Berichten met de tag Trends

‘Wanneer nam jij voor het laatst een uurtje me-time?’ staat er dreigend op het omslagbandje van het nieuwe tijdschrift Flow, ‘nieuw me-time magazine’. Tja, wanneer was dat? Onmiddellijk sloeg ik aan het piekeren (vele uurtjes me-time heb ik daaraan besteed, maar dat mag vast niet van Flow). Me-time, dat was vast met een boek opgekruld zitten in een rotanstoel. Of soep trekken van een echte lamsschenkel. Of rommelen in huis, iets wat ik niet kan, want ik weet niet wat rommelen is (de fotolijstjes opnieuw rangschikken? Aan de bloemen of het wasgoed ruiken?). Bij mij wordt rommelen – in het beste geval – manisch opruimen, en dat is geloof ik niet hetzelfde.

lees verder

Op het moment dat je moeder je sms’t: ‘W8 ff, ben er bijna’, dan weet je: van die sms-taal komen we niet meer af. Hopeloos ingeburgerd.

Dat hebben ze bij KPN goed aangevoeld. Hun geweldige commercial voor mobiel e-mailen (van reclamebureau N=5) gaat over de enorme aantallen spelfouten die per sms begaan worden. Ja, die: ‘Goeiemoggel, ik heb even een sproedje, 5 kiklo inktvip.’ ‘Ik word knetterbek van die sproedjes, dit is de afdeling transploft!’

Blijkbaar is dit voor veel mensen zo herkenbaar dat ‘goeiemoggel’ nu een kleine taalrage is. 282.000 hits op Google (plus 18.900 keer als je het spelt als ‘goedemoggel’), je kunt er T-shirts van kopen, er is een dance-nummer van gemaakt, waarvan weer ringtones bestaan, en een carnavalskraker (‘Goeiemoggel, ja ik roggel het wiel’). En bloggers zijn zo enthousiast met het woord aan de slag gegaan dat ze bijna gelukkig lijken. Bij reclamebureau N=5 hopen ze op een vermelding in de Van Dale.

Dat laatste lijkt wat prematuur. Er zijn vaker taaltrends, die vooral leuk zijn omdat ze niet eeuwig duren. Ze worden populair gemaakt door kantoorpersoneel en scholieren. Beide groepen zijn tenslotte veroordeeld acht uur per dag met elkaar opgescheept te zitten, en dan is melige humor vaak de enige redding.

Nu is dat ‘goeiemoggel’, een tijdje geleden was het nog ‘goeiesmorgens’, ontleend aan Debiteuren/Crediteuren van Jiskefet (je kon ook zeggen ‘goeiemorgen deze morgen’, dat was minstens even grappig). Met zo’n instantgrap lieten kantoormensen in het gansche land aan elkaar zien dat ze a) humor hadden, en b) hun eigen kantoorbestaan ironisch bekeken. ‘Goeiesmorgens’ hield heel lang stand, maar schopte het niet tot de Van Dale.

En zo zijn er meer voorbeelden. Ik herinner me dat het in de oertijd (de jaren tachtig) een tijdje heel erg in was om elkaar te begroeten met ‘Ni Hao’; dit omdat er toen net een fijne Teleaccursus Chinees was, en Chinees, dat was toen nog echt een gekke taal waar bijna niemand van gehoord had.

Een tijd lang is zo’n taaltrend een teken van ‘erbij horen’; je hebt televisie gekeken en je weet wat er bedoeld wordt, en dat kun je laten zien door op het juiste moment ‘even Apeldoorn bellen’ te zeggen.

Daarna komt er een omslagpunt. Wie de taaltrend dan nog gebruikt, is verouderd en laat juist zien er níét bij te horen. Nu is ‘goeiemoggel’ nog de spijkerbroek van Kate Moss, over een paar maanden is het de stone-washed ‘blue jeans’ waar je nog niet klussend in aangetroffen wil worden. Maar tot die tijd: lekker van genieten, lekker sms’en en meezingen met de ringtone, tot je er knetterbek van wordt.

Een tijdje geleden sprak ik een jongetje van tien, en die zei nonchalant: ‘Ik sta trouwens op Hyves.’ Dus ik ging kijken, en daar was hij met zijn lieve hoofd, gelardeerd met Harry Potterplaatjes. Hij had alweer zevenentachtig vrienden, of iets in die orde, net als iedereen op Hyves en Habbo en Facebook en MySpace.

