De felle kritiek op het kapitalisme Amerikaanse stijl is interessant. Zelfs de Amerikaanse presidentskandidaten hebben de afgelopen dagen hun uiterste best gedaan om hun afkeer te laten blijken voor Wall Street. Dat staat opeens gelijk aan graaizucht en onbescheidenheid. Het werd tijd om aan de gewone man in Main Street te gaan denken, zeiden beiden dreigend.
Een nobel streven, maar waar waren de critici toen de problemen op de financiële markt nog niet voor iedereen zichtbaar waren? Waar waren zij toen zich binnen ieder gezin een crisis afspeelde toen de hypotheeklasten bezig waren tot een bestaansbreuk te leid? Stonden Wall Street en al die andere financiële markten niet al decennia lang gelijk aan onbescheidenheid?
Maar opeens wist Nicolas Sarkozy dat het systeem met zijn gebrek aan regels „ter ziele” was. Opeens was de vrije marktgedachte, regelloos en zonder inspraak, „gestoord”. Opeens gaf de Duitse minister van Financiën Peer Steinbrück de Verenigde Staten de schuld van het mondiale financiële gedonder. ‘Nooit weer’ hoorden we hem zeggen. Aan de gouden handdruk en de absurde beloningen moest voor eens en voor altijd een einde komen. En opeens had Karl Marx het gelijk aan zijn kant met zijn kritiek op de vrije markt, aldus Rowan Williams, de hoogste kerkvader van het Verenigd Koninkrijk.
Maar was het niet al jaren zo dat de spelers van de financiële markten meester waren in de kunst der zelfverrijking. En hoe gebruikelijk was het ook bij ons dat de falende captains of industry met een zak onverdiend geld mochten vertrekken? Had er ooit iemand gedacht aan de wegbezuinigde werknemer die het nakijken had?
Volgens Steinbrück is het tijd voor een nieuwe wereldorde. Maar zijn er mensen die er werkelijk in geloven? Zolang de top haar eigen beloningen regelt zal het nooit anders gaan. En als Main Street het regelt? Dan zal het ook niet anders gaan. Bescheidenheid immers, zit in de mensen zelf. En hoe lastig het ook is, we zijn er niet rijkelijk mee bedeeld.
Floris-Jan van Luyn



