Berichten met de tag Binnenlandse politiek

Terwijl de huidige Amerikaanse president zich wederom heeft mogen wentelen in de boter van zijn belofte – die hij, zo weet iedereen heel erg zeker, eerstdaags waar gaat maken – gaan mijn gedachten uit naar de man aan wie hij de pre-emptive strikes van toegedichte onsterfelijkheid te danken heeft: George W. Bush.

Wat voert Dubya dezer dagen toch in zijn schild? Want het is met de goede man inmiddels net als met zijn hobby-schurk, Osama bin Laden: sinds zijn moment van glorie, is het opmerkelijk stil geworden. À propos hobby-schurk, bij gebrek aan resultaat heeft de Amerikaanse justitie ter compensatie een Poolse-Franse viespeuk opgepakt. Ook een hele prestatie.

Maar ik was op zoek naar Bush. Wat zich liet traceren waren glimpjes: een toespraakje ter waarde van 150.000 dollar in Canada hier, een bezoekje aan de Dallas Cowboys daar. Maar echt (ex-)presidentieel wilde het niet worden. De belangrijkste vindplaatsen bleven toch de boze blogs en bumperstickers met teksten als ‘Do you miss me yet?’. Onuitgesproken antwoord: nee.

Volgens Jeb de jongere, die het altijd heeft opgenomen voor George de oudere, moet het eindelijk eens afgelopen zijn met dat gepest. ,,In het vliegtuig op weg naar Washington hoorde ik iemand zeggen dat de jeugdpuistjes van haar kind de schuld waren van George Bush. En dat Chicago de Spelen niet heeft gekregen, is ook al de schuld van mijn broer. ’’ Jeb vond dat flauw. ’s Lands politieke leiders moesten eindelijk eens zelf verantwoordelijkheid leren nemen.

George liet zich onderwijl traceren op een braakliggend stukje grond in Dallas waar zijn 300 miljoen dollar kostende presidentiële bibliotheek zou moeten verrijzen. Hij was, zoveel was duidelijk, druk in de weer met het onderbrengen van zijn unieke gedachtegoed in een poging tot grotere onsterfelijkheid (ook al wist niemand dat dat kon). De minder zachtzinnige pers ter plaatse maakte er meteen gehakt van. Een bibliotheek voor Bush was net zoiets als 300 miljoen dollar besteden aan een diaprojector voor Andrea Bocelli, schreef zij. Het schijnt dat het verder geweldig gaat met George.

Floris-Jan van Luyn

Verkiezingen in Duitsland. Ineens disproportioneel veel Duits op radio en tv. Alle verslaggevers spreken de Duitse namen en plaatsnamen keurig uit. Dat is bijzonder, want dé nationale hobby die ons hele volk al sinds ‘40-‘45 verbindt is ‘Duits raar uitspreken’. Daarbij zijn twee hoofdstromingen te ontdekken: De nazi- en de pornostroming.

De nazistroming laat zich vooral inspireren door films over de Tweede Wereldoorlog. Dat betekent dat alles hard geschreeuwd moet worden. Te beginnen met ‘Jawohl!’. Maar daarna kan ook gevarieerd worden, bijvoorbeeld door op een strand vol met Duitsers keihard te roepen: ‘Mein fiets zurück!’ Ook woorden als ‘raus!’ en ‘ausradieren!’ doen het goed in de nazistroming.

De pornostroming wordt daarentegen eerder geïnspireerd door de jaren zeventig. Anders dan bij de nazistroming moet hierbij juist alles uiterst zwoel uitsproken worden, en een half octaafje lager dan normaal. De naam ‘Angela Merkel’ is uitermate geschikt om op z’n porno-Duits uit te spreken. De laatste lettergreep moet lang uitgerekt worden, en daarna mag er nog wat gekreund worden.

Er is trouwens nog een derde stroming. Die is veel minder groot, en richt zich op het nadoen van het MTV-Duits. Wat is MTV-Duits? Welnu, toen MTV Europe nog niet zo lang bestond, waren er voortdurend Duitse reclames op te zien. Daarbij een Duitse stem die schreeuwerig en bronstig tegelijk was, en die dingen riep als: ‘Jetzt! Die coolste Partytracks! Toll!’ Nu zie je die Duitse reclames niet meer op MTV. Alleen mensen die dat als puber hebben meegemaakt (ik dus) vinden het grappig om ‘Party’ op z’n Duits uit te spreken.

Vanwege onze nationale hobby heb ik altijd zo’n medelijden met leraren Duits. Goed, die hebben er zelf voor gekozen, maar zouden ze wel beseft hebben dat ze dan generatie na generatie voorbij zouden zien trekken, waarbij elke generatie zichzelf weer even grappig en inventief vindt? Als leraar Duits moet je dan waarschijnlijk een beetje schaapachtig meelachen, omdat je anders al helemaal als nazi wordt weggezet.

