Berichten met de tag Overheidsfinanciën

Wouter Bos was er niet bij maandagavond. Terwijl de andere Europese ministers van Financiën in Brussel besloten of ons belastinggeld in het structureel falende Griekenland moet worden gestoken, ging Bos naar het verkiezingsdebat. Het was een dilemma: een dozijn extra PvdA-zetels in gemeenteraden, of de stabiliteit van de euro. Bos koos tactisch: voor de PvdA, voor zichzelf.

En dat terwijl Herman van Rompuy twee weken geleden aankondigde dat Griekenland op ‘solidariteit’ kan rekenen. En solidariteit betekent in de meeste gevallen geld. Zeker als de lidstaten zenuwachtig worden over de positie van de euro, maar te trots zijn om het IMF om hulp te vragen. Dan stoppen ze de Grieken zelf wat toe en heeft de Europese Unie een nieuwe regel: landen die weigeren te bezuinigen worden geholpen door landen die wel in hun vlees durven te snijden.

Het zijn de zegeningen van een monetaire unie zonder enkele zeggenschap over het financiële beleid van zijn leden.

Want de Europese Commissie kan weinig doen om de zwakke schakels in het gareel te houden. Het stabiliteitspact is een begrip uit een ver verleden. Een boete maakt het alleen maar erger. En streng toespreken hebben we al eens geprobeerd. In 2000 moest het Griekse begrotingstekort onder de 3 procent zijn. De Grieken goochelden net zo lang met de cijfers tot ze in de buurt kwamen van de eisen. Ze werden toegelaten op basis van regelrechte leugens en nu mogen ze baden in de eindeloze solidariteit van de Unie.

Veelzeggend is het Atheense straatbeeld: rellen, traangas, de Grieken demonstreren. Niet tegen hun falende regering die ze in deze beschamende positie heeft gebracht. Nee, ze vinden het erg dat ze straks met 55 jaar niet meer met vervroegd pensioen kunnen. Dat de lonen van ambtenaren dit jaar niet gaan stijgen, dat de benzine duurder wordt. En wie de begrotingsproblemen dan wél moeten oplossen, kan de demonstranten niet schelen. Het IMF, de EU- lidstaten, maakt niet uit. Als zij maar niet hoeven in te leveren.

Onze zuur bespaarde centen mogen in geen geval aan dit land worden uitgegeven. Bos moet prioriteiten stellen: de eurocrisis gaat nu even voor de PvdA-crisis.

Rosanne Hertzberger

Hoeveel kosten de allochtonen ons? Het Kamervragenbombardement waarmee de PVV vorige week de zomerrust wilde verstoren, lijkt op het zoveelste buitenissige plaagstootje van de populisten, maar past in feite precies in een visie op de samenleving waarin zij beslist niet alleen staan.

Steeds meer politici beschouwen de samenleving namelijk als een bedrijf, waarop een simpele kosten-batenanalyse gemaakt kan worden. Termen als ‘opbrengst’, ‘groei’ of ‘investering’, oorspronkelijk afkomstig uit de middenstandswereld, zijn ongemerkt in andere terreinen ingeslopen, van menselijke relaties (‘wat hebben wij elkaar nog te bieden?’, ‘investeer ook eens in mij!’) tot aan de politiek (‘wat kost de allochtoon?’).

Voor partijen die bestaan uit omhooggevallen makelaars, directeurtjes en sjacheraars is dat natuurlijk niet vreemd. Hun breinen hebben al vanaf de geboorte de structuur van een boekhoudtabel.

Kwalijker is dat het economische sjabloon op de wereld steeds dominanter is geworden.

Dat is niet altijd zo geweest. In het niet-eens-zo-gek-verre verleden bestonden er ethische waarden (‘rechtvaardigheid’), affectieve (‘genegenheid’), intellectuele (‘kennis’) en zelfs esthetische waarden (‘schoonheid’).

Helemaal verdwenen zijn die niet. Wel zijn ze ondergeschikt geraakt aan het middenstandsmodel en de middenstandersmentaliteit.

Zo ging het bij het JSF-debat alleen over de kosten en de werkgelegenheid, niet over de ethische kant. Zo investeert Nederland relatief het minste van heel Europa in wetenschappelijk onderzoek, waarvan de ‘opbrengsten’ immers niet altijd onmiddellijk meetbaar zijn. Zo draait het publieke debat vaak rond de vraag wat iemand mag verdienen. Als enige land ter wereld hebben wij daar een norm voor die vernoemd is naar (en gebaseerd is op het jaarsalaris van) de premier. Zo worden overheids- en bedrijfsgebouwen steeds lelijker, omdat functionaliteit boven esthetiek heerst.

Zo is Nederland ongemerkt veranderd in één groot bedrijf met bazen en managers die hun rekensommetjes maken aan hun Haagse bureaus en aan hun medewerkers/burgers een mailing sturen: in dit land is het up or out!

Christiaan Weijts

Er is weleens gesuggereerd, ook door mijzelf, dat de astronomische staatsschuld van de Verenigde Staten een grotere bedreiging is voor het land dan de massale uitverkoop van het industrieelcomplex aan China.

