Berichten met de tag Reclame

Anderen lopen in reclameblokjes vaak weg, maar ik zet het tv-geluid juist wat harder en kijk ademloos toe. Als je wilt weten hoe een volk er aan toe is, kun je het beste zijn tv-reclames bekijken. Die droombeelden tonen immers feilloos ons gemis. Ze zijn het fotonegatief van de status quo, een reservoir van ongestilde verlangens.

De laatste maanden signaleer ik een trend die me veelzeggend lijkt. Een product wordt op tv steeds vaker aangeprezen als: ‘De nummer één van Nederland’ of ‘Steeds meer Nederlanders kiezen…’ Ik ben eens gaan turven. Met vijf reclameblokjes had ik al een flinke lijst van patriottische promo’s. Of het nu om verzekeringen, auto’s, shampoo of kant-en-klaarmaaltijden gaat, een beroep op onze nationale identiteit moet ze ons door de strot douwen.

Terwijl: wat nou nummer één van Nederland? Wanneer was die shampooverkiezing dan?

De drogreden waarmee deze bedrijven hun goedjes willen slijten heet ad populum. Niet toevallig ook Geert Wilders’ favoriete valstrik: ‘Ik vind, en heel veel Nederlanders met mij…’ Ten million people can’t be wrong. Nou ja, behalve dan toen ze Adolf Hitler…

Misschien hebben de reclamemakers de truc afgekeken bij hun vakverwanten, de campagnestrategen. In elk geval onthullen de tv-spotjes dat dit volk droomt van een Nederlandse identiteit. Waar voorheen de dampende worsten op de boerenkool en de pindakaasboterhammen na het schaatsen al boekdelen spraken, moet het ‘Nederlandse’ nu specifiek benoemd en benadrukt worden.

Eigenlijk begon dat al toen de Postbank ons alternatieve volkslied introduceerde (‘vijftien miljoen mensen…’). Dat was in 1996, het jaar dat Fokker failliet ging, Oranje in de kwartfinales van het EK werd weggeveegd en onze dienstplicht is afgeschaft. Sindsdien zijn de middelpuntzoekende krachten van de Nederlandse samenleving wat gaan tanen en is ons land aan een ontbindingsproces begonnen.

Reclamelui en andere populisten verkennen de wonden voor eigen gewin. Hun verbeelding is even groot als ons gemis. Dé Nederlander bestaat wel degelijk. Je zult hem alleen niet op straat zien. In het tv-scherm valt hij je echter steeds meer lastig, de nummer één van Nederland.

Christiaan Weijts

Het aardigste aan Matthijs van Nieuwkerk is misschien wel dat hij alle andere mensen ook aardig vindt. Zou het talkshowstrategie, dus een beroepsongesteldheid zijn? Maar zijn onverdroten vriendelijkheid lijkt me een stuk authentieker dan wat ik als klein jongetje zelf voelde wanneer ik van m’n moeder ‘dank u wel, kruidenier’ tegen de kruidenier moest zeggen, omdat dat stuk verdriet me een vies zuur snoepje had gegeven uit een grote stopfles waar er zeker duizend in zaten. Matthijs moet echt van mensen houden.

lees verder

Op het moment dat je moeder je sms’t: ‘W8 ff, ben er bijna’, dan weet je: van die sms-taal komen we niet meer af. Hopeloos ingeburgerd.

Dat hebben ze bij KPN goed aangevoeld. Hun geweldige commercial voor mobiel e-mailen (van reclamebureau N=5) gaat over de enorme aantallen spelfouten die per sms begaan worden. Ja, die: ‘Goeiemoggel, ik heb even een sproedje, 5 kiklo inktvip.’ ‘Ik word knetterbek van die sproedjes, dit is de afdeling transploft!’

Blijkbaar is dit voor veel mensen zo herkenbaar dat ‘goeiemoggel’ nu een kleine taalrage is. 282.000 hits op Google (plus 18.900 keer als je het spelt als ‘goedemoggel’), je kunt er T-shirts van kopen, er is een dance-nummer van gemaakt, waarvan weer ringtones bestaan, en een carnavalskraker (‘Goeiemoggel, ja ik roggel het wiel’). En bloggers zijn zo enthousiast met het woord aan de slag gegaan dat ze bijna gelukkig lijken. Bij reclamebureau N=5 hopen ze op een vermelding in de Van Dale.

