Berichten met de tag Brandstoffen

Je eerste computer, kun jij je die nog herinneren? Als je dezelfde leeftijd hebt als ik, was dat een Commodore 64 of een MSX. Programma’s moest je via een cassettebandje inladen. Na een kwartier van pieptoontjes kon je Pacman spelen.

Nu, vijfentwintig jaar later, heb je een TomTom in je auto, een iPhone op zak en woedeaanvallen als het internet er een dagje uit ligt.

Het klinkt vreemd, maar daar moest ik gisteren aan denken toen we vierden dat Nederland 146 jaar geleden de slavernij afschafte. Zo’n beetje als allerlaatste in Europa, maar toch.

Het doel van de westerse mens is altijd geweest om de handen vrij te maken en te kunnen luieren. Eerst gebruikten we daar dieren voor, vervolgens slaven, en ten slotte fossiele brandstoffen. Dat arbeidloos luieren ons ideaal is, blijkt alleen al uit de grote rolmodellen van onze wereld: mensen die onvoorstelbare fortuinen bezitten die in geen enkele verhouding staan tot de geleverde ‘arbeid’ (Paris Hilton, Michael Jackson, Britney Spears). Zo’n leven willen we allemaal en de afgelopen 146 jaar is dat, dankzij de techniek, voor iedereen steeds dichterbij gekomen. We hebben slaven die ons de weg souffleren in de auto, slaven die non-stop muziek voor ons maken, slaven die onze vaat doen, enzovoorts.

Levende energiebronnen hadden altijd beperkingen: ze werden moe, gingen dood of kwamen in opstand. Onze huidige energiebronnen doen dat allemaal niet. Sterker nog: sinds deze week zijn ze zelfs 30 procent goedkoper.

Dat we die bronnen niet horen morren, betekent echter niet dat ze onuitputtelijk zijn. In Zweden en Finland is meer dan 20 procent van de energie al duurzaam. In Nederland is dat 2,7 procent.

Dat Nederland zo laat was met het afschaffen van de slavernij, komt waarschijnlijk doordat we ook pas zo laat aanhaakten bij de industriële revolutie, waardoor we slaven voor machines konden inruilen. Nederland liep achter, en uit die periode danken we onze fameuze jansaliegeest.

Misschien vieren we in een volgende eeuw de dag dat Nederland de fossiele brandstof afschafte. Als allerlaatste in Europa.

Christiaan Weijts

Shellbaas Jeroen van der Veer zei begin deze maand in Nova dat het „geen zin heeft” om veel te investeren in duurzame energie, omdat dat nog „te duur is”. Zou er zoiets bestaan als een Nobelprijs voor Cirkelredeneringen, dan had het comité in Oslo van mij de champagne mogen ontkurken.

We have a winner.

Het is natuurlijk andersom: alternatieve energie is nog te duur, doordat er véél te weinig in geïnvesteerd wordt. Vergelijk de zonnepanelen van nu maar met de computers van vroeger. De eerste IBM PC – 4 megahertz, 64 kb geheugen en een floppy als harde schijf – kostte drieduizend dollar schoon aan de haak. Rendabel? In de verste verte niet. Toch werd er een vermogen tegenaan gegooid om het aan de man te brengen. Je moet er niet aan denken dat visionair Jeroen van der Veer destijds topman bij IBM was geweest.

lees verder

Als we zouden moeten kiezen tussen goedkopere brandstoffen, of bestrijding van de armoede dan is die keuze snel gemaakt. Of niet? De milieubeweging en de hongerende wereld zitten elkaar dwars. Niet dat de hongerende wereld daar veel aan kan doen. Maar sinds economen en milieukundigen hebben aangetoond dat de hoge olieprijs de voedselschaarste versterkt, moet het milieu het afleggen tegen de honger. Logisch zou je zeggen, maar hoe heeft het toch kunnen gebeuren dat een nobel streven als de bescherming van het milieu een bedreiging vormt voor de wereldvoedselvoorraad?

