‘Wanneer nam jij voor het laatst een uurtje me-time?’ staat er dreigend op het omslagbandje van het nieuwe tijdschrift Flow, ‘nieuw me-time magazine’. Tja, wanneer was dat? Onmiddellijk sloeg ik aan het piekeren (vele uurtjes me-time heb ik daaraan besteed, maar dat mag vast niet van Flow). Me-time, dat was vast met een boek opgekruld zitten in een rotanstoel. Of soep trekken van een echte lamsschenkel. Of rommelen in huis, iets wat ik niet kan, want ik weet niet wat rommelen is (de fotolijstjes opnieuw rangschikken? Aan de bloemen of het wasgoed ruiken?). Bij mij wordt rommelen – in het beste geval – manisch opruimen, en dat is geloof ik niet hetzelfde.
Berichten met de tag Tijdschriften
Als ik niet had geweten dat de nieuwe damesglossy Maria van de KRO was, had ik dat misschien niet eens opgemerkt. Maria heeft allemaal standaard glossy-elementen: een wervend artikel over Wende Snijders, een gezellig reisverslag over Rome en een verhaal van Jessica Durlacher over haar vader. Tot zover geen vuiltje aan de lucht.
Natuurlijk, het valt wel op dat er allerlei KRO-coryfeeën in het blad staan (Anita Witzier, die wordt omgeschreven als ‘meisje, minnares, bitch’, en Yvon Jaspers, die de rol van Daphne Deckers moet vervullen en vol zelfspot de wondere wereld van het opvoeden in een columnserie moet vatten – van die stukjes die altijd eindigen met een kind dat uit zijn poepluier eet en moeder die tóch maar dat glas Chocomel geeft, terwijl ze nog zó had gezegd dat het niet mocht, enfin, het genre ‘opvoeden is een gekke malle wereld en je kunt er maar beter om lachen’). Maar Anita en Yvon kom je wel vaker tegen, ook in atheïstische glossy’s.
Ik heb nooit iets gehad met Dinand Woesthoff, omdat ik vind dat alles wat hij zingt, klinkt als ‘Hnggggggg’. En omdat hij altijd vette haartjes heeft. En Permanente Uggs. Misschien ben ik gewoon vijftien jaar te oud om fan te zijn van Dinand Woesthoff. Kennelijk is hij belangrijk, want hij heeft nu, na Linda, Gullit, Matthijs, Youp en Catherine, zijn eigen tijdschrift-met-punt-achter-je-naam: de Dinand.
Eigenlijk vind ik personalityglossy’s passé; als Catherine Keyl iets gaat doen, weet je dat een trend definitief voorbij is, maar ik ben toch altijd geïntrigeerd door het genre, omdat het het toppunt van ijdelheid is. Toppunt van het toppunt van ijdelheid van Dinand: hij citeert in het voorwoord van zijn eigen blad wat anderen over hem schrijven op zijn website (kan het meta-egocentrischer?). ‘Amazing arrogant asshole beautiful brave contradiction crazy’ zijn slechts enkele van de typeringen die anderen van Dinand geven, en waar hij, die amazing asshole, ongetwijfeld erg content mee is, anders wijdde hij er niet een halve pagina aan.
Premier Balkenende heeft het niet zo op vrijheid van Opinio. Het zalmroze weekblad van oud-Trouw-redacteur Jaffe Vink (doelgroep: neoconservatieve, licht islamofobe GayPride-gangers, vermoed ik) had een nepspeech van de minister-president afgedrukt, waarin hij de islam „het grote probleem” noemde. Balkenende eiste rectificatie, spande een kort geding aan en verloor.
„Het artikel is overduidelijk een verzinsel dat op karikaturale wijze polemiek omtrent het christendom en de islam aan de orde stelt en uitlokt”, oordeelde de rechter. Tot dat oordeel kwam hij vermoedelijk door de zin waar de premier het functioneren van zijn eigen partij onder de loep neemt: „We hebben het helemaal niet goed gedaan. Ik betrek dat ook op mezelf: ik heb het niet goed gedaan.”