En ondertussen stilletjes denken: ‘Verdammt noch mal.’

Paulien Cornelisse

De ondergang van de ex-president van Taiwan, die afgelopen week tot levenslang werd veroordeeld wegens corruptie, is een voetnoot in de politieke actualiteit.

Maar bij mij riep het herinneringen op aan de uitgelaten stemming waar ik getuige van was, minder dan een decennium geleden, toen dezelfde man nog enthousiast werd gekozen. Chen Shui-bian, die liefdevol A-Bian werd genoemd, was de eerste president in de geschiedenis van Taiwan die op het eiland was geboren en een openlijk voorstander was van formele onafhankelijk, los van China. De internationale media waren gegrepen door die historische gebeurtenis omdat met Chen Chinees-sprekend Azië voor het eerst een democratisch gekozen leider kreeg. In Singapore, Hongkong en Macau was dat nog niet gelukt, om over de politieke keuzevrijheid op het Chinese vasteland maar te zwijgen.

Maar Chen ontpopte zich al snel tot een ongeleid projectiel, principeloos en schadelijk voor de internationale reputatie van het eiland, en een schande voor de democratische belofte die zijn verkiezing in zich droeg. De controverses rond zijn persoon weerhield zijn hondstrouwe electoraat er niet van om hem vier jaar later opnieuw te kiezen.

Maar ook die blijk van loyaliteit had geen uitwerking op zijn gedrag. Toen hij vorig jaar voor het eerst opbiechtte zich schuldig te hebben gemaakt aan fraude, wilde zijn trouwste fans het nog niet geloven. Chen zou om politieke redenen worden vervolgd. En hoewel in die bewering ook iets van waarheid schuilde, zijn door Chens acties de kansen voor de Taiwanese democratie grote schade toegebracht. Door zijn toedoen is het eiland dichter in de armen gedreven van het totalitaire regime in de Volksrepubliek.

Met Chen hadden de 23 miljoen Taiwanezen korte tijd uitzicht op iets wat leek op formele onafhankelijkheid van China. Maar die diepgewortelde wens werd hen ontnomen door dezelfde man.

De vraag waarmee Chen zijn volk in verwarring heeft achter gelaten is of de macht hem werkelijk heeft gecorrumpeerd, of dat hij altijd al corrupt is geweest. De meeste mensen vrezen het laatste.

Recentelijk nog nagedacht over Birma? Nee natuurlijk, ik ook niet. En waarom ook. Er gebeurt daar niets. Het is één van die kwesties die maar doorgaan. Geen verandering. Geen vooruitgang. Geen nieuws.

De eenzaamste Nigeriaan ter wereld, Ibrahim Gambari, in het dagelijks leven Birma-gezant voor de Verenigde Naties, is daar een goed voorbeeld van. Zijn baan is contact houden met de Birmese junta opdat er eh…contact blijft. En dat doet-ie trouw. Zo keerde hij dit weekeinde terug van alweer een kort bezoek aan Birma, zonder enig resultaat.

Birma-activisten binnen en buiten Birma verwachten inmiddels niet anders, want Gambari is een diplomaat van de softe soort: hij is overtuigd dat de junta bereid is tot verandering zolang hij maar in gesprek blijft. Het resultaat is er naar: sinds het eerste bezoek van Gambari aan Birma in 2006 zou het aantal politieke gevangenen in aantal zijn verdubbeld en honderdduizend mensen zijn getroffen door de etnische bevolkingspolitiek van het paranoïde leiderschap van het land.

Nu zijn dat soort getallen snel verzonnen, maar wie herinnert zich niet de opstandige monniken in het najaar van 2007? Ook zonder nieuws laat het politieke klimaat van Birma zich makkelijk raden.

Hoe teleurstellend is daarom de houding van gezant Gambari, en met hem die van de Verenigde Naties. De meest dreigende woorden die hij ooit tot de junta sprak luidde: „Deze acties moeten onmiddellijk stoppen.” Hij doelde op het moorddadige optreden van het bewind tegen de weerloze bevolking. De machtige mannen in hun nieuwe hoofdstad schrokken vast. Ongetwijfeld staken ze naar goed gebruik een vette Cubaan op om vervolgens hun luie stoelen van tijgerleer geriefelijk in de richting van China, Thailand en Maleisië te draaien. Daarvandaan immers bleef de stroom wapens en geld rustig komen.

En zo vergaat het Birma nog. China, Thailand en Maleisië, de enige drie landen die echt verschil kunnen maken, worden diplomatiek buiten beschouwing gelaten. En de tandeloze man uit Nigeria pakt weer eens zijn koffers. Op naar een volgend bezoekje.

