De uitgever heeft voor dit artikel geen publicatierecht
Berichten met de tag Internationale gewapende conflicten
Even sloeg hij zijn blik neer, alsof hij het publiek niet meer onder ogen durfde te komen. Maar hij had het wel gezegd, luid en duidelijk: ‘een Palestijnse staat’. De Israëlische premier Netanyahu sprak in zijn ‘troonrede’ afgelopen zondag over een Palestijnse staat. Zonder leger, zonder controle over het luchtruim, zonder hoofdstad Jeruzalem, met groeiende nederzettingen en zonder terugkeer voor de Palestijnen die Israël verlieten in 1948, maar hij zei het wel: ‘Palestijnse staat’. Obama en de Europese Unie gaven hem prompt een staande ovatie. De hoge EU-vertegenwoordiger Javier Solana noemde het een belangrijke stap in het vredesproces. Want ‘the only possible solution is a two state solution.’
Maar voor Netanyahu was het een gemakkelijke concessie; iedereen in Israël weet dat het praten over een twee-staten-oplossing in praktijk weinig betekent. Tenminste, niet in de nabije toekomst.
Ook Avigdor Lieberman, de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, leek toeschietelijk naar de Palestijnen, begin deze week tijdens een overleg met zijn EU-collega’s in Luxemburg. Daar zei hij dat Israël bereid is met de Palestijnen te onderhandelen, zelfs „zonder voorwaarden vooraf”. Maar de als havik bekendstaande politicus zal zijn eerdere uitspraak in de Jerusalem Post nog steeds onderschrijven: dat een eventuele twee-staten-oplossing de laatste alinea van het gehele vredesproces is, en dus niet relevant is om nu te bespreken.
Door te roepen dat je vóór een onafhankelijke Palestijnse staat bent kan een Israëlisch politicus het westen geruststellen en de internationale handel waarborgen. Maar thuis weten ze dat het lege woorden zijn. Een verre toekomstdroom, en al helemaal geen oplossing op zich.
De situatie rondom Gaza is ondertussen verzand in een absolute patstelling. Hamas weet niet hoe het zijn bevolking moet voeden met dichte grenzen. Via smokkeltunnels komt er wel munitie binnen om Israël nog wekelijks onder vuur te nemen. En hoe agressiever Hamas wordt, hoe strenger de grenzen worden geblokkeerd. De wanhopige bevolking steunt de agressie van Hamas massaal. Maar met Hamas aan het hoofd van de Palestijnen verergert de situatie alleen maar. Want met Hamas kan je alleen oorlogvoeren, er valt niet te praten over vrede. Zij zijn namelijk niet voor een twee-staten-oplossing, maar voor het compleet wegvagen van Israël. En daar valt niet over te onderhandelen.
Kortom, pas als het geweld van Hamas kan worden beteugeld, kan er over een twee-staten-oplossing worden gesproken. Er is een langdurige vrede nodig waarin Israël een oplossing moet vinden voor de nederzettingen en de Palestijnen moeten tonen dat zij het terrorisme blijvend kunnen beteugelen. Voordat dat gebeurt is een twee-staten-oplossing niet alleen irrealistisch, maar ook volkomen irrelevant.
Maar nee, ook nu Israël nog onder vuur wordt genomen, ziet de EU de onafhankelijke Palestijnse staat als enige en ultieme oplossing van dit conflict. En met het doordrukken van die twee-staten-oplossing geeft de EU de boodschap dat er geen andere opties meer zijn. Javier Solana zegt het letterlijk: ‘the only possible solution.’ Maar is dat nog wel effectieve diplomatie? Het gaf Netanyahu afgelopen zondag de mogelijkheid om gemakkelijk te scoren met een concessie, zonder daadwerkelijk een concessie te doen. En het geeft de Palestijnen het idee dat er niet volledig recht is gedaan aan hun situatie, dat het conflict niet over is, voordat er een Palestijnse staat is.
