Berichten met de tag Buitenlandse betrekkingen

Soms lijkt het erop alsof we telkens dezelfde dingen moeten ontdekken. Nieuwe gezichten zijn geen garantie voor nieuwe koersen. Er moeten eerst ervaringen worden gedaan die anderen al hebben ondergaan, om tenslotte dezelfde conclusies te trekken. Pas dan liggen er kansen voor iets nieuws. In de politiek is het dan meestal al te laat.

Het Amerikaanse China-beleid is daar een goed voorbeeld van. De ‘nieuwe’ koers van Obama, die was gericht op de dialoog, was bepaald niet nieuw. Het is een koers die al sinds halverwege de jaren negentig door een goeddeel van de wereld wordt gebezigd, om telkens te ontdekken dat het weinig oplevert. Zo onderhandelt de Europese Unie al jaren achter gesloten deuren over mensenrechtenkwesties met China, zonder resultaat.

Daar is Washington inmiddels ook achter. Het heeft een jaar geduurd. China laat niet met zich onderhandelen, dat heeft het nooit gedaan. Vandaar de (niet zo) nieuwe koers van Obama – die van de confrontatie. En zo is het weer tijd voor Tibet en Taiwan. China wordt weer even benaderd als de dictatuur die het is.

Tegenstrijdige signalen waar autoritaire regimes meestal maar één antwoord op hebben: voet bij stuk houden.

Het is de zwakte van de democratische vingerwijzing die, net als bij de opvoeding, vrij wil laten binnen zekere grenzen. Maar het werkt niet bij iedereen. In de beleving van het autoritaire regime bewijst de zigzaggende democratie dat zij onbetrouwbaar is. Er is geen autocraat die het principe van vrijlaten binnen grenzen begrijpt. Hij gedijt alleen bij grenzen.

En zo zullen de autoritaire machthebbers de signalen van toenadering ook niet begrijpen. Dialoog is in China niet meer dan een westers begrip voor uitstel.

Inderdaad, net al bij het kind dat nooit luistert, zijn grenzen soms het enige middel. Niet dat het Westen als een ouder de wereld de les dient te lezen, maar consequent zijn is voorlopig de enige taal die China verstaat. De westerse democratie zal daar wel wat voor moeten doen – én laten.

En dat is lastig. Ouders kunnen daar over meepraten.

Floris-Jan van Luyn

Het is op z’n minst knap van de Verenigde Staten dat het China tijdens de laatste uren van de klimaattop in het defensief heeft weten te dringen. Immers, het zijn de Verenigde Staten die zich de afgelopen jaren op geen enkele manier hebben willen committeren aan welke afspraak dan ook. Dus de rol voor koppigheid was eigenlijk voor Amerika weggelegd.

Maar uiteindelijk was het China dat nukkig overkwam, omdat het nu eenmaal mordicus tegen iedere vorm van toezicht is. Het is moeilijk onderhandelen met een dictatuur.

Het raakte de kern voor het falen van de klimaattop; de twee grootste vervuilers ter wereld bepaalden de regels, maar waren amper evenwichtige en serieuze gesprekspartners te noemen. De één droeg een erfenis van onwil mee, de ander die van ondoorzichtigheid.

En dat bleken ondanks de nieuwe Amerikaanse toewijding en de moderne uitstraling van het Chinese onderhandelingsteam, geen beste voorwaarden voor succes.

Voor China, het land met de grootste uitstoot van broeikasgassen ter wereld, was Kopenhagen desondanks een overwinning. Dat had minder te maken met de inhoud van de top dan met de rol die China er heeft gespeeld. China is een groot liefhebber van grote bijeenkomsten waar het wereldleider in de dop mag spelen – ook al spreekt die rol veel landen niet aan. Kopenhagen bleek daarvoor een uitstekende bijeenkomst en het is het Chinese publiek het afgelopen weekeinde niet ontgaan dat China bepalend was voor de uitkomst. Zoiets is belangrijk in China, ook al was de uitkomst ongewis – in China ziet de wereld er nu eenmaal anders uit.

Waar wij, armzalig aan de zijlijn, rekening mee dienen te houden, is dat de Chinese weigering tot openheid die een echt succes van Kopenhagen in de weg heeft gestaan, inderdaad betekent dat China veel te verbergen heeft als het gaat om het milieu. Eerdere internationale verdragen met China hebben ook bewezen dat zelfs wanneer China openheid belooft, echte controle vrijwel onmogelijk is omdat het politieke systeem dat niet toestaat.

