De uitgever heeft voor dit artikel geen publicatierecht
Berichten met de tag Discriminatie
Mogen scholen leerkrachten ontslaan vanwege hun homoseksualiteit? Artikel 1 zegt nee (discriminatieverbod), artikel 23 ja (vrijheid van onderwijs). De Raad van State adviseert om 23 zwaarder te laten wegen. Immers: een leraar heeft een voorbeeldfunctie bij het uitdragen van de grondslagen van de school.
Die redenering is enigszins te volgen. Voor kinderen is het verwarrend als voor de klas een man uitlegt dat de Bijbel homoseksualiteit afwijst, terwijl die leraar zelf met een man samenwoont.
Het werkelijke probleem is dan ook helemaal niet het advies van de Raad van State. Het werkelijke probleem is dat er scholen zijn die aan kinderen leren dat homoseksualiteit tegennatuurlijk, zondig en duivels is. Het discrimineren wordt er bij deze kinderen met de schoolmelk ingegoten. Een complete bevolkingsgroep wordt aangemoedigd om artikel 1 van de grondwet te negeren.
Stel dat mijn religie vindt dat flaporen een zondige afwijking zijn. Artikel 23 geeft mij de ruimte een school te beginnen op die ‘grondslag’. Vanaf nu mag ik daar leraren weigeren op grond van hun flaporen en leerlingen laten opgroeien tot flapoorofoben. Moet de samenleving mijn school ‘respecteren’? Sommige scholen doceren de ongelijkheid van man en vrouw. Dat schrijven hun religieuze grondslagen nu eenmaal voor, en daar moeten we ‘respect’ voor hebben.
Het werkelijke probleem is glashelder, maar kennelijk zo taboe dat niemand het wil uitspreken: religie is altijd in strijd met de grondwet. De meeste religies prediken de superioriteit van de eigen aanhang boven de anderen, en allemaal stellen ze Gods wetten boven de aardse regels.
Dat we daar niet voortdurend last van hebben, is omdat de religieuze en staatsrechtelijke wetten doorgaans redelijk overlappen. Maar juist aan de randen, zoals bij de homoleraren, komt de principiële onverzoenbaarheid van grondwet en religie aan het licht.
De scheiding tussen kerk en wetgever is op staatsbestuurlijk niveau al lang geregeld, maar het onderwijs loopt hopeloos achter. Het doceert een morele regelgeving die strijdig is met onze grondwet. Hoelang blijven we daar nog respect voor hebben?
Christiaan Weijts
Deze week begon met een breinbrekertje, op de voorpagina van de Volkskrant. De bedenker ervan, Harry de Winter, heeft er maar liefst 10.000 euro voor over gehad om het advertentietje te plaatsen.
‘Als Wilders hetzelfde over Joden (en het Oude Testament) gezegd zou hebben als wat hij nu over Moslims (en de Koran) uitkraamt, dan was hij allang afgeserveerd en veroordeeld wegens antisemitisme.’
Die 31 woorden (van 322,58 euro per stuk) vragen om een close reading. De centrale boodschap van het zinnetje lijkt deze te zijn: „Wilders moet veroordeeld worden voor discriminatie.” Door een rechter dus, mogen we aannemen, want dat is de instantie die mensen veroordeelt. Een beetje raar, om daarvoor te adverteren. Kon De Winter niet beter aangifte doen? Dat is een stuk goedkoper.
Maar bij nadere lezing blijkt zich echter een tweede standpunt in de tekst schuil te houden, namelijk: „Rechters veroordelen wél discriminatie van Joden, maar niet van moslims.”
Hoe je het ook wendt of keer, dat is de premisse. De advertentie richt zich dus niet zozeer tegen Wilders, als wel tegen de rechterlijke macht. Boodschap: rechters discrimineren moslims. Een aangezien de Joden hier een hoofdletter hebben (lees dus: het volk, de etniciteit), moet je dit j’accuse zelfs verstaan als: „Onze rechters zijn racisten.”
Dat is wel even slikken.
’s Avonds maar Pauw en Witteman kijken, die hem natuurlijk aan tafel gaan vragen.
En jawel, daar zit hij dan. Goed voorbereid met een stapel papieren voor zich. Aha, denk ik, daar komen ze dan, die cijfers waaruit de misstanden bij de rechterlijke macht blijken. Maar er komt niks, en Jeroen noch Paul vraagt hem ernaar. Waarom die advertentie? Omdat hij boos was op Wilders en dacht: „Nou ga ik iets doen. Dan kan ik jullie opbellen, maar zo werkt het in Nederland niet.”