Dat laatste lijkt wat prematuur. Er zijn vaker taaltrends, die vooral leuk zijn omdat ze niet eeuwig duren. Ze worden populair gemaakt door kantoorpersoneel en scholieren. Beide groepen zijn tenslotte veroordeeld acht uur per dag met elkaar opgescheept te zitten, en dan is melige humor vaak de enige redding.

Nu is dat ‘goeiemoggel’, een tijdje geleden was het nog ‘goeiesmorgens’, ontleend aan Debiteuren/Crediteuren van Jiskefet (je kon ook zeggen ‘goeiemorgen deze morgen’, dat was minstens even grappig). Met zo’n instantgrap lieten kantoormensen in het gansche land aan elkaar zien dat ze a) humor hadden, en b) hun eigen kantoorbestaan ironisch bekeken. ‘Goeiesmorgens’ hield heel lang stand, maar schopte het niet tot de Van Dale.

En zo zijn er meer voorbeelden. Ik herinner me dat het in de oertijd (de jaren tachtig) een tijdje heel erg in was om elkaar te begroeten met ‘Ni Hao’; dit omdat er toen net een fijne Teleaccursus Chinees was, en Chinees, dat was toen nog echt een gekke taal waar bijna niemand van gehoord had.

Een tijd lang is zo’n taaltrend een teken van ‘erbij horen’; je hebt televisie gekeken en je weet wat er bedoeld wordt, en dat kun je laten zien door op het juiste moment ‘even Apeldoorn bellen’ te zeggen.

Daarna komt er een omslagpunt. Wie de taaltrend dan nog gebruikt, is verouderd en laat juist zien er níét bij te horen. Nu is ‘goeiemoggel’ nog de spijkerbroek van Kate Moss, over een paar maanden is het de stone-washed ‘blue jeans’ waar je nog niet klussend in aangetroffen wil worden. Maar tot die tijd: lekker van genieten, lekker sms’en en meezingen met de ringtone, tot je er knetterbek van wordt.

De afgelopen dagen heb ik een klein gedachte-experiment met mezelf gedaan. Ik heb geprobeerd om me het logo van de Blokker voor te stellen in een andere kleurstelling dan bruin-wit-oranje.

Dit lukte mij niet.

Blokker is, was, en moet voor eeuwig bruin-wit-oranje zijn, bleek uit mijn gedachte-experiment. In een andere kleurstelling kan het woord ‘Blokker’ simpelweg niet gevat worden.

Vind ik tenminste, als consument. Maar dat ik daar helemaal niets over te zeggen heb, bleek uit het feit dat de Hema, zonder dat democratisch te overleggen met alle Nederlanders en Jan-Peter Balkenende, zomaar van logo is veranderd. In plaats van rode letters met een ferme blauwe streep eronder schrijft men bij de Hema nu Hema met witte letters in een gekleurd vlak.

lees verder

Een bedrijf dat wil verjongen. Ai. Dat is vaak genant, bedacht ik me toen ik de nieuwe reclame van de Volkskrant zag. Een wonderlijk filmpje, dat om de haverklap op tv voorbijkomt.

In het spotje maken we kennis met een jong ding uit de Volkskrantredactie, ene Elsbeth Stoker, die economieredactrice blijkt te zijn. Het hele filmpje lang sjouwt Elsbeth in het holst van de nacht met andere pittige jonge mensen over bedrijventerreinen. Achter de namen op de gevels van bekende Nederlandse bedrijven – KPN, Heineken, Nationale Nederlanden – plakken ze grote vraagtekens. Dit alles gefilmd met een grofkorrelige, flink schuddende videocamera. Zeer jongemensenguerillamarketingtechnisch-verantwoord.

lees verder

Als je niet tot de patatgeneratie behoort, of Generation Me, of Generatie Nix, of Generatie X, dan behoor je misschien tot de Generatie Einstein. Juich niet te vroeg: de Generatie Einstein bestaat uit mensen die nu negentien of jonger zijn.

Ik ging gisteren naar een lezing van Jeroen Boschma, de reclameman die Generatie Einstein heeft bedacht en er een boek over geschreven heeft. (Tip: bedenk een generatie en schrijf er een boek over. De ouders van die generatie zullen het kopen in de ijdele hoop iets van hun cynische, apathisch tv-kijkende kind te begrijpen.)

lees verder