‘Nieuw dieptepunt voor linkse media,’ twitterde Geert Wilders na de infiltratie van een HP/De Tijd-stagiaire.
Pardon, links?
Zeker sinds oud-Panorama-reporter en voormalig Metro-baas Jan Dijkgraaf er de vergaderingen voorzit, probeert HP eerder een populistisch schreeuwblaadje te zijn, met morele dieptepunten als rancuneuze scheld-in-memoriams over Martin Bril en Michaël Zeeman.
HP/De Tijd had Wilders’ lijfblad kunnen zijn: bij zijn aantreden stelde Dijkgraaf af te willen van het ‘grachtengordeldenken.’ Prompt vertrokken alle bekwame redacteuren, recensenten en columnisten van naam met slaande deuren.
Nu moet Dijkgraaf als de donder zorgen dat de oplage stijgt, anders trekt de uitgever de stekker eruit, zo is hem verteld. Tegen die achtergrond is Operatie PVV-Stagiaire begrijpelijk.
Bij Nova vertelde de infiltrant-stagiaire over haar journalistieke afweging: heel veel mensen willen weten hoe het er bij de PVV aan toe gaat.
Ik denk dat er ook veel mensen hevig geïnteresseerd zijn in de badkamer van Wesley en Yolanthe, maar dat is geen vrijbrief om er een webcam op te hangen. Undercoverjournalistiek is alleen gerechtvaardigd als die misstanden blootlegt die van groot maatschappelijk belang zijn. Vooralsnog lijkt dat niet het geval. Dijkgraaf geeft in de Volkskrant zelf toe: „Het levert geen chocoladeletters op de voorpagina’s op. (…) Maar als je denkt dat een stel intelligente mensen Nederland gaat redden, word je niet gerustgesteld.”
Dat is alles? Om dat aan te tonen was geen infiltrant nodig. Iedereen kan zelf in de media zien wat voor halvegaren dat PVV-clubje bevolken. De enige eventuele aangetoonde misstand zou de slechte beveiliging kunnen zijn. Maar dat noemt Dijkgraaf nu juist zelf een ‘bijzaak’.
Als HP/ De Tijd de komende weken uit vertrouwelijke gesprekken citeert, zonder dat dit iets van maatschappelijk belang onthult, dan heeft de PVV alle reden om te procederen.
Dat levert ze allebei winst op, in media-aandacht en oplagecijfers. Je verdenkt ze haast van een populistisch complot.
Christiaan Weijts



