Eindelijk ontdekt: een intens tevreden beroepsgroep. Goedlachs, vriendelijk en slank van lichaam. Het zijn de postbodes. Hoe ik dat weet? Ik heb ze gisteren gesproken, bij een modeshow voor nieuwe postbode-uniformen.

Had ik nooit gedacht, dat postbodes zulke positievelingen zouden zijn. Ik zocht achter de postbode altijd iets van de boze kluizenaar, de mislukte geleerde, de gedesillusioneerde zakenman die zijn leven had omgegooid om een simpel bestaan te leiden. Teruggetrokken, autistische types, die van systemen en regelmaat hielden en graag alleen wilden zijn met de elementen. Misschien kwam het door Cliff uit de tv-serie Cheers, alhoewel die redelijk sociaal was – maar ja, daar had hij wel veel bier voor nodig.

lees verder

Ik maak me zorgen om Jamie Oliver. Terwijl hij zo’n zondagskind leek, de golden child van het verse basilicum en de simpele vis uit ’t pannetje.

Ooit, in de tijd voor Jamie, waren koks dikke, gestreste mannen die in roestvrijstalen keukens tegen hun onderkokjes blaften – om de een of andere reden altijd in het Frans. Toen kwam Jamie. Slank. Ontspannen. Laddish. Alles wat hij maakte, wilde je meteen nakoken. Hij had een eindeloze stroom vrienden die graag bij hem aanschoven om de zoveelste eerlijke maaltijd naar binnen te werken.

lees verder

De lijsttrekkers buigen zich vandaag over een bizar manifest. Een cadeau van filmmaker Eddy Terstall en cabaretiers Hans Teeuwen en Diederik Ebbinge. Strekking: politici moeten hardop beamen dat kunstenaars mogen kwetsen. Aanleiding: het gedonder rond Madonna.

Het manifest is bizar, omdat het niets vraagt wat niet al geaccepteerd is. Wat wil het trio namelijk? Dat „kunstenaars en opiniemakers zich onbelemmerd moeten kunnen uiten” en dat alles en iedereen „bekritiseerd, gerelativeerd en bespot” moet kunnen worden. Dat kan al sinds artikel 7 in de Grondwet staat.

Het driemanschap wil kennelijk kwetsen zonder consequenties. Dat is laf. Alsof je eerst goedkeuring van de burgemeester vraagt voordat je je buurman voor pitbullneuker uitmaakt. Wie taboedoorbrekende kunst wil maken, moet niet miepen als hij naar de rechtbank moet. Natuurlijk: voor de kunstenaar is het een ramp, al die bijkomende mediaaandacht, maar dood ga je er niet aan. De laatste veroordeling wegens godslastering in Nederland was in 1965. Boete: 100 gulden.

Kwetsen in de kunst stond ooit in dienst van meer dan eigenpijperij. Wat Madonna tegen aids wilde doen, weet niemand meer.

Kwetsen is geen kunst. Ik zou hier “onbelemmerd” kunnen schrijven hoe Ebbinge verkleed als kangoeroe in zijn bibs genomen wordt door Terstall en Teeuwen. Maar zoiets doe ik niet. Ooit was het kunstenaarschap ook zoiets als een ethische opgave. Nu moeten politici onderschrijven dat niets meer heilig mag zijn. Het moedigst zijn de lijsttrekkers die niet tekenen.

Christiaan Weijts

Politici die tussen nu en 22 november liefst elke dag, en bij zo veel mogelijk zenders, een paar minuten in beeld willen komen – helpt dat nou? Dat schijnen ze te geloven.

Vorige week tussen vrijdag vroeg en zondag laat turfde ik zes keer Mark Rutte, bij mekaar zeker een kwartier, verdeeld over vijf netten.

En niet eens een record.

Het record kwam op naam van Femke Halsema. Die haalde in dezelfde tijdspanne minstens zeven televisieprogramma’s. Ik moest zaterdagmiddag even weg voor een boodschap, dus ik kan er ook nog eentje hebben gemist. Tussendoor was ze trouwens ook nog twee keer op de radio.

lees verder

Dieren hebben geen stemrecht, maar wel een partij: de Partij voor de Dieren. Aan het hoofd van die partij staat Marianne Thieme, die ik vandaag zal behandelen in de serie Politici Waar Ik Meer Van Wil Weten Waar Ik Me Eigenlijk Nooit Zo In Verdiept Heb.

Sinds de prijsuitreiking voor de Meest Sexy Vegetariër had ik Marianne Thieme niet meer gezien, maar ze ging een abri onthullen op Den Haag Centraal. De onthulling van een abri leek me een interessant evenement, en dan kon ik Marianne meteen rustig bestuderen.

lees verder

‘Jij hebt altijd of heel veel, of heel weinig bij je”, zei mijn vriendin I., terwijl ze naar mijn enorme koffer keek, die ik voor twee dagen Rome bij me had. Ze dacht waarschijnlijk aan de keer dat ik met haar door Mexico reisde en zes weken leefde uit een alsmaar onwelriekender tasje met twee T-shirts en een washand erin. (De washand diende tegelijkertijd als toilettas.)

Tegenwoordig ben ik meer van het maximalisme als het om inpakken gaat. Dat betekent overigens niet dat ik de juiste dingen meeneem. En zo zat ik in Rome in mijn hotelkamer met een paarse trui in mijn handen en vroeg me af: ‘Waarom?’

lees verder

Mist Edwin de Roy van Zuydewijn vanmiddag de 9/11-herdenking?

Daar ziet het wel naar uit.

Uitgerekend op het moment dat de uitzending zal beginnen (pesterij van Huis ten Bosch?) moet hij op het bureau komen omdat hij een ambtsgeheim zou hebben geschonden. Welk ambtsgeheim? Van wie? Kennen we de naam van degene die hem aanklaagt? Allemaal onbekend.

Die jongen maakt wat mee in zijn leven. Ik hoorde hem op televisie ook verzuchten dat het woord kafkaiaans in de Van Dale beter vervangen kan worden door edwinniaans. Dat is natuurlijk zijn droom: als Edwin K. herinnerd te blijven.

lees verder

Een overgeboekte vlucht, dan maar vliegen via Parijs, eindeloze vertraging aldaar, en het vooruitzicht dat een weekend Rome werd gereduceerd tot een middag Rome, leidde mij ertoe om vrijdag vele keren te roepen: ‘Ik Vlieg Nooit Meer Met Alitalia!’

Mijn uitroep leidde tot weinig reacties bij de Alitalia-medewerkers, eigenlijk op geen reactie. Alitalia-medewerkers hebben, door jarenlang bij Alitalia gewerkt te hebben, geleerd om je recht aan te kijken, geen emoties te tonen, en te blijven herhalen dat je vlucht vol, vertraagd, bestaakt, niet-bestaand, etcetera is.

lees verder

‘Voelt u zich niet in de maling genomen?”, vroeg de radioverslaggever aan minister Bot nadat president Bush openlijk had toegegeven dat zijn CIA er wel degelijk allerlei geheime gevangenissen buiten Amerika op na heeft gehouden.

Had hij zoals bekend jarenlang ook Bot over voorgelogen.

Ben aarzelde even. Toen zei hij:

‘Nou, dat is wel een héél groot woord’.

Dat zijn van die momenten waarop ik zo’n man even zou willen knuffelen. Niet lang natuurlijk, en zeker ook niet letterlijk, want hij lijkt me niet erg aaibaar, maar laten we zeggen overdrachtelijk, of bij verstek, of bij wijze van spreken, of misschien in effigie.

lees verder