Sinds de prijzen van tarwe en rijst binnen twee jaar bijna zijn verdrievoudigd is het aantal wereldburgers dat honger lijdt met vijftig miljoen zielen toegenomen. Op het totaal aantal hongerlijders is dat misschien verwaarloosbaar, en op ons maakt het sowieso niet meer zoveel indruk. Maar nu blijkt dat de productie van ethanol of ethylalcohol, de biologische vervanger van diesel en benzine, oorzaak is van die prijsstijgingen, ligt de milieubeweging dwars. Zien door de hoge olieprijs eindelijk eens meer mensen de noodzaak van alternatieve brandstoffen, krijgt de rest van de wereld honger.

Het geeft eigenlijk alleen maar aan wat een potje de westerse beschaving ervan heeft gemaakt. George W. Bush illustreerde dat een paar weken geleden nog door te zeggen dat de oorzaak van de wereldvoedselschaarste vooral in India ligt, waar de opkomende middenklasse zich opeens maaltijden permitteert die eigenlijk exclusief bedacht zijn voor de Verenigde Staten en Europa. Die opmerking had natuurlijk een storm aan kritiek tot gevolg in India, waar de consumptie per capita vijf keer lager ligt dan in de VS. Indiase economen hadden ook niet lang nodig om te berekenen dat van het geld dat Amerikanen en Europeanen besteden om overtollig vet weg te zuigen, aardig wat hongerende magen had kunnen worden gevuld. Minder consumeren, zo stelde zij vast, was voor deze mensen nooit een optie geweest. Kom dan maar eens aan met het milieu.

Floris-Jan van Luyn

Floris-Jan van Luyn is journalist en filmmaker

De hoge olieprijs heeft tal van tragische bijwerkingen. Het Amerikaanse automerk General Motors overweegt de productie van de stadstank, de benzine slurpende SUV met het schijt-aan-alles imago, van de hand te doen. Niet dat de fabrikanten plotseling verlicht zijn geraakt, welnee, maar „binnen het huidige klimaat” is een familievrachtwagen „niet langer zinvol”, aldus een analist van de Amerikaanse autoindustrie.

Je vraagt je af of het klimaat er ooit zinvol voor is geweest, maar ecologisch gezever geeft geen pas in de wereld van de suvverdjes. Als het geen Hummer is dan droomt half Nederland wel van al die andere onparkeerbare modellen. Het onbehouwen karakter van de SUV ligt de Nederlander goed. 171 columns en drie jaar verder en ik koop er ook een. Tweedehands. Het is geen vetpot nee.

Maar het helpt geen sikkepit want nog even en er rijden helemaal geen Hummers meer. Alsof met zes liter per kilometer niet van meet af duidelijk was dat het een verloren zaak was. De olieprijs heeft het feestje goed verpest. Amerikanen, de geboren veelverbruikers, lopen inmiddels massaal aan het kreng voorbij. Vet betalen voor benzine is niet megasuper-cool. General Motors heeft er even over gedacht het apparaat om te bouwen tot een milieuvriendelijk ding waarmee je autovrije bergpaadjes op kunt crossen, maar dat plan is om de een of andere reden een vroege dood gestorven.

Toch is niet alle hoop verloren. We hebben China immers nog. In landen waar pochen nog zin heeft, maakt onverantwoordelijk gedrag nu eenmaal een goede kans. Chinese producenten azen nu al op het rollende beukijzer. In dat land wekt een Hummer de bewondering die het verdient. Zo’n ding dat uittorent boven het vastgelopen verkeer is de droom van iedere migrantenboer. Dat ook in China de benzineprijs is verdrievoudigd mag de pret niet drukken. Want als er één volk is dat tegen de trend ingaat, dan zijn het de Chinezen wel.

Floris-Jan van Luyn

Floris-Jan van Luyn is journalist, filmmaker en oud-correspondent van NRC Handelsblad in China.

Een van de aardige kanten van de hoge olieprijs is dat vliegen weer onbetaalbaar is geworden. Akkoord, mobiliteit is ook wat waard, en waarom zou het alleen zijn weggelegd voor the happy few, maar om eerlijk te zijn, zo leuk was vliegen nou ook niet meer.

De tijden dat je goud geld voor je ticket betaalde en het gevoel had ernaar behandeld te worden, liggen lang achter ons. Geen wonder dat serviceloze prijsstunters het zo aardig wisten te doen.