Ik dacht aan het jongetje toen ik gisteren op een congres over tieners en internet was. Daar zei een tiener: ‘Al mijn vrienden ken ik in het echt.’ Een vreemde zin, een zin met een welhaast filosofische lading, maar een heel normale zin in de wereld van Hyves en Habbo. Er waren ook tieners die niet al hun vrienden in het echt kenden. ‘Laatst had een Spaanse homo zich als vriend bij mij toegevoegd en ging-ie me allemaal foto’s van zijn lul sturen’, vertelde een tiener. ‘Dat was niet echt chill.’ Een andere jongen vertelde dat hij in een chatroom weleens op zoek was gegaan naar pedofielen. ‘Zei ik dat ik zestien was, en toen kreeg ik een pedo op mijn dak. Dat was wel grappig.’

lees verder

Ik haat emoticons. Dat is niet mooi van mij. Maar goed, ik kwets er niemand mee, want emoticons zijn levenloze, digitale, veelal gele wezens. Moet ik uitleggen wat emoticons zijn? Emoticons zijn plaatjes, zoals smileys, die mensen te pas, of eigenlijk te onpas, in mails en weblogs en andere internetuitingen zetten omdat ze te lui zijn om te schrijven ‘Ik ben boos’. Liever klikken ze dan op een plaatje van een geel mannetje dat boos kijkt. Of rood aanloopt. Of, ook heel leuk, duivelshoorntjes heeft. Het kunnen ook zwaaiende handjes zijn. Of hartjes. Of zonnetjes.

lees verder

Ik ken niemand die het doet, maar ik heb er al veel reportages over gezien. Het heet couchsurfen, vandaag het onderwerp van mijn miniserie Prangende Vakantiekwesties: is logeren bij (eventueel moordlustige) vreemden een goed idee?

Want dat is couchsurfen: logeren bij vreemden. En dan niet de oom van de vriendin van je buurman, die een leuk appartement in New York heeft, maar echte wildvreemden. Internetvreemden; mensen die je alleen kent via de couchsurfingsite. Op die site kun je intypen in welke plaats je wilt logeren, en dan krijg je een lijst met namen van barmhartige Samaritanen die hun slaapbank aan je aanbieden.

lees verder

Een paar jaar geleden zat ik bij de kapper, en toen kwam er een klant binnen die grote plastic schoenen droeg met gaten in de bovenkant. Een soort waterschoenen, en ze waren knalblauw. Ik lachte de man uit (ik zat onder een droogapparaat, dus niemand zag of hoorde me), ging weer naar huis, en vergat die schoenen nooit.

Nu, jaren later, doken ze op in het straatbeeld. Ik ben nogal gevoelig voor het straatbeeld, misschien omdat ik er vaak in rondloop, en het viel me op dat die plastic schoenen vaak voorbij kwamen aan de voeten van hippe mensen van dertig. Crocs heetten ze, hoorde ik. Ik schaarde de Crocs onder het kopje ‘belachelijke modefenomenen’, waartoe ook de strakke spijkerbroek, de string, de bakfiets en Paris Hilton behoren (eventueel in combinatie met elkaar).

lees verder

Toen een paar jaar geleden ‘de Bob’ werd ingevoerd door de overheid, lachte ik me suf. Dat die malle overheid nu toch werkelijk dacht dat mensen die term zouden gaan gebruiken, en op feestjes zouden zeggen: ‘Nee, doe mij maar een Spaatje Rood, ik ben de Bob’ – die gedachte vond ik komisch en onrealistisch.

Ik hoef hier niet te vertellen dat de zin ‘Nee, doe mij maar een Spaatje Rood, ik ben de Bob’ ondanks al mijn gelach zeer ingeburgerd is geraakt. Sterker nog, het is de enige conversatie die mensen op feestjes met elkaar hebben, want met zoveel Spaatjes Rood komt er nooit meer een lekker laveloos gesprek op gang.

lees verder

Een gouden tip voor 2009: koop een bilvormige kokosnoot die alleen voorkomt in Madagascar, en maak daar een doosje van. Bilvormige kokosnootdoosjes worden een trend. Echt. Lidewij Edelkoort, de beroemdste trendvoorspelster van Nederland en misschien wel heel Europa, heeft het gezegd.

Gisteren was ik in Eindhoven bij een toespraak van Lidewij, ‘Li’ voor intimi. Bedrijven betalen haar grof geld om te vertellen wat er over een paar jaar gaat gebeuren, dus iedereen hing aan haar lippen. En ja hoor, daar kwamen ze: de voorspellingen. Over 2008 en 2009.

lees verder