Terwijl er zeker andere opties zijn. Tijdens een lange periode van rust kunnen de economische banden worden aangehaald. Er zijn nu al voorbeelden te noemen van succesvolle economische samenwerking op de Westelijke Jordaanoever, ondanks de Israëlische blokkades en veiligheidsposten. Bedevaartsoord Bethlehem ,onder Palestijns zelfbestuur op de Westelijke Jordaanoever, trekt jaarlijks meer dan 300.000 toeristen, die met Israëlische busjes door soepele veiligheidsposten naar Bethlehem worden vervoerd. Zulke economische ontwikkeling zorgt ervoor dat beide kanten baat hebben bij vrede, en actief zullen werken om die vrede te behouden. En een betere economische situatie op de Westbank zou de Palestijnse kiezers bij volgende verkiezingen kunnen doen inzien dat Hamas niet het beste te bieden heeft voor het Palestijnse volk, maar dat gematigder politici de belofte in zich dragen voor een beter leven op de Gazastrook.
Als Israël, zonder zichzelf in gevaar te brengen, de Palestijnse economie kan stimuleren en zo de kwaliteit van leven op de Gazastrook kan verbeteren, is dat pas een belangrijke stap richting vrede. Een stap die veel meer impact heeft dan lege woorden over een onafhankelijke Palestijnse staat.
De EU zou niet moeten eisen van Netanyahu en Liebermann dat ze zich uitspreken vóór een twee-staten-oplossing, maar dat ze naar oplossingen voor de echte problemen zoeken: nederzettingen, blokkades, en niet te vergeten het aanhoudende Hamas geweld. Dat zou het proces naar vrede pas echt verder helpen.
‘De strijd in Afghanistan is niet president Obama’s oorlog, het is onze oorlog. Het is onze collectieve verantwoordelijkheid”, aldus NAVO-secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer deze week.
Hoho! Weet De Hoop Scheffer niet dat de oorlog voorbij is? Heeft hij de e-mail uit het Witte Huis niet gelezen? Dan wist hij dat het voortaan om een ‘Overseas Contingency Operation’ gaat in plaats van de ‘War on Terror’. In Den Haag zei Hillary Clinton dat het „vanzelf spreekt” die term niet meer te gebruiken. Bij zijn inaugurele rede zei Obama nog: „Our nation is at war, against a far-reaching network of violence and hatred.” Twee maanden later is die oorlog voorbij. War is over, if you want it.
Dat de naamsverandering gelijktijdig met de Haagse Afghanistantop kwam, lijkt me geen toeval. Clinton overspoelde ons landje met complimenten. Ja, de VS hadden zelfs de Nederlandse aanpak in Afghanistan overgenomen. Nu nemen ze daar onze eufemistische terminologie bij. Bij ons heette de oorlog tegen terrorisme immers altijd al een ‘wederopbouwmissie’. Zoveel complimenten, daar moet iets achter zitten. Bijvoorbeeld dat de VS onze militairen graag nog wat langer in Afghanistan zien. O ja, beaamden alle verzamelde landen in Den Haag hijgerig, Nederland doet het fan-tas-tisch daar! En terwijl ze applaudisseerden, dachten ze: godzijdank, wij niet! Dat doet me denken aan een scène uit Asterix en Obelix, waarbij Romeinse vrijwilligers die tegen het dorpje van de Galliërs durven te vechten uit een rij naar voren moeten stappen. Iedereen doet één stap achteruit. En wie blijven er vooraan staan: Maxime Verhagen en Jan Peter Balkenende.
Toen Bush na 9/11 verklaarde: „These are not acts of terrorism, these are acts of war” wist hij het woedepotentieel van zijn onderdanen om te buigen tot een collectieve steun voor overzeese invallen. Om van ons oorlogssteun te krijgen, is een andere retoriek nodig. Europeanen, en vooral Nederlanders, hebben geen masculiene spierballenmentaliteit, maar een feminien verantwoordelijkheidsgevoel. Geen War dus, maar een Contingency, een ‘onvoorziene gebeurtenis’. En wie kunnen daar beter mee omgaan dan de Nederlanders?