Arme, ijdele Harry. Heeft voor tienduizend euro een plaatsje bij Pauw en Witteman moeten kopen. En wat levert het op? Tien minuutjes kibbelen met arabist Hans Jansen. Duizend euro per minuut. En geen woord over die racistische rechters.
Christiaan Weijts
Die Spong.
Wou die indertijd niet namens de overleden Pim Fortuyn een strafvervolging instellen tegen een aantal met name genoemde politici, publicisten en zelfs een hele krantenredactie (van de NRC), omdat die zich schuldig zouden hebben gemaakt aan ‘het aanzetten tot haat’ zoals omschreven in artikel 137d van het Wetboek van Strafrecht?
Moeilijk artikel. Toen we Indië nog hadden (‘en een dubbeltje nog een dubbeltje was’, schreef Gerard Reve daar als volgende dichtregel achteraan), schijnt het z’n nut te hebben gehad om ongehoorzame inlanders een poosje achter slot en grendel te houden. Even het ‘haatzaai-artikel’ voorlezen, en de Fred Teeven van die dagen kon voor de rechtbank van Batavia weer minstens één jaar requireren zonder dat Gerard Spong met zijn vurige pleitnota een schijn van kans kreeg.
Stel ik verbleef in Egypte. Dan had ik dezer dagen van de Nederlandse ambassadeur die Tjeerd de Zwaan heet, een mailtje ontvangen met de kop ‘Bericht aan alle Nederlanders in Egypte’.
De inhoud luidde: „De Nederlandse pers heeft melding gemaakt van de plannen van het Kamerlid Wilders voor een film die door moslims mogelijk als kwetsend wordt ervaren. In Egypte heeft deze berichtgeving vooralsnog niet tot publieke uitingen van ongenoegen geleid. Uit voorzorg verzoek ik U niettemin alert te zijn op eventuele (negatieve) reacties in Uw omgeving en, waar nodig, contact op te nemen met de ambassade, tel…..”, met een nummer dat ik hier niet zal overschrijven omdat er altijd grapjassen zijn die dan verder de hele dag proberen Kairo te bellen en naar meneer De Zwaan te vragen.
De vraag of je dat manifest van Doekle Terpstra hebt getekend is op zichzelf niet zo belangrijk. Belangrijker is de vraag waaróm je het hebt getekend, of waarom niet. En de essentie zit vervolgens natuurlijk in de vraag vanuit welke levensovertuiging je hebt getekend, of niet.
Dat kan een ontzettend verschil maken.
Neem mij. Ik heb niet getekend. Deel ik daarom het geloof van Geert Wilders die ook niet heeft getekend? Of van Afshin Ellian die in Netwerk een bijna canoniek ‘tegen’ liet horen? Of van Balkenende, Rouvoet, Bos en hun respectieve fractieleiders die ook allemaal niet thuis gaven?
De uitgever heeft voor dit artikel geen publicatierecht
In hoofdstuk VI (Overheid en dienstbare publieke sector) van het in februari van dit jaar tot stand gekomen coalitieakkoord tussen CDA, Partij van de Arbeid en ChristenUnie, lezen we onder punt 11:
„Overeenkomstig het destijds geformuleerde beleid brengt zorgvuldige omgang met gewetensbezwaarde ambtenaren van de burgerlijke stand met zich dat in onderling overleg in plaats van de gewetensbezwaarde een andere ambtenaar van de burgerlijke stand een huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht voltrekt, mits in elke gemeente de voltrekking van een dergelijk huwelijk mogelijk blijft. Mochten in de gemeentelijke praktijk problemen ontstaan, dan zullen initiatieven worden genomen om de rechtszekerheid van gewetensbezwaarde ambtenaren veilig te stellen.”
De uitgever heeft voor dit artikel geen publicatierecht
Mag je in de eenentwintigste eeuw nog altijd vergelijkingen maken met de Tweede Wereldoorlog uit de twintigste?
Van mij wel.
Toen hij net lijsttrekker van Leefbaar Nederland was geworden, heb ik zelf een keer Pim Fortuyn met Benito Mussolini vergeleken. Allebei intellectuelen, schreef ik complimenteus. Allebei stukjesschrijver geweest. Allebei afkerig van politieke partijen, liever stichter van een beweging. Allebei dol op democratie.
Mussolini werd in 1932 geïnterviewd door Emil Ludwig, de Oriana Fallaci van die dagen. Op de vraag hoe hij zijn ideologie precies zou omschrijven, antwoordde hij: „Fascisme is de zuiverste vorm van democratie.”



