Een indringende cacaogeur waait over het land. Vanaf de Julianabrug over de Zaan zie je de chocoladefabriek, de Duyvis-fabriek, met daarnaast een verdwaalde windmolen. Over de brug wandelt een jong Japans stelletje, elk met een identieke rugzak en een plattegrond in de hand. Het moet hier toch ergens zijn, zie je ze denken. Eenmaal aan de overkant leidt het geen twijfel meer. ‘Welcome to Zaanse Schans’ staat er op een groot bord.
Zoals grote vliegvelden vaak een hoekje hebben ingericht als luchtvaartmuseumpje, zo staat hier in de schaduw van de moderne industrieterreinen een dorpje dat het vroegste industrieterrein van Nederland conserveert, met een mosterdmolen, een verfmolen, zaag- en oliemolens. Daarachter pronken groengeverfde houten huisjes, kleine winkeltjes en ambachtshuizen.
„Prachtig hoe jullie dit dorp helemaal hebben bewaard!” roept een Amerikaan. Hij draagt een blauw trainingsjack met de tekst ‘Colorado Europe Tour 2007’. De groep bestaat uit zo’n dertig Amerikanen, allemaal met hetzelfde jack, elk voorzien van een eigen nummer. Een touringcar heeft ze zojuist op de parkeerplaats hierachter uitgeladen.
Wat hij zegt is niet helemaal waar, maar ik laat hem in de waan. Dit buurtje in de bocht van de Zaan bestaat uit oude gebouwen en molens uit de Zaanstreek, die sinds de jaren zestig allemaal hierheen zijn gebracht en in oude luister zijn hersteld.
Zo is er een replica van de eerste Albert Heijn-kruidenierszaak. „Darf ich hier fotografieren?” vraagt iemand. De mevrouw achter de toonbank antwoordt geroutineerd: „Nur ohne Blitz.”
De Zaanse Schans is Nederland op z’n smalst, en alle clichés zijn er gul vertegenwoordigd. Een klompenmakerij, een kaasmakerij, een winkeltje met Delfts Blauw, een filiaaltje van Royal Diamonds Amsterdam, een klederdrachtmuseum. Langs de dijk met molens slingert een fietspad en om de zoveel tijd passeren groepjes scholieren die de fotograferende menigte uiteen bellen.
In de kaasmakerij registreren zeven Japanners met hun camera’s hoe een ijzeren roerconstructie ronddraait in een ton melk. Ze zijn er dol op, op de kleine Hollandse gebruiken, het polderlandschap, de molens, klompen en tulpen. In Japan is zelfs een compleet Nederlands dorpje nagebouwd, vertelt een Japanse meneer mij. Naar de aantrekkingskracht ervan gevraagd, zwijgt hij even, en houdt dan een verhaal over de schoonheid, de netheid en de verfijning van Holland. „Yes, I like it.”
Wat voor de gemiddelde Nederlander het toonbeeld is van truttigheid, gaat voor de Aziaat door voor klassiek, adellijk, verfijnd. Daar komt nog bij dat wat wij clichématig noemen voor de Aziaat geen negatieve bijklank heeft. Authenticiteit, individualisme zeggen hem niet zoveel.
Achterin kaasmakerij Catherina Hoeve is een kaaswinkel annex souvenirshop. Hetzelfde soort meisjes als dat zojuist langsfietste werkt hier, maar dan in klederdracht en met mutsjes op. Chinezen en Japanners dringen om met ze op de foto te mogen. Buiten krijgen de kippen, schapen en eenden veel camera-aandacht van de groep. Voor het pleintje met kinderspelletjes – hinkelen, kaasdragen, steltenlopen – is weinig animo.
„My name is Robby and I’m from California.” Voor me staat een stevige jongen van een jaar of zeventien, stevig op twee klompen. Ja, hij gaat ze thuis ook dragen, denkt hij. „Al zullen ze allemaal denken dat ik gek ben.”
Met zijn moeder en zijn zus is hij al twee dagen in Nederland. Ze verblijven in Amsterdam, en zoals voor iedere toerist daar, is dit polderbuurtje een vast daguitje. „Ja, ik vind het fantastisch hier, veel leuker dan thuis. California is lame!”
De klompen kocht Robby in de klompenmakerij, waar ze in alle maten en met alle mogelijke beschilderingen te koop zijn. In de reuzenklomp voor de ingang zijn al heel wat generaties Japanners, Chinezen en Amerikanen gefotografeerd. Of zij dachten dat wij inderdaad altijd op klompen lopen, vraag ik twee Chinese meisjes. „Natuurlijk niet,” antwoordt er eentje. „Alleen op belangrijke feestdagen toch?”
Ik loop deze weken rond als een toerist in eigen land, bezoek plaatsen waar ik anders nooit zou komen en vraag mij af waarom Nederland zich op deze manier presenteert. Alleen deze dag al heb ik meer klompen gezien dan in de dertig jaar hiervoor. Waarom is dat? Is het zo dat wij bij gebrek aan een cultuur die eigen én eigentijds is er eentje lenen uit het verleden? Of houden we het Delfts-Blauw-molens-en-tulpencliché overeind omdat het buitenland ons graag zo ziet? Zij betalen, wij draaien? Mijn visit Holland in one month-trip moet antwoorden gaan brengen op deze en vele andere vragen die dit miniatuur-Nederlandje oproept.
Ik loop de Zaan over, terug de gewone wereld in, tussen toeristen, nu volgehangen met tasjes souvenirs. Hol gestommel van klompen bonkt op de brug.