Christiaan Weijts
De uitgever heeft voor dit artikel geen publicatierecht
Voor sommige mensen is oorlog een diep verlangen. Neem de Britse prins Harry. Toen hij begin dit jaar werd betrapt in Afghanistan was het meteen uit met de pret. Tot groot ongenoegen van de prins: „Ik heb geen zin om rond te hangen in Windsor”, zei hij na zijn ontmaskering. „Dat komt omdat ik niet erg van Engeland houd. En het is prettig uit de buurt van de media te zijn.”
Een oorlogsepos verkiezen boven een kasteelroman. Arme Harry. Het ging goed zolang het hem werd gegund. Zodra de haviken (de Britse pers, niet de Talibaan) hun prooi hadden getraceerd en dat breed hadden uitgemeten, liep de eenheid van de prins zoveel gevaar dat hij werd teruggehaald naar veiliger haven.
Heldhaftige prinsen die ten strijde trekken. Met drie kandidaten in de strijd om het Amerikaanse (vice-)presidentschap die een kind onderweg naar oorlog hebben, is het koningsdrama een hit. Geen beter bewijs van vaderlandsliefde dan een onschuldig kind naar een verloren strijd te sturen. McCain had nog de fijnbesnaardheid om niet te reppen over de detachering van zijn zoon. Maar voor Biden en Palin stond er niets in de weg. Vooral de laatste heeft van het vertrek van haar zoon naar Irak een heuse campagnestunt gemaakt. Terwijl zoonlief zich groot hield, repte mama over „de goede zaak”. Zo trots was ze op zoveel manhaftigheid. Biden hield zich bij het vertrek van zijn zoon iets meer op de vlakte, maar had het tijdens de campagne niet nagelaten er wraakzuchtige kiezers mee te trekken.
Arme prinsen. Ouders die uit zelfzucht hun kinderen aanmoedigen zich in oorlogsgewoel te storten, verdienen professionele hulp. Maar koningen en troonopvolgers houden zich aan andere regels. John Eisenhower, zoon van de president, sprak vlak voordat hij naar Korea vertrok met zijn vader af de hand aan zichzelf te slaan, mocht hij in vijandelijke handen belanden. Het landsbelang, aldus de liefhebbende vader, ging voor. Dat was pas leiderschap. Ja, voor sommigen is oorlog een diep verlangen.
Ik vind het wereldnieuws interessant, vanaf de bank. Mijn broer is anders. Hij volgt het nieuws – vooral over Rusland en de obscure landjes die tegen Rusland aanliggen, want daar schrijft hij over – ter obscure plekke.
Toen de Onduidelijke Ossetische Oorlog uitbrak – ik begrijp nooit iets van die Kaukasuskwesties rond semi-autonome ex-provincietjes die onafhankelijk willen worden – wilde mijn broer erheen. Naar die oorlog, dus. Om verslag te doen. Mijn vader en ik verboden hem om te gaan, en vreemd genoeg luisterde hij naar ons. Misschien had hij ineens het besef dat een oorlog toch echt een oorlog is.
Strijd. Barack Obama sprak in Berlijn niet over een oorlog tegen terrorisme, maar over een strijd. Taalkundig misschien een niemendalletje, maar politiek een wereld van verschil.
George W. Bush heeft ons acht jaar lang voorgehouden dat het Westen in een War on Terror is verwikkeld. Niets is minder waar. Niet dat er geen reële dreiging is – integendeel, de dreiging is na 9/11 alleen maar toegenomen. Maar de term ‘oorlog’ suggereert dat het conflict een militaire is; dat het terrorisme, zoals ook John McCain beweert, kan worden verslagen door de oorlog in Irak te ‘winnen’. Lariekoek. Minder dan tien procent van het geweld in dat land is jihadistisch of anti-westers van aard – ze vechten gewoon om olie.