China zou de Verenigde Staten stevig in de tang hebben doordat het een goed deel van die Amerikaanse schuld financiert. Het zou zijn 900 miljard dollar aan Amerikaanse obligaties en andere waardepapieren maar hoeven te verzilveren om de VS nog dieper in een recessie te storten. De ‘nucleaire optie’ wordt dat in China genoemd – het explosieve pressiemiddel voor bittere tijden.

Wie de persconferentie van de Chinese premier Wen Jiabao heeft gezien, waarin hij waarschuwt voor die groeiende Amerikaanse schuld, zou nog altijd hetzelfde kunnen concluderen: straks heeft China geen zin meer om de Verenigde Staten ‘de hand te reiken’ en zit Amerika met de gebakken peren, en nog dieper in de put. Wie financiert dán de economische wederopbouw? Want nu de crisis ook China in haar greep heeft, neemt daar de roep om binnenlandse investeringen enkel toe.

Maar ook al is dat laatste waar, de kaarten liggen inmiddels anders. China hééft geen pressiemiddel in handen – China en de Verenigde Staten hebben elkaar in de houdgreep. China is ook niet de bankier van de Verenigde Staten – het is en blijft in de eerste plaats de grutter van de Verenigde Staten. Want China is het land waar de Verenigde Staten al sinds jaar en dag heel goedkoop boodschappen doen – inderdaad – met geld dat zij van China hebben geleend. En zonder die Amerikaanse kooplust geen pijlsnelle Chinese groei.

Desondanks sprak Hillary Clinton, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, vorige maand tijdens haar eerste bezoek aan de Volksrepubliek de hoop uit dat China de Amerikaanse schuld zal blijven financieren. Dat was niet tegen dovemansoren gericht: China kan voorlopig niet anders wil het zijn imploderende exportmarkt niet verder laten afglijden.

„Het is ook echt zo dat we samen zullen opkomen of ten ondergaan”, zei Clinton destijds. Niets is minder waar.

Heb ik me als inwoner van de provincie wel eens Noord-Hollander gevoeld?

Nooit natuurlijk.

Je bent Westfries, Zaankanter of Erfgooier, en nog liever Bussumer, Enkhuizenaar, of Amsterdammer, maar daar houdt het mee op. Heeft Noord-Holland soms een vlag, een volkslied of een voetbalelftal waarvan je een brok in je keel krijgt? Nou dan.

Een provincie is net zoiets als een stadsdeelraad: eigenlijk niks. Een provincie in Nederland is, net als een deelraad in een Nederlandse stad, dus tamelijk ridicuul – alsof je serieus aan een World Trade Centre in Broek in Waterland zou willen denken, of aan het Olympisch Stadion van Lochem, of aan de zetel van de Verenigde Naties in ’s Gravenhage. Voor sommige dingen dingen zijn we nou eenmaal te klein.

lees verder

Een aardig neveneffect van de aanbestedings-gate van de afgelopen weken is het inkijkje dat de burger werd gegund in het Haagse huishoudboekje. Schokland, een evenementje voor vijfduizend bezoekers: 750.000 euro. Het busreisje langs veertig probleemwijken: 595.000 euro. Rouvoets Kindertop was bescheiden, 280.000 euro, daar koop je tegenwoordig net een rijtjeshuis voor.

Je kunt veel van de honderddagentour van het kabinet zeggen, maar niet dat er geen grenzeloos vertrouwen in onze economie uit spreekt. Het kabinet heeft zich gedragen als iemand die op de dag dat zijn vakantiegeld binnen was onmiddellijk naar het duurste restaurant in de stad is gerend.

Toch is het begrijpelijk. Voor miljoenen een festival organiseren is logisch in een wereld waarin politiek en showbusiness steeds nader tot elkaar komen. De tendens is om maatschappelijke onderwerpen onder de aandacht te brengen door middel van volkse manifestaties. Popconcerten tegen klimaatproblematiek, festivals tegen probleemwijken. What’s next? Dansen voor daklozen? Het filmfestival voor de gezondheidszorg? De integratiemusical? De Anti-Armoede Cup? Koekhappen tegen Al-Qaeda?

Ik heb zo mijn bedenkingen, niet alleen omdat ik toevallig festivals, dance events, voetbalcompetities en popconcerten beschouw als beledigingen voor alles wat nobel is in de menselijke ziel.

Zoals we een scheiding van kerk en staat voorstaan, zo zouden we ook een scheiding van staat en vermaak moeten voorstaan. Politieke besluitvorming en wetgeving zijn zeer ernstige zaken die zich niet zouden moeten kunnen inlaten met entertainment, grappenmakerij, kicks, fun en blingbling.

Ik heb de indruk dat politici in het Europese Parlement dat al iets beter begrijpen. Kunt u tien Europarlementariërs noemen? Nee? Dat is precies de bedoeling. Wetten kun je het beste laten maken door grijze muizen, denkers die je op straat in Brussel niet zou herkennen. De angst voor het achterkamertjesimago heeft onze regiopolitici doen doorslaan naar voordeur- en marktpleinpolitiek. Daar hangt een prijskaartje aan.

Christiaan Weijts