Met de zestigste verjaardag van de Volksrepubliek China in het vooruitzicht is het verbijsterend om te ontdekken hoeveel goede wil de communistische partij na al die jaren nog bezit.

Maar het heeft dan ook niets te maken met de prestaties van die partij – want die zijn ook volgens menigeen in China tamelijk waardeloos – maar met loyaliteit. Steun aan de enige partij van het land is net zoiets als de steun van Amerikanen aan de Republikeinse of Democratische partij. Die doen dat meestal uit traditie, zonder heel veel nadenken.

Nu is dat in het democratische Amerika natuurlijk nog ongelooflijker dan in het totalitaire China, maar in China bestaat sinds enige jaren wel iets wat lijkt op diversiteit – en wel bínnen de partij. Zo wordt een groot onderscheid gemaakt tussen lokale en centrale partijbureaucraten. Lokale partijleiders zijn slecht, centrale partijleiders zijn goed – per definitie. Alsof er een binnenlandse partij is die corrupt is, en een partij in Peking die betrouwbaar is en die door iedereen wordt gesteund.

Op filmbezoek in China blijkt zelfs de meest getergde dissident hoop te putten uit de ingebeelde goedheid van het centrale leiderschap van de partij. En of die hoop nu voortkomt uit lijfsbehoud of oprechte overtuiging, het doet de partijtop geen kwaad.

De tweedeling die inmiddels door heel China loopt, is zo groot dat zelfs kritische activisten weigeren de partijbonzen in Peking de schuld te geven van hun misère. Als er problemen zijn, dan ligt de oorzaak in de provincie, niet in de hoofdstad.

In het land zonder politieke hoop is de nood kennelijk zo hoog dat de hoogste macht mag rekenen op blind vertrouwen van de man in de straat. Ook al bestaat het centraal partijbestuur grotendeels uit vooruitgeschoven provincialen die jaren van politiek onvermogen en corruptie achter de rug hebben – eenmaal in Peking verandert hun aanzien.

Wat dat betekent voor het land weet niemand. Maar je zou wensen dat het centrale partijbestuur van China eindelijk iets met dat vertrouwen doet.

Floris-Jan van Luyn

Als politieke leiders een potje gaan zitten lachen terwijl de tent er belabberd bij staat, voorspelt dat weinig goeds. Wie herinnert zich niet de toespraak van George W. Bush tijdens het galadiner van en voor Amerikaanse journalisten in 2004?

De Verenigde Staten waren volop verwikkeld in de oorlog tegen terreur en de chaos in Irak was groter dan ooit. De toespraken tijdens die jaarlijkse bijeenkomst zijn altijd grappig bedoeld, maar Bush’ diapresentatie, waarop hij te zien was op zijn knieën in de Oval Office op zoek naar massavernietigingswapens, werd niet door iedereen gewaardeerd. De VS zouden hun oorlog in Irak om die wapens zijn begonnen, maar ze werden nooit gevonden. En terwijl Irakezen en Amerikanen bij bosjes sneuvelden, verkocht de zelfverklaarde leider van de vrije wereld een grap.

Een soortgelijke gedachte kwam op bij het optreden van president Barack Obama in het televisieprogramma van komiek Jay Leno. 59 dagen president van een land in diepe economische crisis, en nu was het tijd voor een grap. Aimabel, vrolijk en beheerst, onvergelijkbaar met zijn voorganger, maar desondanks – een grap.

Nu verdient die man ieders geduld. De problemen die hij helpt oplossen zijn niet door hem bedacht. Maar in de Verenigde Staten rijst de vraag of de democratie wel op het goede spoor zit. Het land is in grote beroering over zaken die er nooit eerder problematisch werden gevonden, zoals de buitenproportionele beloningen voor slimme geldschuivers. Alle maatregelen zijn gericht op de bestrijding ervan.

Maar meer dan een reactie op de waan van de dag lijken die maatregelen niet. Het electoraat moet tevreden gesteld. En dus legt het Congres als door een adder gebeten bonusklanten strafbelasting op. De Republikeinse oppositie onderwijl, is er uitsluitend op uit de president in diskrediet te brengen. En de president zelf? Die zit bij Leno. Maar raakt het de kern?

Amerikaanse commentatoren benoemen die: het gaat niet om het aanscherpen van regels, het gaat om het herstel van waarden van goed gedrag – pas als die worden nageleefd, is er licht aan het einde van de tunnel.

Floris-Jan van Luyn

Mensen die Michelle O. nog met Jackie O. vergelijken, zijn hopeloos passé. In de Amerikaanse Vogue van maart, die nu in de winkels ligt met op de cover de First Lady in een fuchsia jurk, staat het officiële oordeel: Michelle Obama is niet de nieuwe Jackie O., maar de nieuwe Eleanor Roosevelt.