Amerikaanse beveiligers in Irak genieten niet langer immuniteit voor vervolging. Tot dusver was Irak het enige land ter wereld waarmee de Verenigde Staten een dergelijke overeenkomst hadden. Logisch misschien wanneer je overeenkomsten sluit met jezelf.
De betrokken bedrijven hebben zich ook nooit geremd gevoeld. De zogeheten ‘civiele beveiligers’ in dienst van Amerikaanse bedrijven zouden jarenlang hun gang zijn gegaan in Irak. En gezien de reputatie van de grootste van die bedrijven, Blackwater, deden zij dat naar hartelust. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken moest erkennen dat het aantal schietincidenten waarbij Blackwater was betrokken, veel hoger lag dan bij andere bedrijven.
Daarom is de opheffing van hun immuniteit goed nieuws. Civiele beveiligers, die niet zo heel erg civiel zijn, omdat bedrijven als Blackwater vooral een opvanghuis zijn voor afgezwaaide militairen met een bizar verlangen naar oorlog, hebben een spoor van geweld achtergelaten in Irak. Nu kunnen ze worden vervolgd.
Maar het is de vraag of het veel zal uithalen. Voor Washington zijn de beveiligers pure noodzaak geworden. Buitenlandse Zaken, dat voor de beveiliging van haar diplomaten in Irak gebruikmaakt van achthonderd man Blackwater-personeel, gaf zelfs toe niet zonder hen te kunnen. Waarmee nog maar weer eens werd bewezen hoe slecht de Verenigde Staten de bezetting van Irak hebben geregeld. „Als de contractors zouden verdwijnen, zouden we Irak moeten verlaten”, dreigde het ministerie. Alsof dat een heel slecht idee was.
Betekenisvoller dan de opheffing van immuniteit is daarom misschien wel de aanhoudende samenwerking tussen het ministerie en Blackwater. Ondanks alle kritiek en het lopend onderzoek naar het omstreden bedrijf heeft het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken het contract met Blackwater gewoon een jaar verlengd. Andere bedrijven zouden niet garant kunnen staan voor dezelfde kwaliteit. En het leger vragen voor dergelijke ‘civiele’ taken was ondenkbaar.
Je zou haast gaan denken dat ze het expres doen: lastige taken uitbesteden. Als het dan een keer mis gaat, kan het je nooit worden aangerekend. Zij wisten immers van niets.
Of er ook moeilijke momenten waren geweest in de samenwerking met de regering-Bush, was de vraag. Daar moest premier Balkenende even over nadenken. Als je acht jaar lang heerlijk bij iemand op schoot hebt gezeten, kun je natuurlijk niet opeens heel kritisch gaan doen. Goed, oké: de samenwerking op het gebied van klimaatverandering had vruchtbaarder gekund, vond Jan Peter. En: „Guantánamo Bay is altijd een lastig onderwerp geweest.”
Een lastig onderwerp. ’t Klonk alsof hij bij Per Seconde Wijzer zat en Kees Driehuis hem vroeg om zonder jokers, met nog twaalf seconden op de klok, tien Franse koningen uit de veertiende eeuw te rangschikken op penisgrootte.
Voetbal is oorlog. Dus als Louis van Gaal na dertien nederlagen, 49 tegendoelpunten en een gat van tien punten met de nummer laatst weer voor de camera verschijnt om te zeggen dat AZ „de wedstrijd domineerde”, „de scheidsrechter tegen had” en „nog altijd Europees voetbal kan halen”, verdient dat enkel lof. Een generaal blijft achter zijn manschappen staan – ook als het even tegenzit. Ik zeg: mocht het onverhoopt zover komen, dan noemen we de nacompetitie gewoon de play-offs en mag AZ zich kwalificeren voor de Champions League ten koste van Volendam. Het zij je gegund, Louis.