En daar moeten we het dan voorlopig mee doen.

In de zoektocht naar de nieuwe identiteit van Azië neemt China het voortouw – naar voorbeeld van Europa en de Verenigde Staten. Hoe vaak ik de afgelopen weken op deze plaats heb gesproken over het verzet tegen de westerse norm in dat deel van de wereld, is en blijft het Westen een bron van inspiratie, en wel in negatieve zin.

Dat wordt vooral duidelijk in Afrika, waar China nu alweer een decennium energie-strategische aankopen doet. Laatste nieuwtje over de invloed van de nieuwe speler op dat continent is het uitdelen van studiebeurzen aan ‘princelings’, het kroost van de corrupte Afrikaanse politiek. Kritische vragen over China’s motieven in Afrika blijven onbeantwoord. President Hu van China stelde begin deze maand de wedervraag waarom China toch altijd van alles wordt beschuldigd.

Misschien heeft hij wel een punt. Het handelen van China in Afrika is grotendeel naar westers voorbeeld. Maar anders dan de wijsneuzen uit het Westen zijn de Chinezen in Afrika vooral welkom, al was het maar omdat China in het verleden altijd de positie heeft ingenomen van ‘helper’ in plaats van ‘graaier’ die Europa van oudsher zo heeft gekenmerkt. En ook al is dat Chinese imago niet volledig terecht, er bestaat in China wel degelijk een verlangen om Afrika en de rest van de wereld een economisch en politiek alternatief te bieden.

Vanuit Chinese optiek is de kritiek uit het Westen op zijn Afrika-beleid dan ook niet anders dan kinnesinne. De kaarten wisselen steeds vaker van hand en de voormalige topspelers hebben het nakijken.

Of het belang van Afrika daarmee is gediend, is allerminst zeker. Maar dat de wereld met het verschuiven van de economische macht meer invloedrijke spelers creëert, inspireert de minderbedeelde naties wel degelijk. China verbeeldt voor velen in en buiten Azië wat president Obama voor de zwarte gemeenschap in de Verenigde Staten en daarbuiten is. Na eeuwen van internationale apartheid spelen de verschoppelingen van weleer weer mee. De hoop is dat de nieuwkomers zoveel lef hebben dat zij hun voorgangers niet blijven kopiëren, maar verbeteren.

Even sloeg hij zijn blik neer, alsof hij het publiek niet meer onder ogen durfde te komen. Maar hij had het wel gezegd, luid en duidelijk: ‘een Palestijnse staat’. De Israëlische premier Netanyahu sprak in zijn ‘troonrede’ afgelopen zondag over een Palestijnse staat. Zonder leger, zonder controle over het luchtruim, zonder hoofdstad Jeruzalem, met groeiende nederzettingen en zonder terugkeer voor de Palestijnen die Israël verlieten in 1948, maar hij zei het wel: ‘Palestijnse staat’. Obama en de Europese Unie gaven hem prompt een staande ovatie. De hoge EU-vertegenwoordiger Javier Solana noemde het een belangrijke stap in het vredesproces. Want ‘the only possible solution is a two state solution.’

Maar voor Netanyahu was het een gemakkelijke concessie; iedereen in Israël weet dat het praten over een twee-staten-oplossing in praktijk weinig betekent. Tenminste, niet in de nabije toekomst.

Ook Avigdor Lieberman, de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, leek toeschietelijk naar de Palestijnen, begin deze week tijdens een overleg met zijn EU-collega’s in Luxemburg. Daar zei hij dat Israël bereid is met de Palestijnen te onderhandelen, zelfs „zonder voorwaarden vooraf”. Maar de als havik bekendstaande politicus zal zijn eerdere uitspraak in de Jerusalem Post nog steeds onderschrijven: dat een eventuele twee-staten-oplossing de laatste alinea van het gehele vredesproces is, en dus niet relevant is om nu te bespreken.

Door te roepen dat je vóór een onafhankelijke Palestijnse staat bent kan een Israëlisch politicus het westen geruststellen en de internationale handel waarborgen. Maar thuis weten ze dat het lege woorden zijn. Een verre toekomstdroom, en al helemaal geen oplossing op zich.