Eens in de zoveel tijd voel ik me depressief, en dan koop ik allemaal tijdschriften, waaronder O, het tijdschrift van Oprah Winfrey. Het hele blad bestaat uit Oprahismes: dat je in tien simpele stappen gelukkig kunt worden, dat je tachtig kilo kunt afvallen door aanhoudend te joggen met een knappe homoseksuele personal trainer, dat je wijsheid kunt ontlenen aan je hond, en dat je relatie goed blijft als je ‘wilt wat je hebt’.
Eigenlijk word ik nooit erg blij van O. Het is me te verantwoord. In dit nummer stond een artikel van een vrouw die een maand extreem gezond ging eten (en dat betekende vier ons witte bonen per dag), en een stuk van een andere vrouw die heel lang, ik geloof wel een week, haar e-mail niet ging checken. Daar raakte ik zo ontmoedigd van – als je zó moet leven, zonder e-mail en met al die witte bonen, waarom dan niet meteen dood? – dat ik de advertenties ging bekijken.
Ik hoorde de Quote-redactie al vergaderen. Zeven mannen aan een tafel, met van die te lange haartjes, te korte pantalons en angora Piccoloni Burbuloni-sokken uit Milaan, waar ze hun halve maandsalaris aan besteed hebben.
‘We moeten weer eens iets met vrouwen! We hebben al te lang niks lekkers op de cover gehad!’
‘Ja! Geil!’
‘Doen we weer eens Business Babes! Hete wijven met een eigen toko!’
‘Geil.’
‘En dan doen we die, hoe heet ze, hoe heet ze, Marvy Rieder op de cover. Die is géíl!’
Wat zou er gebeuren als premier Balkenende morgen de binnenland-redacteuren van alle dagbladen liet vervangen door Haagse persvoorlichters? Waarschijnlijk dit: de kranten zouden beduidend opgewekter nieuws gaan brengen, en alle buitenlandse media, tot aan het kleinste regionale omroepstationnetje, zouden deze gijzeling van de persvrijheid krachtig veroordelen.
Het voorbeeld is zo absurd, dat je zou denken dat het in Nederland niet kan voorkomen. Toch is het precies wat aan enkele universiteiten het geval is. Journalistiek onafhankelijke universiteitsbladen zien zich bedreigd door voorlichtingsafdelingen die meer grip op de communicatie willen krijgen. Zo wil het College van Bestuur van de Universiteit Leiden dat universiteitsblad Mare het vergaren en brengen van nieuws in de toekomst gaat overlaten aan de digitale nieuwsbrief van de afdeling voorlichting (zie ook pagina 9 in deze krant), zoals dat bij de Wageningse universiteitskrant Resource al het geval is. Ook zou Mare alleen nog maar tweewekelijks mogen verschijnen.
Een aantasting van de journalistieke onafhankelijkheid? Het Leidse College van Bestuur benadrukt dat hiervan geen sprake is. Het blad blijft onafhankelijk, maar moet zich voortaan beperken tot opinie en debat. Los van de vraag hoe je opinies zou kunnen plaatsen zonder ook eerst de nieuwsfeiten te brengen, voel je dat hier iets wringt. Als de universiteit haar zin krijgt, bepaalt de afdeling voorlichting welk nieuws studenten en stafleden te lezen krijgen, waarmee de journalistieke onafhankelijkheid feitelijk is afgeschaft. Dit wordt versterkt doordat het blad met een lagere verschijningsfrequentie niet actueel kan zijn en daardoor een groot deel van het bestaansrecht verliest.
Je kunt je afvragen hoe erg dat allemaal is. Ahold heeft toch ook geen journalisten in dienst om het bedrijf kritisch te volgen in de Allerhande? Noem één personeelsblad dat interne ruzies rapporteert.
