Eigenlijk is de neiging groot erover op te houden. Het meeste is er wel over gezegd en het is demotiverend omdat er niets verandert: de bonussen. Deze maand ontvangen de meeste bankiers hun bonus en de opper-bonus-verstrekkers van de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs zullen hun 30.000 werknemers gemiddeld 595.000 dollar cadeau geven, zo wordt verwacht.
Het zou ons zo langzamerhand een zorg kunnen zijn, maar dat is om verschillende redenen onverstandig. Niet alleen doen veel instellingen, ook die in Nederland, zaken met Goldman Sachs, de astronomische bonuspool van 23 miljard Goldman-dollars is een verkeerd soort inspiratie voor bankiers of andere blindverdieners elders ter wereld. Dat werkt namelijk zo: de blindverdiener levert voor zijn goed fatsoen een beetje in, krijgt desondanks nog steeds heel veel, maar wil zich niet echt schuldig voelen omdat je nog altijd de jongens van Goldman hebt. En als het aan Goldman ligt, zal dat ook nooit veranderen, want dat is onzakelijk. De Goldman-standaard is zo waardevast als goud, en nodigt anderen uit zijn voorbeeld te volgen.
En dat is precies wat het hele bonusverhaal zo slepend maakt. In de normale wereld van vraag en aanbod, zou Goldman allang verdwenen zijn omdat ogenschijnlijk onrecht doorgaans meteen wordt bestraft. Immers, als je je klanten overvraagt, blijven ze vanzelf weg.
Maar bij financiële instellingen werkt dat anders. Die hebben het nemen van risico’s in hun grondbeginselen staan. En wie bij zo’n instelling het beste heeft gepresteerd, heeft met zekerheid de meeste risico’s genomen – en ontvang de meeste lof, en kolen dus.
Risico’s bewegen iedere bank. En de risico’s zijn momenteel heel groot. Jongens als die van Goldman gedijen daarbij. Ze tarten het lot, het fatsoen en ieders geduld: ze doen hun werk. De winkelier, zo blijkt, krijgt astronomisch veel speelruimte van zijn klanten. En die laatsten laten het er bij zitten.
Inderdaad – het is pas afgelopen als de klant in opstand komt. Zo machteloos staat de burger niet.