De situatie rondom Gaza is ondertussen verzand in een absolute patstelling. Hamas weet niet hoe het zijn bevolking moet voeden met dichte grenzen. Via smokkeltunnels komt er wel munitie binnen om Israël nog wekelijks onder vuur te nemen. En hoe agressiever Hamas wordt, hoe strenger de grenzen worden geblokkeerd. De wanhopige bevolking steunt de agressie van Hamas massaal. Maar met Hamas aan het hoofd van de Palestijnen verergert de situatie alleen maar. Want met Hamas kan je alleen oorlogvoeren, er valt niet te praten over vrede. Zij zijn namelijk niet voor een twee-staten-oplossing, maar voor het compleet wegvagen van Israël. En daar valt niet over te onderhandelen.

Kortom, pas als het geweld van Hamas kan worden beteugeld, kan er over een twee-staten-oplossing worden gesproken. Er is een langdurige vrede nodig waarin Israël een oplossing moet vinden voor de nederzettingen en de Palestijnen moeten tonen dat zij het terrorisme blijvend kunnen beteugelen. Voordat dat gebeurt is een twee-staten-oplossing niet alleen irrealistisch, maar ook volkomen irrelevant.

Maar nee, ook nu Israël nog onder vuur wordt genomen, ziet de EU de onafhankelijke Palestijnse staat als enige en ultieme oplossing van dit conflict. En met het doordrukken van die twee-staten-oplossing geeft de EU de boodschap dat er geen andere opties meer zijn. Javier Solana zegt het letterlijk: ‘the only possible solution.’ Maar is dat nog wel effectieve diplomatie? Het gaf Netanyahu afgelopen zondag de mogelijkheid om gemakkelijk te scoren met een concessie, zonder daadwerkelijk een concessie te doen. En het geeft de Palestijnen het idee dat er niet volledig recht is gedaan aan hun situatie, dat het conflict niet over is, voordat er een Palestijnse staat is.

Terwijl er zeker andere opties zijn. Tijdens een lange periode van rust kunnen de economische banden worden aangehaald. Er zijn nu al voorbeelden te noemen van succesvolle economische samenwerking op de Westelijke Jordaanoever, ondanks de Israëlische blokkades en veiligheidsposten. Bedevaartsoord Bethlehem ,onder Palestijns zelfbestuur op de Westelijke Jordaanoever, trekt jaarlijks meer dan 300.000 toeristen, die met Israëlische busjes door soepele veiligheidsposten naar Bethlehem worden vervoerd. Zulke economische ontwikkeling zorgt ervoor dat beide kanten baat hebben bij vrede, en actief zullen werken om die vrede te behouden. En een betere economische situatie op de Westbank zou de Palestijnse kiezers bij volgende verkiezingen kunnen doen inzien dat Hamas niet het beste te bieden heeft voor het Palestijnse volk, maar dat gematigder politici de belofte in zich dragen voor een beter leven op de Gazastrook.

Als Israël, zonder zichzelf in gevaar te brengen, de Palestijnse economie kan stimuleren en zo de kwaliteit van leven op de Gazastrook kan verbeteren, is dat pas een belangrijke stap richting vrede. Een stap die veel meer impact heeft dan lege woorden over een onafhankelijke Palestijnse staat.

De EU zou niet moeten eisen van Netanyahu en Liebermann dat ze zich uitspreken vóór een twee-staten-oplossing, maar dat ze naar oplossingen voor de echte problemen zoeken: nederzettingen, blokkades, en niet te vergeten het aanhoudende Hamas geweld. Dat zou het proces naar vrede pas echt verder helpen.

De winst voor de PVV bij de Europese Gezelligheidsvereniging heeft een raar soort discussie op gang gebracht in mijn omgeving. Die heeft als thema ‘landen waar je wél wilt wonen.’ Bij het onderwerp eindigt de eensgezindheid ook meteen, want niemand weet waar je dan prettig kunt zitten. Sinds zelfs de banken van IJsland zijn gesmolten, blijft eigenlijk alleen Floristan over. Maar goed, dat bestaat (nog) niet.