De gepokte en gemazelde reiziger proefde het verschil niet eens meer. De A-markt was inmiddels zo ‘ver-Ceed’, dat honderd euro voor een retourtje Bangkok al veel leek.

Het was natuurlijk van de gekke. Vliegen hoort immers duur te zijn – het is smerig en verspillend. En de gek die ervoor betaalt, hoort het gevoel te krijgen dat als hij het al doet, hij er op z’n minst van mag genieten. De wereld rond suizen is nu eenmaal ongezond, ook al blijft het leuk.

Maar nu de olie overkookt, krijgt thuisblijven weer nieuwe glans. Al was het alleen maar omdat vliegtuigmaatschappijen de gekste dingen doen om de prijs proberen te drukken.

Langzamer vliegen als ze voorliggen op schema, taxiën op één motor, lichtere stoelen en tussentijdse lozingen van septische tanks (nog een reden om een droogtrommel te kopen).

Veruit de origineelste bezuiniging is die van Alaska Airlines. Om aan te tonen dat de piloten van die maatschappij hun steentje bijdragen, laten die hun gebruiksaanwijzingen thuis. Het scheelt de maatschappij 30.000 dollar aan brandstofkosten per jaar.

Dus als op weg naar de poolcirkel een rood lichtje gaat knipperen en blíjft knipperen en het vliegtuig steeds onheilspellender richting het smeltende ijs suist, dan kunnen de passagiers weten dat de piloot aan wie ze hun leven hebben toevertrouwd, kostenbesparend bezig is geweest.

Dat your captain speaking bij god niet meer weet hoe hij het ding vlot moet trekken zit nu eenmaal in de prijs verdisconteerd.

Was dan maar thuis gebleven.

Floris-Jan van Luyn

De prijs van olie leidt tot duistere speculaties. Nu de 100- dollargrens is bereikt, wemelt het er van. De besten zijn afkomstig van mensen die complotten zien. Van degenen die het vertrouwen in de mensheid ergens in hun leven zijn kwijtgeraakt. En dat zijn er, getuige het activisme op het internet, opvallend veel. Is dat nieuw, of zien we ze nu pas dankzij het internet?

De complotdenkers weten dat de prijs van olie kunstmatig is opgedreven om ons klootjesvolk er enkel afhankelijker van te maken, terwijl het grootkapitaal zich rijk rekent. Suggereer een oliecrisis en hop, de prijzen stijgen. De boosdoeners? Inderdaad, de kartelchefs, de oliekoningen en de speculanten, de eeuwige speculanten.

Je zou er haast in gaan geloven. Immers, met honderd dollar per vat, waar de prijs in 1998 nog onder de 11 dollar lag, moet er toch érgens iemand beter van zijn geworden. En de olie-industrie maar roepen dat zij geen enkele invloed heeft op de prijs. Dan komt het door Nigeria, door het slechte weer in de Golf van Mexico, door Pakistan, door China, doordat de olie op raakt.

Het enge van complotdenkers is dat zij zich in hun duistere theorieën niet beperken tot olie. Zij geloven bijvoorbeeld ook dat de wereld aan aids is geholpen door een farmaceutisch kartel dat nu eenmaal wel vaart bij de verkoop van pillen. Of dat oorlogen worden ontketend om de wereldbevolking te decimeren en de globe te ontlasten. Zij leveren angst op bestelling, in kant-en-klare brokken.

De hopeloze optimisten aan de andere kant van het spectrum geloven, om het even bij olie te laten, dat er geen sprake is van een tekort of uitputting. De hoge prijs stimuleert juist alternatieve methoden van ontginning en nieuwe oliebronnen zullen altijd worden gevonden.

Tja. Wie het weet mag het zeggen. Wat duidelijk is, is dat de lijnen tussen vraag en aanbod inmiddels zo ondoorzichtig zijn geworden, dat niets met zekerheid is te zeggen. En dat is, op z’n zachtst gezegd, ontnuchterend.

Floris-Jan van Luyn

Floris-Jan van Luyn is journalist en filmmaker en oud-correspondent van NRC Handelsblad in China.