een ramp, al die bijkomende mediaaandacht, maar dood ga je er niet aan. De laatste veroordeling wegens godslastering in Nederland was in 1965. Boete: 100 gulden.
Kwetsen in de kunst stond ooit in dienst van meer dan eigenpijperij. Wat Madonna tegen aids wilde doen, weet niemand meer.
Kwetsen is geen kunst. Ik zou hier “onbelemmerd” kunnen schrijven hoe Ebbinge verkleed als kangoeroe in zijn bibs genomen wordt door Terstall en Teeuwen. Maar zoiets doe ik niet. Ooit was het kunstenaarschap ook zoiets als een ethische opgave. Nu moeten politici onderschrijven dat niets meer heilig mag zijn. Het moedigst zijn de lijsttrekkers die niet tekenen.
Christiaan Weijts