Gelukkig zijn het alleen nog voorzorgen. Want het is allemaal nog niet zo ver. Pas na de verkiezingen van de Haagse afdeling weten we wat voor vlees we in de kuip hebben. Het is dan ook de x-factor die knaagt. Wat doet Europa met Den Haag? Factor 1 betekent ‘zal wel’, 2 ‘ach ja’, 3 ‘vervelend’, 4 ‘zijn we gek geworden?’, 5 ‘revolutie!’ en 6 ‘vertrekken zolang het nog kan’. Maar in dat laatste geval moeten de bevolking van Volendam, de lezers van De Telegraaf en de kijkers van de Tros wel heel veel buren inspireren. En zo bont zullen we het toch niet maken? Of wel? Of niet?

Het is om gek van te worden. Natuurlijk zijn we geen van allen gezegend met de heerschappij van Balkenende, Bos & Rouvoet, zij hebben ons land veel slecht gedaan, daar kunnen we het over eens zijn, maar om dan als een dolle naar je onderbuik te luisteren.

Blijft voor ons de vraag: waarheen? De oplossing luidt – eerlijk is eerlijk – China. Nee, niet voor u, maar voor hen, de eendags PVV-ers, de mensen met chronische buikgriep. Hun paradijs bestaat immers al! In de Chinese Volksrepubliek wordt de doodstraf al jaren met succes toegepast, zijn er nagenoeg geen migranten die het de moeite van het komen waard vinden, wordt moslims stelselmatig de mond gesnoerd en spreekt de enige partij die er bestaat klare taal. Als een politicus in Peking zegt: „Alle geitenneukers aan het gas”, dan gebeurt dat! En het mooiste is: een enkeltje China kost nog geen halve rug!

Het lastige van het Nederlandse Chinabeleid is dat het niet consequent is. Dat is het nooit geweest. Zolang als Nederland betrekkingenmet China onderhoudt jojoën die op en neer, al naar gelang de onderbuikgevoelens in eigen land. Oogt China stabiel, dan zijn de betrekkingen als nooit tevoren, toont het land zijn ware gezicht, dan zijn de rapen gaar.

Een recent voorbeeld daarvan was de stemming voor de Spelen. Die was opperbest, totdat bleek dat China monniken doodsloeg. China was een grimmige dictatuur, concludeerde de ene helft van de Nederlandse politiek, zonder te zien dat dat nooit anders was geweest (en zonder te zien dat het doodslaan dit keer voor rekening van de monniken kwam). De andere helft van de Nederlandse politiek probeerde krampachtig vol te houden dat het business as usual was.

Vanuit Chinees perspectief klopte dat laatste aardig. Immers, de enige constante in het Nederlandse Chinabeleid is China zelf. Dat heeft nooit een geheim gemaakt van zijn intenties aangaande zijn nationale minderheden, politieke gevangenen of de mensenrechten in het algemeen. De politieke dwalingen zijn voorbehouden aan Nederland.

In dat licht moet het een-tweetje tussen Balkenende en Verhagen ook worden gezien. De één wil de dalai lama niet ontmoeten, de ander wil hem wel ontmoeten, maar alleen als spirituele leiders onder elkaar. Verhagen spiritueel leider?

Waarom mag Balkenende de dalai lama eigenlijk niet ontmoeten? De premier vindt het slecht voor de „kritische dialoog”. Maar dat is lariekoek, want die is er nooit geweest. Sterker, Nederland heeft niets in de melk te brokkelen en wordt juist voortdurend door China gebruikt als dreigmiddel tegen de rest van de Europese Unie. Een land als Nederland onder druk zetten, doet China immers geen centje pijn.

Het antwoord is dan ook dat Nederland als vanouds naar de pijpen van China danst – totdat het weer eens mis gaat. Dan nemen we stelling. Ongeacht waar dat toe leidt. China weet dat maar al te goed. Daarom maken de nieuwe principes van Balkenende ook geen blijvende indruk in de Oost.

Het Russische en Chinese veto dat internationale sancties tegen Zimbabwe blokkeert, is illustratief voor het totale gebrek aan verantwoordelijkheid van beide landen. Rusland en China zijn wereldburgers in de slechtste zin van het woord. Het zijn machtige landen die een nieuwe wereldorde dicteren en de volledige vrijheid nemen in eigen land – en daarbuiten. De verklaring voor het Chinese ‘nee’ van de Chinese VN-ambassadeur was tekenend: „De ontwikkelingen van de situatie in Zimbabwe hebben de context van een binnenlandse aangelegenheid niet overschreden.” Chinees voor: wereld, bemoei je met je eigen zaken. Rusland verwoordt het minder schaamteloos, maar drukt met zijn veto hetzelfde uit: wij kijken de andere kant uit.