Het verschil is dat universiteiten geen bedrijven zijn waar werknemers zich tegen betaling inzetten voor doelstellingen die de leiding bedenkt, maar gemeenschappen waar onderzoekers kennis vergaren en overdragen op studenten.
Sinds de jaren zestig is men gaan inzien dat in dergelijke gemeenschappen democratische besluitvorming wenselijk is. In de kennistempels verrezen stelsels van universiteits- en faculteitsraden, inspraakorganen en studentenvakbonden, geruggesteund door de universiteitsbladen.
Het vervangen van onafhankelijke journalisten door voorlichters is een zeer rigoureuze aantasting van deze universitaire democratie. Feitelijk maakt het de universitaire gemeenschap monddood. Deze krijgt niks meer te lezen over lopende reorganisaties, uit de hand gelopen ontgroeningen, misstanden bij studentenhuisvesting, plagiaatgevallen of de dreigende opheffing van kleine letterenstudies, om wat voorbeelden uit een recente jaargang Mare te noemen.
Wat lezen staf en studenten dan wel? Bijvoorbeeld dit: „Eenderde van de Leidse docenten scoort een dikke voldoende voor Engelse taalvaardigheid.” Aldus de digitale nieuwsbrief dit jaar, over een toets voor docenten die voortaan Engelstalig masteronderwijs moesten verzorgen. Dat tweederde een onvoldoende haalde meldden de voorlichters niet, in tegenstelling tot wat Mare die week deed.
Dit kleine voorbeeld is tekenend genoeg. Het universiteitsbestuur gaat uit van de tamelijk naïeve en zelfs beledigende aanname dat intelligente mensen zoals wetenschappelijk personeel en studenten niet feilloos het verschil herkennen tussen geregisseerde voorlichting en vrije journalistiek.
Er zit een rare paradox aan de zaak. De reden waarom men Mare wil inperken is nu juist precies waarom men het blad zou moeten willen behouden: omwille van de beeldvorming. Het bestuur vreest dat te veel vuile was buiten komt te hangen, wat in zijn ogen zorgt voor een negatief imago, dalende aanmeldingscijfers, minder rijksgeld. Angst is, ook hier, een slechte raadgever. Juist een universiteitsbestuur dat een (zelf-)kritisch medium toelaat krijgt de krachtige reputatie van openheid en transparantie, en doet de lijfspreuk van de Leidse universiteit eer aan: Praesidium Libertatis, bolwerk der vrijheid. Met louter voorlichtingsnieuws verliest dat motto zijn betekenis, en krijgt Leiden het imago van een angstig afgeschermde instelling, waar zelfdenkende studenten en wetenschappers zich niet al te welkom zullen voelen.
En dan heb ik het nog niet eens gehad over het bijkomend effect van universiteitsbladen als kweekvijvers. Bij Mare begonnen de carrières van flink wat prominente journalisten en literatoren, van oud-hoofdredacteur van NRC Handelsblad Folkert Jensma, en de schrijvers Hans Maarten van den Brink en Boudewijn Büch uit de beginperiode, tot recente doorstromers naar landelijke kranten en de literatuur. Over beeldvorming gesproken.
Het is in het belang van de universiteiten zelf dat we de dreigende gijzeling van de universitaire persvrijheid krachtig veroordelen.
Het heeft iets geruststellends: foto’s bekijken van beroemde mensen die nietsvermoedend door paparazzi gekiekt zijn. Zie ze heel gewoontjes koffie drinken, de Labrador uitlaten, aan anorexia lijden en op Uggs lopen. Hoe minder glamour, hoe fijner. In joggingpak, met koortslip, met cellulitis: graag.
Daarom koop ik heel soms Hello!, een tijdschrift met grote foto’s van Hollywoodsterren in onbevangen poses. Helaas staan er, omdat het een Brits blad is, ook mensen in die al dertig jaar bij Eastenders werken, maar die neem ik op de koop toe.