Ja, dat heb je met modebladen, die willen altijd nieuwe, frisse dingen beweren.

Ik heb wat plaatjes van Eleanor Roosevelt gegoogled, en zij leek behoorlijk op Annie M.G. Schmidt, vooral als ze haar bril op had. Verder was ze een type met brede schouders dat veelal rondliep in een donkere soepjurk en met een grote, houten ketting om haar nek. Ook droeg zij graag een vilten flaphoed.

lees verder

Inmiddels is Jan Peter Balkenende (CDA) zo’n beetje de enige Nederlander die géén onderzoek naar de steun voor de inval in Irak wil. Zoals iemand die na een misdrijf halsstarrig weigert zich aan het grootschalige DNA-onderzoek in de omgeving te onderwerpen, zo is de premier nu pijnlijk verdacht.

En zoals dat gaat met zwijgende weigeraars: ze genereren een wildgroei aan gissingen, geruchten, gestaafd met halve feiten en verwarrende bewijzen. Rond het zwijgen van de premier zijn inmiddels aangekoekt: een geheime nota (van adviseurs die twijfelen aan de volkenrechtelijke basis), een brief aan een burger (waarin de premier de massavernietigingswapens als casus belli opvoert) en het radioprogramma Argos dat claimt dat Nederland zelfs militaire steun verleende (commando’s en verkennende F-16’s).

Als dat allemaal waar is, is het heel ernstig. Dan was Nederland fout in de oorlog. Alleen al alle mist die er nu omheen hangt, maakt het onderzoek absoluut noodzakelijk.

Waarom verdween het Irak-onderzoek ook alweer van tafel? Omdat Balkenende in de coalitieonderhandelingen zijn poot stijf hield: als tolgeld tot de coalitie moest Wouter Bos (PvdA) het Irakonderzoek laten schieten. Toenmalig formateur Herman Wijffels (nota bene van CDA-huize) wil nu zelfs dat het onderzoek er komt.

Balkenende houdt zijn poot nog altijd even stijf. Daarmee lijkt hij op iemand die nog steeds geen DNA wil afstaan, terwijl er getuigenverklaringen opduiken, wapens in zijn tuinhuisje gevonden worden en er drommen mensen voor zijn hek samenkomen met pek en veren. Balkenende blijft onvermurwbaar. „Ik heb er kennis van genomen,” zegt hij met verkrampte glimlach. Waarom zoveel halsstarrigheid? Alleen zo’n onderzoek kan Balkenendes geloofwaardigheid redden.

Of juist breken. Daarvan heeft het nu alle schijn. Zal Irak dan JP’s Waterloo worden? Wel sneu dat Bush hem dan zo snel vergeten is. Op een bijeenkomst met wereldleiders wist Bush niet eens meer wie hij was (‘Mister Balkenende returned to… ehm… his country’). En in zijn rondje afscheidstelefoontjes belde Bush met de leiders van Denemarken, Italië, Rusland, Georgië. Alleen in huize Balkenende bleef de telefoon doodstil.

Christiaan Weijts

Het opvallendste aan de laatste persconferentie van Bush vond ik niet eens z’n spijt dat hij na de inval in Irak iets te vroeg victorie had gekraaid. Fascinerender was z’n bekentenis inzake de massavernietigingswapens – u kent ze nog wel.

Saddam Hoessein zou ze bij tientallen of misschien wel duizenden tegelijk in zijn land verstopt hebben. Onder de grond natuurlijk, maar ook openlijk tussen paleizen in aanbouw, of in de kashba’s van Bagdad, in moskeeën waar niemand ze ook ooit zou zoeken, en in campers die de hele dag argeloos door het land reden alsof ze op weg waren naar een zonnige vakantiebestemming. De CIA had van een aantal verborgen installaties foto’s weten te maken, die Colin Powell toentertijd gedurende een diashow van anderhalf uur aan de hele Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft laten zien.

lees verder

Ik heb een nieuwe, onschadelijke obsessie: het filmpje van de ontmoeting van Barack Obama, Jimmy Carter, Bill Clinton, Bush senior en Bush junior.

De vijf hadden woensdag een gezamenlijke lunch, sorry, A Historical Meeting in het Witte Huis, en stonden één minuut de pers te woord.

Daarvan is een filmpje. Op YouTube vond ik verschillende versies – je hebt een onschadelijke obsessie of je hebt hem niet. Na nader bestuderen weet ik een paar dingen zeker: 1. Barack Obama is niet zo zelfverzekerd als hij lijkt, 2. Bush junior is echt een vervelend mannetje, 3. Jimmy Carter is een meelbiet. Of dement.

lees verder