Dat andere-kant-uitkijken heeft zoals bekend niets te maken met de desinteresse van beide landen voor de rest van de wereld. De geschiedenis telt tal van voorbeelden waarbij Rusland en China het nodig vonden zich wel tegen zaken van anderen aan te bemoeien. Geheel in de traditie van het Westen overigens, maar daar nu even niet van. Nee, de binnenlandse aangelegenheden waar beide over reppen betreffen kwesties die het daglicht niet kunnen verdragen. Zoals die in Zimbabwe bijvoorbeeld.

China en Rusland kunnen daarover meepraten. Beide landen voeren al jaren strijd met subversie krachten in eigen land; opstandige burgers die weigeren onder het juk van een nietsontziende grootmacht te leven. Instemmen met internationale bemoeienissen, waar dan ook ter wereld, staat in de ogen van Peking en Moskou gelijk aan hypocrisie, en ze hebben nog gelijk ook.

Dat die Russische en Chinese principes zo buigzaam zijn als bamboe mag binnen die context niet opmerkelijk zijn. Wat mag je verwachten van autoritaire ijzervreters die zelfs in eigen land de knoet naar hartelust hanteren. Dat ze geen ideologische steun verlenen aan Soedan, Birma of Iran? Dat ze geen wapentuig leveren aan landen waar geen sterveling dood wil worden gevonden?

Misschien is dit wat de wereld verdient. De onbekommerde omarming van autoritaire wereldmachten kan niet zonder gevolgen blijven.

Het mag dan nog tweehonderd dagen duren voordat de huidige Amerikaanse president het veld ruimt, maar let op zijn beleid en het lijkt er af en toe op alsof hij volgende week al vertrekt. De nadagen van dit presidentschap zullen boekdelen vertellen over de buigzaamheid van stalen principes. Principes die jarenlang pal hebben gestaan voor schisma en conflict.

Maar er zijn kansen voor een ommezwaai. Presidenten van machtige naties zouden het niet zijn geworden als zij niet zouden hechten aan ‘het oordeel van de geschiedenis’. Zij die als een keizer over de wereld hebben geregeerd, dromen van onsterfelijkheid. En wat blijkt, onsterfelijkheid dwingt zo nu en dan ook vreedzame beslissingen af. De beste dagen zijn geteld. Dus wat doe je als je erfgoed aan elkaar hangt van animositeit? Je verleent gezworen vijanden gratie.

De suggestie dat George W. Bush Noord-Korea uit zijn zwartboek heeft geschrapt omdat het goed zou zijn voor zijn plek in de geschiedenis, lijkt zo op een televisiescript, dat het waarschijnlijk wel waar zal zijn. De president poetst vuile vlekken weg. Let op wie er verder nog gratie krijgen.

Toch was zijn Noord-Koreabeleid een regelrechte ode aan de verwijdering. Bush maakte na zijn aantreden abrupt een einde aan jaren van diplomatieke inspanning. Hij strooide kwistig met Het Kwaad. De wereld werd teruggeworpen naar tijden van grootspraak. Noord-Korea trok zich verder terug in zijn schulp en bouwde naar eigen zeggen verwoed verder aan allerhande vormen van gevaar. Het werd gretig bevestigd in Washington.

Maar toen kwam ogenschijnlijk het inzicht. Niet dat iemand gelooft dat de Noord-Koreaanse knieval oprecht is, maar voor ijzervreter Bush is het genoeg. Alleen de reactie van Het Brein, vice-president Dick Cheney, was nog vanouds. De grootste ruziezoeker heeft duidelijk moeite met het afscheid. Hij was des duivels.

De strop geldt natuurlijk alles en iedereen – behalve Noord-Korea dan. Voortschrijdend inzicht na een dwaling van jaren geeft weinig soulaas. De ommezwaai van Bush heeft niet kunnen voorkomen dat het land enkel weerbaarder is geworden. Nee, de wereld is geen veiliger plaats.

Floris-Jan van Luyn